- Arrest van 9 oktober 2013

09/10/2013 - P.13.0816.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In strafzaken is het vonnis waarbij een deskundigenonderzoek wordt bevolen een beslissing alvorens recht te doen en bijgevolg heeft het geen gezag van gewijsde (1). (1) Zie Cass. 12 april 2000, AR P.00.0136.F, AC 2000, nr. 249.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0816.F

M. P.,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M. C.,

2. J. C.,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,

3. MILORD PRODUCTIONS bvba.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 31 januari 2013.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de eerste twee verweerders uitspraak doen over

1. Het beginsel van de aansprakelijkheid

Middel

(...)

Derde onderdeel

De eiseres heeft een conclusie neergelegd waarin ze aanvoert dat de rechtbank, bij vonnis van 8 februari 2005, twee deskundigen had aangewezen, dat slechts één van beiden zijn verslag heeft ingediend, dat er grond is om de uitspraak aan te houden zolang de tweede zich niet van zijn opdracht heeft gekweten, dat dit von-nis gezag van gewijsde heeft en dat de rechtbank niet bevoegd is het te wijzigen door genoegen te nemen met één van de bevolen deskundigenonderzoeken.

Het middel verwijt het vonnis dat het niet antwoordt op dat verweermiddel.

Het vonnis van 8 februari 2005 waarbij deskundigenonderzoeken zijn bevolen, is een beslissing alvorens recht te doen en heeft bijgevolg geen gezag van gewijsde.

Wanneer de rechter in de huidige stand van het dossier uitspraak doet, niettegen-staande de gedeeltelijke niet-uitvoering van de door hem bevolen onderzoeks-maatregel, wijzigt hij de beslissing waarbij die maatregel werd bevolen niet.

De rechtbank in hoger beroep diende bijgevolg niet te antwoorden op een conclu-sie die aan zijn beslissing een gezag verleent dat die beslissing niet heeft of die op de bewering berust dat hij, door aan het verzuim van de deskundige voorbij te gaan, het vonnis zou wijzigen waarin laatstgenoemde was aangewezen.

Het bestreden vonnis wijst erop dat op grond van de gegevens uit het strafdossier niet kon worden vastgesteld of de overledene al dan niet haar veiligheidsgordel droeg, dat het, volgens de deskundige die zijn verslag heeft ingediend, hoogst waarschijnlijk is dat zij zelfs met de gordel om het leven zou zijn gekomen, dat de eiseres de fout niet aantoont die ze het slachtoffer ten laste legt.

De appelrechters hebben het aangevoerde verweermiddel dus regelmatig afgewe-zen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Vierde onderdeel

De eiseres voert aan dat het vonnis getuigt van machtsoverschrijding en artikel 19 Gerechtelijk Wetboek schendt. De grief is afgeleid uit het feit dat één van de twee deskundigenonderzoeken die de rechtbank had bevolen alvorens recht te doen, volgens haar geen bestaansreden had.

Het vonnis van 8 februari 2005 wijst erop dat de beklaagde vraagt dat er alvorens recht te doen een medisch deskundige en een automobieldeskundige zouden wor-den aangewezen.

Dat vonnis vermeldt dat de rechtbank het onontbeerlijk acht om, alvorens uit-spraak te doen over de grond van het geschil, het verzoek van de beklaagde in te willigen, omdat ze zich in deze fase van de rechtspleging nog onvoldoende inge-licht acht over het ontstaan van het ongeval en de oorzaken van overlijden van het slachtoffer.

De rechtbank heeft dus niet beslist dat ze maar uitspraak kan doen over de grond van de zaak, indien ze over beide deskundigenonderzoeken beschikt.

Beide deskundigen waren ermee belast hun mening te geven over onder meer de oorzaken van overlijden van het slachtoffer, al naargelang ze al dan niet haar vei-ligheidsgordel droeg. Het vonnis alvorens recht te doen sluit niet uit dat de recht-bank uitspraak kon doen alleen op grond van het antwoord van de medisch des-kundige op die vraag.

Door aldus te beslissen doen de appelrechters bijgevolg geen uitspraak over een tussengeschil dat definitief en eerder door hun eigen rechtbank in tegengestelde zin werd beslecht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van de eiseres in zoverre het gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen die M. C. en J. C. tegen haar hebben ingesteld, uitspraak doen over de omvang van de scha-de.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 9 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Beslissing alvorens recht te doen

  • Vonnis waarbij een deskundigenonderzoek wordt bevolen