- Arrest van 5 november 2013

05/11/2013 - P.12.1824.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een tijdens de rechtspleging voor het Hof tussen de vervolgende partij en de eiser in cassatie gesloten en uitgevoerde transactie in de zin van artikel 263 AWDA heeft ten aanzien van de eiser het verval van de strafvordering tot gevolg zodat de ten aanzien van eiser genomen beslissing op de strafvordering zonder uitwerking blijft en het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1824.N

I

CLEANING MASTERS nv, met zetel te 2170 Antwerpen (Merksem), West-kaai 11,

beklaagde,

eiseres,

II

1. N P J M E D S,

beklaagde,

2. S W,

beklaagde,

eisers,

alle cassatieberoepen tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der douane en accijnzen te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Sint-Lievenslaan 27,

vervolgende partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 11 oktober 2012.

De eisers voeren geen middel aan.

De eiseres I doet afstand van haar cassatieberoep.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweerder en de eisers II tijdens de rechtspleging voor het Hof een transactie in de zin van arti-kel 263 AWDA hebben gesloten en uitgevoerd.

Die transactie heeft ten aanzien van de eisers II het verval van de strafvordering tot gevolg. Bijgevolg blijft de ten aanzien van die eisers genomen beslissing op de strafvordering zonder uitwerking.

De cassatieberoepen II hebben geen bestaansreden meer.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep I.

Stelt vast dat de strafvordering ten aanzien van de eisers II vervallen is zodat het bestreden arrest, wat de beslissing op die strafvordering betreft, ten aanzien van hen zonder uitwerking blijft.

Beveelt dat van dit arrest zal melding worden gemaakt op de kant van het bestre-den arrest.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 126,01 euro waarvan op het cassatieberoep I 61,35 euro verschuldigd is en op het cassatieberoep II 64,66 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 5 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Douane en accijnzen

  • Rechtspleging voor het Hof van Cassatie

  • Transactie

  • Afsluiten en uitvoeren van transactie tijdens de rechtspleging