- Arrest van 11 oktober 2013

11/10/2013 - C.13.0242.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verzoekschrift moet, op straffe van nietigheid, zowel op het afschrift als op het origineel door een advocaat bij het Hof van Cassatie worden ondertekend; bij gebrek daaraan is het cassatieberoep niet ontvankelijk (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013. nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0242.F

CAMSHIP INVESTMENT CORPORATION, vennootschap naar Kameroens recht, in vereffening,

Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

SETAF SAGET, vennootschap naar Frans recht,

Mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 3 december 2012.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 20 september 2013 ter griffie een conclusie neergelegd.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht en procureur-generaal Jean-François Leclercq werd gehoord in zijn conclusie.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het door de verweerster tegen het cassatieberoep opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid: artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek werd niet nageleefd:

Krachtens artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek moet het verzoekschrift, op straffe van nietigheid, zowel op het afschrift als op het origineel door een advo-caat bij het Hof van Cassatie worden ondertekend.

Het afschrift van het verzoekschrift dat de verweerster is betekend, is niet onder-tekend door de advocaat bij het Hof van Cassatie, die het origineel heeft onderte-kend, maar enkel door de advocaten bij de balie te Parijs die de eiseres bijstand verlenen.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

De door de verweerster ingestelde tegenvordering, volgens welke het cassa-tieberoep tergend en roekeloos is:

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het afschrift van het cassatiever-zoekschrift al op 17 mei 2013 aan de verweerster is betekend, terwijl de door de eiseres aangezochte advocaat bij het Hof van Cassatie het origineel pas op 21 mei 2013 heeft ondertekend.

In die omstandigheden, die getuigen van de lichtzinnigheid van de eiseres, is het cassatieberoep ingesteld met miskenning van de basisvoorwaarden voor de gel-digheid ervan en is het derhalve roekeloos.

De vordering tot schadevergoeding is gegrond.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot betaling, aan de verweerster, van een vergoeding van tweeduizend euro.

Veroordeelt haar daarenboven in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Alain Simon, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 11 oktober 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Cassatieverzoekschrift

  • Advocaat bij het Hof van Cassatie

  • Ondertekening

  • Origineel

  • Afschrift

  • Ontvankelijkheid