- Arrest van 13 september 2013

13/09/2013 - C.12.0238.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Onder patiënt moet elke persoon worden begrepen die aan de verzorgingsinstelling de in die bepaling bedoelde verstrekkingen moet betalen, wanneer de verjaring van de rechtsvordering jegens hem niet door een bijzondere bepaling is geregeld (1). (1) Cass. 28 nov. 2003, AR C.01.0241.F, AC 2003, nr. 605.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0238.F

OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN TE

DOORNIK,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

CLINIQUES UNIVERSITAIRES SAINT-LUC vzw.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 november 2011.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 2277bis Burgerlijk Wetboek verjaart de rechtsvordering van de verzorgingsinstelling met betrekking tot de geleverde of gefactureerde genees-kundige verstrekkingen, diensten en goederen ten overstaan van de patiënt door verloop van een termijn van 2 jaar te rekenen vanaf het einde van de maand waar-in deze zijn verstrekt.

Onder patiënt moet elke persoon worden begrepen die aan de verzorgingsinstel-ling de in die bepaling bedoelde verstrekkingen moet betalen, wanneer de verja-ring van de rechtsvordering jegens hem niet door een bijzondere bepaling is gere-geld.

Hieruit volgt dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, dat zich ten aanzien van een instelling voor geneeskundige verzorging ertoe heeft verbonden het gedeelte te betalen van de verzekering voor geneeskundige verzorging van de facturen die de ziekenhuisopname van een rechthebbende op maatschappelijke dienstverlening betreffen, en dat de factuur van de ziekenhuisopname rechtstreeks op zijn naam ontvangt, ten aanzien van die instelling gehouden is tot betaling van haar verstrekkingen en de hoedanigheid van patiënt in de zin van die bepaling heeft.

Het arrest, dat beslist dat de eiser de in artikel 2277bis Burgerlijk Wetboek be-paalde verjaring niet aan de rechtsvordering van de verweerster kan tegenwerpen, op grond dat hij niet kan worden beschouwd als een persoon die de in die bepa-ling bedoelde verstrekkingen aan de verzorgingsinstelling dient te betalen, schendt de voormelde bepaling.

Het onderdeel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van de overige onderdelen van het eerste middel en van de overige middelen, die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre dat arrest het hoger beroep van de ver-weerster gedeeltelijk gegrond verklaart, de eiser jegens haar veroordeelt en hem in zijn kosten laat.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 13 september 2013 uit-gesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Duur

  • Geneeskundige verstrekkingen, diensten en goederen

  • Rechtsvordering van de verzorgingsinstelling

  • Patiënt