- Arrest van 12 november 2013

12/11/2013 - P.13.0956.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 187, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat hij die onder een bepaalde identiteit bij verstek werd veroordeeld, tegen dit vonnis verzet kan aantekenen onder die identiteit, ook als blijkt dat hij in werkelijkheid een andere identiteit heeft, voor zover vaststaat dat de verzetdoende wel degelijk de persoon is die bij verstek werd veroordeeld; de omstandigheid dat hij die bij verstek werd veroordeeld en die tegen het hem veroordelend vonnis vervolgens verzet aantekent, in de verzetsakte melding maakt van een identiteit die niet de zijne is en aldus gebeurlijk een of meerdere misdrijven pleegt, berooft hem niet van het recht verzet aan te tekenen tegen het vonnis dat hem bij verstek veroordeelt (1). (1) Zie artikel 518 Wetboek van Strafvordering en Cass. 21 oktober 1861, Pas. 1862, I, 218.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0956.N

D T, geïdentificeerd als D S,

beklaagde, aangehouden,

eiser,

met als raadslieden mr. Maarten Vandermeersch en mr. Thomas Gillis, advocaten bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 11 april 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 187 Wetboek van Strafvorde-ring: het arrest oordeelt ten onrechte dat eisers verzet niet ontvankelijk is; het ver-stekarrest veroordeelde D T, geboren op ( ... ) en beval zijn onmiddellijke aan-houding; dit verstekarrest werd aan de eiser betekend en onder die identiteit ten uitvoer gelegd, niettegenstaande de Belgische overheid ingevolge de uitleverings-procedure met Frankrijk kennis had van de ware identiteit van de eiser, zijnde D S, geboren op ( ... ) ; niet toelaten dat hij die bij verstek is veroordeeld daartegen verzet kan aantekenen binnen een termijn van vijftien dagen na de betekening van het verstekarrest schendt de voormelde bepaling.

2. Artikel 187, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt:

"Hij die bij verstek is veroordeeld, kan tegen het vonnis in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is betekend.

Is de betekening van het vonnis niet aan de beklaagde in persoon gedaan, dan kan deze, wat de veroordelingen tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen. Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijf-tien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld. Indien het niet blijkt dat hij kennis heeft gekregen van de betekening, kan de beklaagde in verzet komen totdat de termijnen van verjaring van de straf zijn ver-streken. Wat de burgerrechtelijke veroordelingen betreft, kan hij in verzet komen tot de tenuitvoerlegging van het vonnis."

3. Uit die bepalingen volgt dat hij die onder een bepaalde identiteit bij verstek werd veroordeeld, tegen dit vonnis verzet kan aantekenen onder die identiteit, ook als blijkt dat hij in werkelijkheid een andere identiteit heeft, voor zover vaststaat dat de verzetdoende wel degelijk de persoon is die bij verstek werd veroordeeld. De omstandigheid dat hij die bij verstek werd veroordeeld en die tegen het hem veroordelend vonnis vervolgens verzet aantekent, in de verzetsakte melding maakt van een identiteit die niet de zijne is en aldus gebeurlijk een of meerdere misdrijven pleegt, berooft hem niet van het recht verzet aan te tekenen tegen het vonnis dat hem bij verstek veroordeelt.

Het arrest dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

4. De overige grieven die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 180,90 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 12 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Veroordeling bij verstek onder bepaalde identiteit

  • Verzet aangetekend onder die identiteit

  • Werkelijke identiteit