- Arrest van 8 oktober 2013

08/10/2013 - P.12.1735.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het bijzonder karakter van de geldboete inzake douane en accijnzen, gelijk aan de ontdoken rechten of taksen of een veelvoud ervan, volgt dat wanneer verschillende dergelijke feiten de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, de krachtens artikel 65 Strafwetboek uit te spreken enige geldboete moet worden berekend op de som van de door die misdrijven ontdoken rechten en taksen (1). (1) Cass., 13 jan. 2004, AR P.03.0646.N, AC 2004, nr. 16; Cass. 21 jan. 2004, AR P.03.1336.F, AC 2004, nr. 34; Cass. 20 april 2004, AR P.03.0717.N, AC 2004, nr. 206; Cass. 21 juni 2005, AR P.05.0247.N, AC 2005, nr. 361; Cass. 12 feb. 2008, AR P.07.1546.N, AC 2008, nr. 104.

Arrest - Integrale tekst

P.12.1735.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen te Hasselt,

vervolgende partij,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

M G P T,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 2 oktober 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek, ar-tikel 13 van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van de gefabri-ceerde tabak (hierna Wet Accijnzen Tabak 1997) en artikel 45 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen (hierna Wet Algemene Regeling Accijnzen 2009): het arrest dat de eiser wegens de met artikel 13 Wet Accijnzen Tabak 1997 en artikel 45 Wet Algemene Regeling Accijnzen 2009 strafbaar gestelde feiten 1 (a en b) en 2 bij toepassing van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek tot één straf veroordeelt, houdt bij de berekening van de enige geldboete ten onrechte enkel rekening met de ingevolge de feiten 2 verschuldigde rechten en dus niet met de ingevolge de feiten 1 (a en b) verschuldigde rechten.

2. Wanneer de strafrechter aan wie gelijktijdig verschillende misdrijven wor-den voorgelegd, oordeelt dat deze de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, dan mag hij overeenkomstig artikel 65, eerste lid, Strafwetboek daarvoor slechts één straf uitspreken, namelijk de zwaarste.

3. Uit het bijzonder karakter van de geldboete inzake douane en accijnzen, ge-lijk aan de ontdoken rechten of taksen of een veelvoud ervan, volgt dat wanneer verschillende dergelijke feiten de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, de krachtens artikel 65 Strafwetboek uit te spreken enige geldboete moet worden berekend op de som van de door die misdrijven ontdoken rechten en taksen.

4. De appelrechters veroordelen de eiser, na hem te hebben schuldig verklaard aan de door artikel 13 Wet Accijnzen Tabak 1997 en artikel 45 Wet Algemene Regeling Accijnzen 2009 strafbaar gestelde feiten 1 (a en b) en 2, voor deze on-derscheiden telastleggingen bij toepassing van artikel 65 Strafwetboek tot één straf, namelijk een hoofdgevangenisstraf van vier maanden, een geldboete van 5.666,40 euro of drie maanden vervangende gevangenisstraf en tot de bijzondere verbeurdverklaring van alle inbeslaggenomen sigaretten. Zij verlenen bovendien uitstel gedurende een periode van drie jaar voor de hoofdgevangenisstraf en voor vijf zesden van de geldboete.

Zij berekenen die enige geldboete uitsluitend door de vermenigvuldiging met vijf van de ingevolge het feit 2 ontdoken rechten ten bedrage van 948,96 euro en 184,32 euro. Zij houden bijgevolg geen rekening met de ingevolge het feit 1 (a en b) ontdoken rechten. Aldus schenden zij de voormelde wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

Omvang van de cassatie

5. De onwettigheid van de aan de eiser opgelegde geldboete leidt tot de vernietiging van de hem opgelegde bestraffing en van de veroordeling tot betaling van de bijdrage aan het Slachtofferfonds, maar laat eisers schuldigverklaring onaangetast.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot straf en tot betaling van de bijdrage aan het Slachtofferfonds.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser tot drie vijfden van de kosten.

Laat het overige twee vijfden ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 283,17 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 8 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Verschillende misdrijven

  • Eenzelfde misdadig opzet

  • Douane en accijnzen

  • Geldboete

  • Bijzonder karakter

  • Gevolg

  • Wijze van berekening