- Arrest van 20 september 2013

20/09/2013 - C.12.0551.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vonnis dat, op het hoger beroep van een persoon aan wie een stadionverbod was opgelegd, de duur van het stadionverbod dat hem bij de beroepen administratieve beslissing was opgelegd, had teruggebracht van zevenentwintig naar drie maanden, en vervolgens beslist dat de in artikel 31, §3, bedoelde betekeningskosten, aangezien aan die persoon was toegestaan binnen twee weken in dat vonnis te berusten, ten laste van de Belgische Staat, minister van Binnenlandse Zaken, zullen blijven, is niet naar recht verantwoord.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0551.F

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

L. M.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politie-rechtbank te Namen van 19 januari 2012.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- - artikel 31, § 1 en 3, van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden;

- - artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis beslist de betekeningskosten ten laste van de eiser te laten, om alle redenen ervan die geacht worden hier integraal te zijn weergegeven, en inzonderheid op grond dat "de in artikel 31, § 3, bedoelde betekeningskosten, aangezien aan [de verweerder] was toegestaan binnen twee weken in dit vonnis te berusten, ten laste [van de eiser] zullen blijven."

Grieven

Krachtens artikel 31, § 3, van de wet van 21 december 1998 betreffende de veilig-heid bij voetbalwedstrijden wordt het vonnis, wanneer in beroep een administratief stadionverbod wordt opgelegd, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder, en gaat het stadionverbod in op de dag volgend op de bete-kening.

Krachtens dezelfde bepaling wordt het vonnis, wanneer in beroep enkel een administratieve geldboete wordt opgelegd, aan betrokkene betekend door een ge-rechtsdeurwaarder, behoudens indien de geldboete werd betaald binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak.

Artikel 31, § 1, derde lid, van de wet van 21 december 1998 preciseert dat de be-palingen van het Gerechtelijk Wetboek, onverminderd de bepalingen in het eerste lid, van toepassing zijn op het beroep bij de politierechtbank.

Artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de kosten van tenuitvoerlegging ten laste komen van de partij tegen wie de uitvoerlegging wordt gevorderd.

Het bestreden vonnis dat de verweerder een administratief stadionverbod van drie maanden oplegt, moet overeenkomstig artikel 31, § 3, eerste lid, van de wet van 21 december 1998, aan de verweerder worden betekend. De omstandigheid dat de verweerder in het vonnis zou mogen berusten, ontslaat de eiser niet van die de-marche.

Het vonnis dat beslist de betekeningskosten ten laste van de eiser te laten, om de redenen die het in aanmerking neemt, terwijl die kosten, krachtens artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek, ten laste komen van de partij tegen wie de uitvoerlegging wordt gevorderd, in casu de verweerder, schendt die bepaling en, bijgevolg, artikel 31, § 1 en 3, van de wet van 21 december 1998.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Artikel 1024 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de kosten van tenuitvoerlegging ten laste komen van de partij tegen wie de uitvoerlegging wordt gevorderd.

Krachtens artikel 31, § 3, van de wet van 21 december 1998 betreffende de veilig-heid bij voetbalwedstrijden, wordt het vonnis, wanneer in beroep een administra-tief stadionverbod wordt opgelegd, op vraag van een door de Koning aangewezen ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, aan betrokkene betekend door een gerechtsdeurwaarder, en gaat het stadionverbod, in de regel, in op de dag volgend op de betekening.

Het bestreden vonnis dat, op verweerders hoger beroep, de duur van het stadion-verbod dat hem bij de beroepen administratieve beslissing was opgelegd, had te-ruggebracht van zevenentwintig naar drie maanden, en vervolgens beslist dat "de in artikel 31, § 3, bedoelde betekeningskosten, aangezien aan [de verweerder] was toegestaan binnen twee weken [in dat] vonnis te berusten, ten laste [van de eiser] zullen blijven", schendt voornoemd artikel 1024.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de kosten van betekening van die beslissing ten laste van de eiser laat.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de politierechtbank te Dinant.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Gustave Steffens en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 20 september 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • In hoger beroep opgelegd stadionverbod

  • Vonnis

  • Betekening

  • Kosten

  • Schuldplichtige