- Arrest van 19 november 2013

19/11/2013 - P.13.1779.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 47sexies, §2, tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de vereiste van het bestaan van “ernstige aanwijzingen” geen betrekking heeft op “ernstige aanwijzingen van schuld in hoofde van een persoon”, maar op de ernst van de strafbare feiten; deze vereiste houdt immers enkel verband met de proportionaliteitseis (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1779.N

P E,

inverdenkinggestelde, aangehoudene,

eiseres,

met als raadsman mr. Thomas Vandemeulebroucke, advocaat bij de balie te Kort-rijk.

I. RECHTSPLEGING VAN HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 5 november 2013.

De eiseres voert in een verzoekschrift dat bij de akte van cassatieberoep is neerge-legd en die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Op 14 november 2013 heeft eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger ter grif-fie een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht en eerste advocaat-generaal Pa-trick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste en tweede onderdeel

1. De onderdelen voeren schending aan van de artikelen 47sexies en 56bis Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte "dat het loutere ge-bruik van een warmtebeeldcamera niet BOM-plichtig is"; een warmtebeeldcamera is een technisch hulpmiddel in de zin van artikel 47sexies Wetboek van Straf-vordering, zodat de observatie een stelselmatige observatie betrof met een tech-nisch hulpmiddel binnen het kader van een zuiver reactief onderzoek op grond van een louter vermoeden, waarbij niet voldaan was aan de vereiste van artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering, met name dat er "ernstige aanwijzingen van schuld" moeten zijn in hoofde van een persoon; de eerste waarneming werd uitgevoerd één dag voor de machtiging tot observatie, met een duurtijd van één maand, werd verleend (eerste onderdeel); het arrest oordeelt ten onrechte dat "een warmtebeeldcamera een toestel is dat gebruikt wordt voor het nemen van foto's. In casu werd dit ook niet gebruikt om een observatie zoals bedoeld in artikel 56bis, tweede lid,[Wetboek van Strafvordering] uit te voeren"; een warmtecamera is bedoeld om "in" de woning te kijken, met name of er zich "in de woning een warmtebron voordoet", zodat het gaat om een stelselmatige technische observatie die onregelmatig is, omdat de observatie uitgevoerd werd op grond van een louter vermoeden en buiten de machtigingsperiode en de observatie overeenkomt met een inkijkoperatie "in" een woning met gebruik van een technisch hulpmiddel; op basis van de onregelmatige observatie komt men tot een huiszoeking, die leidt tot het bevel tot aanhouding, dat eveneens onregelmatig is (tweede onderdeel).

2. Artikel 47sexies, § 2, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt :

"Een observatie met gebruik van technische hulpmiddelen kan enkel gemachtigd worden wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een correc-tionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben."

3. Anders dan het eerste onderdeel voorhoudt, volgt uit deze bepaling dat de vereiste van het bestaan van "ernstige aanwijzingen" geen betrekking heeft op "ernstige aanwijzingen van schuld in hoofde van een persoon", maar op de ernst van de strafbare feiten. De vereiste van artikel 47sexies, § 2, tweede lid, Wetboek van Strafvordering houdt immers enkel verband met de proportionaliteitseis.

In zoverre het eerste onderdeel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

4. Artikel 47sexies, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt :

"§ 1. Observatie in de zin van dit wetboek is het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen.

Een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek is een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen ge-spreid over een periode van een maand, een observatie waarbij technische hulp-middelen worden aangewend, een observatie met een internationaal karakter, of een observatie uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale po-litie.

Een technisch hulpmiddel in de zin van dit wetboek is een configuratie van com-ponenten die signalen detecteert, deze transporteert, hun registratie activeert en de signalen registreert, met uitzondering van de technische middelen die worden aangewend om een maatregel als bedoeld in artikel 90ter uit te voeren.

Een toestel gebruikt voor het nemen van foto's wordt uitsluitend beschouwd als een technisch hulpmiddel in de zin van dit Wetboek in het geval bedoeld in artikel 56bis, tweede lid."

5. Artikel 56bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt :

"Alleen de onderzoeksrechter kan bovendien een observatie machtigen, zoals be-doeld in artikel 47sexies, met gebruik van technische hulpmiddelen om zicht te verwerven in een woning, of in de door deze woning omsloten eigen aanhorigheid in de zin van de artikelen 479, 480 en 481 van het Strafwetboek, of in een lokaal dat aangewend wordt voor beroepsdoeleinden of de woonplaats van een advocaat of een arts zoals bedoeld in het derde lid, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een misdrijf uitmaken of zouden uitmaken zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, of gepleegd worden of zouden worden in het kader van een criminele organisatie zoals bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek."

6. Een warmtebeeldcamera is een toestel dat gebruikt wordt voor warmtefoto-grafie, waarbij op afstand opnames kunnen worden gemaakt van objecten die warmte uitstralen en waarbij de warmteverschillen vertaald of omgezet worden in verschillende kleurschakeringen.

Een dergelijk toestel beantwoordt aan het begrip "toestel gebruikt voor het nemen van foto's", zoals bedoeld in artikel 47sexies, § 1, laatste lid, Wetboek van Straf-vordering en kan enkel beschouwd worden als een "technisch hulpmiddel" in de zin van artikel 47sexies, § 1, derde lid, Wetboek van Strafvordering, wanneer het gebruikt wordt in het kader van een inkijkoperatie, zoals bedoeld in artikel 56bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

7. Een warmtebeeldcamera detecteert en meet enkel warmteverschillen aan de buitenoppervlakten van de gefotografeerde objecten zonder concrete of gedetail-leerde beelden op te leveren betreffende de aanwezigheid of de gedragingen van personen binnen in de woning, de aanwezigheid van zaken in de woning of van gebeurtenissen die zich binnen in de woning voordoen. Het gebruik van een warmtebeeldcamera laat niet toe om zicht te verwerven in een woning of in de door een woning omsloten eigen aanhorigheid in de zin van de artikelen 479, 480 en 481 van het Strafwetboek of in een lokaal dat aangewend wordt voor beroeps-doeleinden of de woonplaats van een advocaat of een arts. Het gebruik van een warmtebeeldcamera kan bijgevolg niet aangezien worden als het gebruik van een technisch hulpmiddel bij een inkijkoperatie.

De onderdelen, die voorhouden dat een warmtebeeldcamera een technisch hulp-middel is en de observatie waarbij van dit technisch hulpmiddel gebruikt wordt gemaakt, een stelselmatige observatie is, zodat er een machtiging vereist was, ver-trekken van een onjuiste rechtsopvatting en falen in zoverre naar recht.

Derde onderdeel

8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 16 Voorlopige Hechteniswet : het arrest oordeelt met betrekking tot het bestaan van ernstige schuldaanwijzingen ten onrechte dat de onderzoeksrechter zich steunde op de resultaten van de regel-matig uitgevoerde huiszoeking en niet op de gegevens die verkregen werden tij-dens de uitvoering van de observatie; de beweerde ernstige aanwijzingen van schuld, voortkomende uit de huiszoeking, zijn er enkel gekomen door tussenkomst van de onregelmatige observatie en het arrest kan bijgevolg niet oordelen dat het aanhoudingsbevel niet is gesteund op gegevens die verkregen werden tijdens de uitvoering van de observatie.

9. Het onderdeel is geheel afgeleid uit de in het eerste en tweede onderdeel te-vergeefs aangevoerde onwettigheid.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Vierde onderdeel

10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest heeft op geen enkele wijze geantwoord op noch verwezen naar de conclusie die door de eiseres ter rechtszitting werd neergelegd en mondeling verdedigd.

11. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de on-derzoeksgerechten inzake voorlopige hechtenis.

In zoverre het onderdeel de schending van dit grondwetsartikel aanvoert, faalt het naar recht.

12. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters "nergens antwoorden op de conclusie van de eiseres, (...) niettegenstaande alles wat in besluiten (...) wordt uiteengezet", zonder te verduidelijken op welk precies verweer het arrest verzuimt te antwoorden, is het niet ontvankelijk bij gebrek aan nauwkeurigheid.

13. Voor het overige beantwoordt het arrest het verweer van de eiseres betref-fende "de problematiek aangaande het afleveren van een machtiging voor een stelselmatige observatie op basis van een eenvoudig vermoeden" door de verwij-zing naar de in het arrest opgenomen schriftelijke vordering van de procureur-generaal.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 74,31 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 19 november 2013 uitgesproken door eerste voorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem E. Goethals

Vrije woorden

  • Opsporingsonderzoek

  • Opsporingshandelingen

  • Observatie

  • Stelselmatige observatie

  • Observatie met technische hulpmiddelen

  • Voorwaarde

  • Ernstige aanwijzingen omtrent de ernst van de strafbare feiten