- Arrest van 6 november 2013

06/11/2013 - P.12.2089.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De daad waarmee een onderzoeksrechter de speurders vraagt een lijst op te maken van de in het dossier vergaarde gegevens, toont aan dat die magistraat de zaak in staat van wijzen heeft willen brengen en wordt beschouwd als een daad van onderzoek of van vervolging die de verjaring stuit; het doet niet ter zake of er aan dat verzoek al dan niet gevolg is gegeven (1). (1) Zie Cass. 4 dec. 1973, AC 1974, nr. 382.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.2089.F

O. H.,

Mr. Alain Colmant, advocaat bij de balie te Bergen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 9 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel verwijt het bestreden arrest dat het oordeelt dat de verjaring door een onderzoekshandeling is gestuit, hoewel die handeling niet tot doel had bewijzen te vergaren en, aangezien ze zonder gevolg is gebleven, geen gevolgen heeft gehad voor het in staat van wijzen brengen van de zaak.

Artikel 22, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de verjaring van de strafvordering slechts wordt gestuit door daden van onderzoek of van vervolging, verricht binnen de in artikel 21 van die wet bepaalde termijn.

De akte waarmee een onderzoeksrechter verzoekt een lijst op te maken van de vergaarde gegevens, toont aan dat die magistraat de zaak in staat van wijzen heeft willen brengen. Het doet niet ter zake of er aan dat verzoek al dan niet gevolg is gegeven.

De appelrechters, die geoordeeld hebben dat de feiten, gesteld dat ze bewezen zijn, de uitvoering zouden zijn van één en hetzelfde misdadig opzet en dat het laatste feit op 27 november 2003 zou zijn gepleegd, stellen vast dat de verjaring van de strafvordering was gestuit door een regelmatig verrichte handeling van de onderzoeksrechter om de zaak in staat van wijzen te brengen, met name door een kantschrift van 15 juli 2008 waarbij die magistraat de speurders herinnert aan het vorige kantschrift van 8 september 2006, waarin hun gevraagd werd een synthese te maken van de elementen van de zaak en om de huidige toestand opnieuw te be-kijken.

Het arrest verantwoordt zijn beslissing dus naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 6 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Daad van onderzoek of van vervolging