- Arrest van 17 oktober 2013

17/10/2013 - F.12.0055.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 283 AWDA volgt niet dat de bevoegdheid van de strafrechter om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering tot betaling van rechten of accijnzen voortvloeiend uit overtredingen, fraudes, misdrijven of misdaden, exclusief is, zodat die burgerlijke rechtsvordering ook voor de burgerlijke rechter kan worden gebracht; de omstandigheid dat tegen anderen dan de eiseres voor de strafrechter een vordering wegens overtredingen, fraudes en misdrijven wordt ingesteld, nadat voor dezelfde invoerrechten tegen de eiseres een vordering is ingesteld voor de burgerlijke rechter, heeft niet tot gevolg dat de burgerlijke rechter onbevoegd wordt om te oordelen over deze vordering (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0055.N

DHL FREIGHT GmbH., vennootschap naar Duits recht, met zetel te 53175 Bonn/Plittersdorf (Duitsland), Godesberger Allee 102-104,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

BELGISCH INTERVENTIE- EN RESTITUTIEBUREAU, afgekort BIRB, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 1040 Brussel, Trier-straat 82,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 20 oktober 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 18 april 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 283 AWDA bepaalt: "Wanneer de overtredingen, fraudes, misdrijven of misdaden, in de artikelen 281 en 282 bedoeld, onverminderd de strafvordering, tevens tot betaling van rechten of accijnzen, en alzo tot een civiele actie aanleiding geven, zal de kennisneming en berechting daarvan in beide opzichten tot de bevoegde criminele of correctionele rechter behoren."

2. Uit die bepaling volgt niet dat de bevoegdheid van de strafrechter om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering tot betaling van rechten of accijnzen voortvloeiend uit overtredingen, fraudes, misdrijven of misdaden, exclusief is. Die burgerlijke rechtsvordering kan ook voor de burgerlijke rechter worden gebracht.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht.

3. De motivering van de appelrechter laat het Hof toe zijn wettigheidscontrole uit te oefenen.

In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, mist het feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

4. In zoverre het onderdeel opkomt tegen het oordeel van het arrest dat het Belgisch Interventie en Restitutiebureau op grond van artikel 4 Voorafgaande Ti-tel Wetboek van Strafvordering steeds de vrije keuze heeft tussen de burgerlijke rechter en de strafrechter, is het gericht tegen een overtollig motief.

Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.

5. De omstandigheid dat tegen anderen dan de eiseres voor de strafrechter een vordering wegens overtredingen, fraudes en misdrijven wordt ingesteld, nadat voor dezelfde invoerrechten tegen de eiseres een vordering is ingesteld voor de burgerlijke rechter, heeft niet tot gevolg dat de burgerlijke rechter onbevoegd wordt om te oordelen over deze vordering.

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt in zoverre naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 188,50 euro en voor de verweerder op 302,72 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 17 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Ontdoken rechten of accijnzen

  • Burgerlijke rechtsvordering

  • Bevoegde rechter