- Arrest van 25 oktober 2013

25/10/2013 - F.12.0191.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 196, §2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in de versie ervan die van toepassing is op het geschil, en uit artikel 15, §§1 en 5, van het Wetboek van vennootschappen volgt dat een vennootschap die, hoewel zij deel uitmaakt van een groep vennootschappen, beantwoordt aan de criteria van artikel 15, §1, van het Wetboek van vennootschappen, buiten het toepassingsgebied valt van artikel 196, §2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en bijgevolg het voordeel behoudt van de volledige aftrek van de eerste afschrijvingsannuïteit voor het boekjaar tijdens hetwelk het betrokken actief werd aangeschaft of tot stand gebracht, los van het tijdstip van die aanschaffing of totstandbrenging (1). (1) Eensluidende schriftelijke concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0191.F

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

PARKING CATHÉDRALE nv,

Mrs. Didier Matray en Gautier Matray, advocaten bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 9 maart 2012.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 4 oktober 2013 ter griffie een conclu-sie op de griffie neergelegd.

Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Krachtens artikel 196, § 2, WIB1992 in de versie die van toepassing is op het ge-schil, kunnen de vennootschappen die op grond van artikel 15 Wetboek Vennoot-schappen niet als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin het immaterieel of materieel vast actief werd verkregen of tot stand gebracht, de eerste afschrijvingsannuïteit slechts in verhouding tot het gedeelte van het boekjaar vanaf de verkrijging of de totstandbrenging, als beroepskosten aftrekken.

Volgens artikel 15, § 1, Wetboek Vennootschappen, zoals het van toepassing is op het geschil, zijn kleine vennootschappen deze vennootschappen met rechtsper-soonlijkheid die voor het laatst afgesloten boekjaar, betreffende het jaargemiddel-de van het personeelsbestand, de jaaromzet, exclusief de btw of het balanstotaal, niet meer dan één van in de tekst vermelde grenzen overschrijden.

Paragraaf 5 van dat artikel bepaalt dat, als de vennootschap met één of meer ande-re vennootschappen verbonden is in de zin van artikel 11, de criteria inzake omzet en balanstotaal bedoeld in § 1 berekend worden op geconsolideerde basis en dat, wat het criterium personeelsbestand betreft, het aantal werknemers wordt opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.

De in artikel 15, § 5, Wetboek Vennootschappen vervatte verplichting om, in het geval van een vennootschap die met één of meer andere vennootschappen verbon-den is, het aantal werknemers dat in elk van de betrokken verbonden vennoot-schappen wordt tewerkgesteld, op te tellen en de omzet en het balanstotaal van elk van hen op geconsolideerde basis te berekenen, teneinde, voor elk van, de naleving te beoordelen van de in paragraaf 1 van dat artikel vermelde limieten, geeft aan die limieten een draagwijdte, die eigen is aan de groepen vennootschap-pen, en die ze niet kunnen verkrijgen louter op grond van de verwijzing in artikel 196, § 2, WIB1992, naar artikel 15, § 1.

Uit de voornoemde wetsbepalingen volgt dat een vennootschap die, hoewel zij deel uitmaakt van een groep vennootschappen, beantwoordt aan de criteria van ar-tikel 15, § 1, Wetboek Vennootschappen, buiten het toepassingsgebied valt van artikel 196, § 2, WIB1992 en bijgevolg het voordeel behoudt van de volledige af-trek van de eerste afschrijvingsannuïteit voor het boekjaar tijdens hetwelk het be-trokken actief werd aangeschaft of tot stand gebracht, los van het tijdstip van die aanschaffing of totstandbrenging.

Het middel, dat uitgaat van een tegengestelde opvatting, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep;

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 25 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Eerste afschrijvingsannuïteit

  • Volledige aftrek

  • Groep vennootschappen

  • Een enkele vennootschap

  • Criteria