- Arrest van 22 oktober 2013

22/10/2013 - P.12.1940.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De door een deskundige gedane vaststellingen, dit zijn de precieze door hem in het kader van zijn opdracht persoonlijk vastgestelde feiten, hebben een authentieke bewijswaarde, die enkel door de instelling van de valsheidsprocedure kan worden ontkracht; het uit deze vaststellingen door de deskundige afgeleide advies heeft daarentegen geen bijzondere bewijswaarde, maar wordt vrijelijk door de rechter beoordeeld.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1940.N

J B,

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Johan Durnez, advocaat bij de balie te Leuven,

tegen

S B,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 30 oktober 2012.

De eiseres voert in een verzoekschrift en in een memorie die aan dit arrest zijn ge-hecht, respectievelijk een middel en drie middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Enig middel van het verzoekschrift en eerste middel van de memorie

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1315 en 1341 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 870 en 962 Gerechtelijk Wetboek, evenals miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: door de vaststel-lingen van de deskundige in twijfel te trekken, miskent het arrest de authentieke bewijswaarde ervan; het arrest neemt ongemotiveerd aan dat de eiseres geen enkel bewijs voorbrengt van materiële schade en dat er geen mathematische elementen voorhanden zijn ter berekening van de morele schadevergoeding; het gaat regel-recht voorbij aan de uitgebreide argumentatie in de appelconclusie van de eiseres die meermaals heeft gewezen op het belang van het bewijs via deskundigen en het uitgebreid onderbouwd onderzoek door de deskundige; het is de rechter nochtans niet toegestaan willekeurig of louter op intuïtie een deskundigenonderzoek terzij-de te schuiven zonder rekening te houden met de gefundeerde argumenten van partijen; door de vordering van de eiseres tot schadeloosstelling slechts in beperkte mate toe te kennen, miskent het arrest het recht van de eiseres het bewijs van die schade te leveren evenals haar recht van verdediging.

2. De door een deskundige gedane vaststellingen, dit zijn de precieze door hem in het kader van zijn opdracht persoonlijk vastgestelde feiten, hebben een authentieke bewijswaarde, die enkel door de instelling van de valsheidsprocedure kan worden ontkracht. Het uit deze vaststellingen door de deskundige afgeleide advies heeft daarentegen geen bijzondere bewijswaarde, maar wordt vrijelijk door de rechter beoordeeld.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

3. Het middel preciseert niet van welke door de deskundige gedane vaststellin-gen het arrest de authentieke bewijswaarde miskent.

In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.

4. Met de redenen die het bevat, motiveert het arrest (p. 4-6) het oordeel dat er geen bewijs van materiële schade wordt voorgebracht en dat de morele schade-vergoeding forfaitair en in alle billijkheid dient te gebeuren.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

5. Ook vermeldt het arrest (p. 4-6) de redenen waarom het verslag van de des-kundige in zijn besluitvorming niet kan overtuigen en waarom de bepaling van de globale invaliditeit niet onderbouwd en arbitrair is. Het schuift dan ook niet zo-maar, willekeurig en louter op intuïtie het deskundigenverslag terzijde zonder acht te slaan op de argumenten van de eiseres.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

6. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling door de rechter van de bewijswaarde van het advies van de deskundige.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel van de memorie

7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest gaat regelrecht voorbij aan de uitgebreide argumentatie, schadebegroting en aange-haalde jurisprudentie in de besluiten van de eiseres, die de vaststellingen van de deskundige bevestigen; met de algemene bewoordingen die het arrest bevat met betrekking tot het niet-bewezen zijn van de materiële schade en het niet-voorhanden zijn van mathematische elementen voor de berekening van de morele schade, beantwoordt het niet de specifieke grieven van de eiseres.

8. Met de redenen die het bevat, beantwoordt het arrest (p. 4-6) wel degelijk de specifieke grieven van de eiseres omtrent het bewijs van de materiële schade en de berekening van de morele schadevergoeding.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Derde middel van de memorie

9. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 984 en 985 Gerechtelijk Wetboek, evenals miskenning van het recht van verdediging: door zonder meer het deskundigenverslag als niet onderbouwd en arbitrair te ver-werpen, miskent het arrest eiseres' rechten; het arrest had in die omstandigheden het debat moeten heropenen om de eiseres toe te laten een verhoor van de deskun-dige, een aanvullend deskundigenonderzoek, een college van deskundigen of een bijkomend verhoor te vorderen.

10. De rechter beoordeelt vrij de bewijswaarde van het advies van een deskun-dige. Uit geen enkele verdrags- of wettelijke bepaling of algemeen rechtsbeginsel volgt dat de rechter die oordeelt dit advies, waaromtrent partijen tegenspraak heb-ben kunnen voeren, niet te moeten volgen, verplicht is het debat te heropenen.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 259,90 euro waarvan 39,11 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 22 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Deskundigenonderzoek