- Arrest van 16 september 2013

16/09/2013 - S.10.0084.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De partij die eenzijdig een essentieel element van de arbeidsovereenkomst in belangrijke mate wijzigt, beëindigt die overeenkomst onmiddellijk op onwettelijke wijze.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0084.F

C. D. G.,

Mr. Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

FEDERAL-MOGUL nv,

Mr. Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 27 januari 2010 van het arbeids-hof te Luik, afdeling Neufchâteau.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert een middel aan dat luidt als volgt :

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet ;

- artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek;

- de artikelen 3, 17, 1° en 2°, 20, 1°, 25 en 32 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Aangevochten beslissingen

Het arrest stelt de volgende feiten vast: « de eiser is op 14 juni 174 (lees 1976) in dienst van de verweerster getreden als machinebediener. Hij is binnen het bedrijf opgeklommen tot de functie van ‘Assy Pack Production Superintendant' (hoofdtoezichthouder van de assemblage- en verpakkingsproductie) waarin hij op 22 augustus 2000 benoemd werd. In september 2005 heeft de verweerster een reorganisatie doorgevoerd. Tot dan waren er twee productieafdelingen (Components Production en Assy Pack Production) (productie van componenten en productie van assemblage-verpakking, beide geleid door een hoofdtoezichthouder, die rechtstreeks rapporteerde aan de General Plant Manager (algemeen directeur van de fabriek) [...]. De productie is sinds september 2005 opgesplitst in drie Business Units (bedrijfsonderdelen) [...]: - Business Unit Metal/Plastic/Painting, - Business Unit Rubber, - Business Unit Assy Pack (bedrijfsonderdeel metaal, plastic, verf - bedrijfsonderdeel rubber en bedrijfsonderdeel assemblage-verpakking). Meerdere personen (arbeiders, bedienden, kaderleden en managers), onder wie de eiser, zijn in het kader van de reorganisatie van functie veranderd. De verweerster heeft trouwens geoordeeld dat de eiser niet de nodige vaardigheden bezat voor de nieuwe functie van Superintendant Business Unit Assy Pack (hoofdtoezichthouder van het bedrijfsonderdeel assemblage-verpakking), die meer verantwoordelijkheid vergt. [...] De nieuwe functie van Superintendant Business Unit Assy Pack werd aan een andere werknemer toevertrouwd. De verweerster heeft de eiser enkele dagen vóór de officiële aankondiging op de hoogte gebracht van die reorganisatie. Laatstgenoemde heeft zijn werkgever aanstonds een medisch getuigschrift bezorgd met het attest van zijn arbeidsongeschiktheid ». Die is tot 25 oktober 2005 blijven voortduren. "De raadsman van de eiser heeft in zijn brief van 13 september 2005, [...]'het onmiddellijk herstel' in zijn functie geëist", hetgeen de verweerster in een brief van 3 oktober 2005 geweigerd heeft;

Het arrest bevestigt de beslissing van de eerste rechter en 1. beslist dus dat de eiser "ten onrechte aangevoerd heeft dat de verweerster een handeling heeft gesteld die gelijkstaat met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst" en verwerpt de rechtsvordering van de eiser tot betaling van een opzeggingsvergoeding; 2. beslist dat "in zoverre de eiser ten onrechte het bestaan heeft aangevoerd van een handeling die gelijkstaat met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst, de eiser een compensatoire opzeggingsvergoeding verschuldigd is aan de verweerster" en veroordeelt hem hiervoor tot betaling van een provisionele euro, terwijl het duidelijk stelt dat die veroordeling ook de terugbetaling inhoudt van de door de eiser ten onrechte geïnde bedragen tussen 3 en 25 oktober 2005, en 3. veroordeelt de eiser in de kosten.

Het arrest steunt die beslissingen hoofdzakelijk op de volgende gronden :

1. Volgens de beginselen die hier van toepassing zijn, beëindigt de partij, die eenzijdig één van de essentiële elementen van de arbeidsovereenkomst wijzigt, die overeenkomst op onwettelijke wijze. De arbeidsduur en vergoeding zijn essentiële elementen van een arbeidsovereenkomst. Voor de overige elementen is de wil van de partijen bepalend. Die overige elementen zijn niet essentieel wanneer de partijen bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst daarover niets zijn overeengekomen aangezien de werknemer, wegens de gezagsverhouding waarin hij zich bevindt, de bepaling daarvan overlaat aan de werkgever;

2. Te dezen "is de eiser tegen dezelfde arbeidsvoorwaarden blijven werken"; "op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst bekleedde hij de functie van hoofdtoezichthouder van Assy Pack Production. In die hoedanigheid was hij productieverantwoordelijke. De arbeidsovereenkomst betrof niet die functie. In de loop der jaren is de eiser binnen de onderneming geëvolueerd, aangezien hij oorspronkelijk aangeworven was als machinebediener en slechts bij het beklimmen van de hiërarchische ladder tot die hiërarchisch hogere functie kon toetreden. [...] De uitoefening van die functie vormt geen essentieel element van de arbeidsovereenkomst in de zin dat hij geen arbeidsovereenkomst zou hebben ondertekend als de uitoefening van die functie daarin niet was vermeld";

3. "In september 2005, heeft de verweerster een reorganisatie doorgevoerd [...]. De nieuwe functie van Superintendant Unit Assy Pack is sterk verschillend en veel ruimer dan de door de eiser uitgeoefende functie van Assy Pack Production Superintendant die zich tot de productie beperkte. De door de eiser uitgeoefende functie bestaat niet meer zodat de kwalificatie van de eiser gewijzigd werd in Project Planning Coordinator (coördinator projectplanning), rechterhand van de hoofdtoezichthouder (nieuwe versie). De door de verweerster neergelegde stukken tonen aan dat de eiser niet over de vereiste vaardigheden beschikte voor de uitoefening van de functie van Superintendant Business Unit Assy Pack zoals die in september 2005 werd omschreven";

4. "Naast het feit dat de uitoefening van de functie geen essentieel element van de arbeidsovereenkomst was, vormde de nieuwe functie geen degradatie aangezien de vergelijking van de organogrammen [...] heel duidelijk aantoont dat er een nieuw hiërarchisch niveau geschapen werd tussen de eiser en de manager. Geen enkele werknemer die vroeger onder het gezag van de verweerder stond, werd binnen de nieuwe organisatie boven hem geplaatst."

Grieven

Eerst onderdeel

Krachtens artikel 32 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten nemen de verbintenissen voortspruitende uit de overeenkomsten een einde door de bij die bepaling geregelde wijze, "behoudens de algemene wijzen waarop de verbintenissen tenietgaan". Luidens artikel 1134, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, "strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die deze hebben aangegaan, tot wet; kunnen zij niet herroepen worden dan met hun wederzijdse toestemming of op de gronden door de wet erkend". Bijgevolg kunnen de in een overeenkomst bedongen voorwaarden, behoudens andersluidende bepalingen, niet eenzijdig gewijzigd of herroepen worden en beëindigt de partij die eenzijdig een essentieel element van de arbeids-overeenkomst wijzigt die overeenkomst onmiddellijk op onwettige wijze.

Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 bepaalt dat "de arbeidsovereenkomst voor bedienden de overeenkomst is waarbij een werknemer, de bediende, zich verbindt, tegen loon, onder gezag, van een werkgever in hoofdzaak hoofdarbeid te verrichten". Krachtens artikel 17, 1°, van die wet, "is de werknemer verplicht zijn werk zorgvuldig, eerlijk en nauwkeurig te verrichten, op tijd, plaats en wijze zoals is overeengekomen". Luidens artikel 20, 1°, van dezelfde wet is de werkgever van zijn kant verplicht "de werknemer te doen arbeiden op de wijze, tijd en plaats zoals is overeengekomen". Uit die bepalingen blijkt dat de aard van de door de werknemer uitgeoefende functie in wezen een essentieel element vormt van de door de partijen gesloten arbeidsovereenkomst, tenzij het tegendeel kan worden afgeleid uit de voorwaarden van de overeenkomst of de manier waarop zij werd uitgevoerd.

De verplichting van de werknemer, krachtens artikel 17, 2°, van de wet van 3 juli 1978, "te handelen volgens de bevelen en de instructies die hem worden gegeven door de werkgever, zijn lasthebbers of zijn aangestelden met het oog op de uitvoering van de overeenkomst" impliceert niet dat de werknemer verplicht is een nieuwe functie uit te oefenen of niet langer meer de functie mag uitoefenen waarvoor hij is tewerkgesteld. Noch de overweging dat de functie van de werknemer binnen de onderneming niet nader bepaald was bij het sluiten van de overeenkomst, noch de overweging dat de oorspronkelijk door de werknemer uitgeoefende functie in het verleden gewijzigd werd, volstaan om naar recht te verantwoorden dat de werkgever een eenzijdige wijziging van zijn functie aan de werknemer mag opleggen, zelfs niet als hij er niet de vaardigheid toe heeft. De werkgever mag zich trouwens niet het recht toe-eigenen de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen, daar een beding dat dit recht aan de werkgever zou voorbehouden nietig zou zijn krachtens artikel 25 van de wet.

Te dezen blijkt uit de vaststellingen van het arrest dat de eiser in 1976 "in de hoedanigheid van machinebediener" in dienst van de verweerster is getreden, dat hij "binnen de onderneming geëvolueerd is" en "bij het beklimmen van de hiërarchische ladder, op 22 augustus 2000 benoemd werd in de functie van "Assy Pack Production Superintendant" (hoofdtoezichthouder van de assemblage- en verpakkingsproductie), hetzij een "op hiërarchisch vlak hogere functie".

Uit de loutere vaststelling dat de functie van "Assy Pack Production Superintendant" die de eiser in 2000 bekleedde niet het voorwerp was van de arbeidsovereenkomst die in 1976 gesloten werd, kan niet worden afgeleid dat de opeenvolgende functies die de eiser sinds zijn indiensttreding in de onderneming heeft uitgeoefend tot het bekleden van een hoge functie in de hiërarchie in een welomschreven hoedanigheid ("machinebediener"), geen essentiële elementen van de arbeidsovereenkomst waren en dat de verweerster het recht zou hebben gehad een belangrijke wijziging van de laatst uitgeoefende functie aan de eiser op te leggen.

Het arrest betwist niet dat de eiser eenzijdig door de verweerster ontslagen werd uit de hiërarchisch hogere functie van "Assy Pack Production Superintendant", waarin hij productieverantwoordelijke was, aangezien het vaststelt "dat de door verweerster uitgeoefende functie niet meer bestaat" en de verweerster de eiser voortaan verplicht de functie te bekleden van "Project Planning Coordinator (coördinator van projectplanning), rechterhand van rechterhand van de hoofdtoezichthouder (nieuwe versie)".

Het arrest beslist niettemin dat de eiser "ten onrechte heeft aangevoerd dat de verweerster een handeling heeft gesteld die gelijkstaat met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst" op grond dat de eiser "tegen dezelfde arbeidsvoorwaarden is blijven werkent"; dat, wanneer de partijen bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst niets over de functie hebben afgesproken, de werknemer, wegens de gezagsverhouding waarin hij zich bevindt, de bepaling daarvan in wezen overlaat aan de werkgever; dat te dezen, "de arbeidsovereenkomst niet de functie betrof" van hoofdtoezichthouder van de assemblage- en verpakkingsproductie, aangezien de eiser "oorspronkelijk aangeworven was als machinebediener en slechts bij het beklimmen van de hiërarchische ladder tot die hiërarchisch hogere functie kon toetreden"; dat, bijgevolg, "de uitoefening van die functie geen essentieel element vormde van de arbeidsovereenkomst in de zin dat hij geen arbeidsovereenkomst zou hebben ondertekend als de uitoefening van die functie daarin niet was vermeld"; dat de eiser, trouwens, "niet over de vereiste vaardigheden beschikte voor de uitoefening van de functie van Superintendant Business Unit Assy Pack (hoofdtoezichthouder bedrijfsonderdeel assemblage-verpakking) bepaald in september 2005". Om die redenen, verantwoordt het arrest zijn beslissing niet naar recht (schending van alle in de aanhef van het middel vermelde wetsbepalingen, met uitzondering van artikel 149 van de Grondwet).

[...]

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

De door de verweerster tegen het onderdeel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het onderdeel heeft geen belang

Uit geen enkele overweging van het arrest blijkt dat het arbeidshof de eenzijdige wijziging, door de verweerster, van de door de eiser uitgeoefende functie als on-belangrijk zou hebben beschouwd.

De door de verweerster tegen het onderdeel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het onderdeel is gericht tegen een beoordeling van het ar-beidshof dat in feite oordeelt

Het onderdeel voert aan dat het arrest met geen enkele overweging zijn beslissing naar recht verantwoordt dat de door de eiser uitgeoefende functie, die eenzijdig door de verweerster gewijzigd werd, geen essentieel element vormde van de ar-beidsovereenkomst.

De gronden van niet-ontvankelijkheid kunnen niet worden aangenomen.

Gegrondheid van het onderdeel

De partij die eenzijdig een essentieel element van de arbeidsovereenkomst in be-langrijke mate wijzigt, beëindigt die overeenkomst onmiddellijk op onwettelijke wijze.

De aard van de door de werknemer uitgeoefende functie vormt in beginsel een es-sentieel element van de arbeidsovereenkomst, tenzij uit de overeenkomst of de uitvoering die de partijen daaraan hebben gegeven het tegendeel kan worden afge-leid.

Het arrest stelt vast dat de eiser "op 14 juni 1974 in dienst van de verweerster is getreden als machinebediener", dat "hij binnen de onderneming geëvolueerd is tot de functie van ‘assy pack production superintendant', waarin hij op 22 augustus 2000 benoemd werd", dat "de verweerster in september 2005, een reorganisatie heeft doorgevoerd" en dat "de door de eiser uitgeoefende functie niet meer bestaat, zodat de kwalificatie [...] gewijzigd werd in ‘project/planning coordinator', rechterhand" van de titularis van de nieuwe functie van "superintendant business unit assy pack", waarvan het doet opmerken dat ze "sterk verschillend en veel ruimer is dan die door de eiser uitgeoefende functie van Assy Pack Production Superintendant".

Noch met het oordeel dat "het voorwerp van de door de partijen geslo-ten arbeidsovereenkomst niet tot doel had een hiërarchisch hogere functie te be-kleden" die hij bekleedde op het tijdstip van het verbreken van de contractuele be-trekkingen en waartoe hij slechts kon toetreden bij het beklimmen van de hiërar-chische ladder , noch met de toevoeging dat vaststaat "dat de eiser geen arbeids-overeenkomst zou hebben ondertekend als de uitoefening van die functie daarin niet was vermeld", verantwoordt het arrest zijn beslissing naar recht dat "de uit-oefening van die functie geen essentieel element van de arbeidsovereenkomst vormt".

Het onderdeel is gegrond.

Dictum,

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Brussel.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Mireille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 16 september 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Essentieel element