- Arrest van 20 november 2013

20/11/2013 - P.13.1105.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vervolging wegens witwassen, in België, van op onrechtmatige wijze in het buitenland verkregen gelden, vereist geen identificatie van de misdaad of het wanbedrijf met behulp waarvan de vermogensvoordelen zijn verkregen en evenmin dat de uitoefening van de strafvordering wegens dat oorspronkelijk misdrijf tot de territoriale bevoegdheid van de Belgische rechter behoort.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1105.F

B. I.,

Mrs. Patrick De Wolf en Fabian Tchekemian, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

PARK HOTEL, vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Congolees recht,

Mrs. Paul-Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, en Rafaël Jaffareli, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 mei 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De eiser voert schending aan van de artikelen 63 en volgende Wetboek van Straf-vordering. Hij voert aan dat de klager geen hoedanigheid had om zich in naam van de verwerende vennootschap burgerlijke partij te stellen en dat de kamer van inbeschuldigingstelling dus diende vast te stellen dat de zaak onregelmatig bij de onderzoeksmagistraat aanhangig was gemaakt.

Het middel, dat op de bewering steunt dat de klager slechts is opgetreden op grond van een valse volmacht, wat het arrest niet vaststelt, vermengt feit en recht en is dus niet ontvankelijk.

Tweede middel

De eiser voert aan dat het Belgisch gerecht zich niet bevoegd kan verklaren om kennis te nemen van de hem ten laste gelegde witwaspraktijken. De grief steunt op de bewering dat de litigieuze gelden op een rekening in Congo waren gestort, dat niets erop wijst dat daarvoor onrechtmatig verkregen geldsommen zijn ge-bruikt en dat het bankonderzoek geen verband aantoont tussen de geldsommen waarmee de Belgische rekeningen van de eiser werden gecrediteerd, enerzijds, en de verduisteringen waarover de verwerende vennootschap haar beklag doet, an-derzijds.

In zoverre het middel de miskenning aanvoert van het algemeen rechtsbeginsel van de niet-terugwerkende kracht van de strafwet, zonder uit te leggen waarom het bestreden arrest dat beginsel miskent, is het niet ontvankelijk wegens gebrek aan duidelijkheid.

In zoverre het middel de grondslag betwist van de tegen de eiser ingestelde straf-vordering wegens witwassen, houdt het geen verband met het bestreden arrest en is het niet ontvankelijk omdat het een feitelijk onderzoek van de gegevens van de zaak vereist.

De appelrechters verantwoorden hun beslissing naar recht door, ter bevestiging van de territoriale bevoegdheid van België, te oordelen dat er in België feiten zouden zijn gepleegd die als witwassen zijn omschreven, ofschoon de op het grondgebied van het Rijk witgewassen gelden afkomstig zijn van in het buiten-land gepleegde misdrijven.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde middel

Het middel voert met name de schending aan van de artikelen 131 Wetboek van Strafvordering en 6.1 EVRM. Het arrest wordt verweten te oordelen dat uit het enkele feit dat de burgerlijke partij de aan de inverdenkinggestelde gerichte bank-uittreksels op onrechtmatige wijze zou hebben verkregen, niet kan worden afge-leid dat de strafvordering niet ontvankelijk zou zijn.

De rechter kan een onregelmatig bewijs slechts weren wanneer het is verkregen met schending van een op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvorm, als de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs aantast of de aanwending ervan het recht op een eerlijke behandeling van de zaak in het gedrang brengt.

De eerlijke behandeling van de zaak moet worden beoordeeld in het licht van de rechtspleging in haar geheel. Een schending van artikel 6.1 EVRM kan niet wor-den afgeleid uit het feit alleen dat bij het afsluiten van het vooronderzoek, de strafvordering ontvankelijk wordt verklaard hoewel een van de partijen de andere verwijt dat zij het tegen haar ingebrachte bewijsmateriaal heeft gestolen of ver-duisterd.

Het middel kan dus niet worden aangenomen.

Vierde middel

De eiser voert aan dat de strafgerechten moeten eerbiedigen wat in een derde land werd gewezen en dat er, bij ontstentenis van een veroordeling wegens verduiste-ring in dat land, achteraf geen sprake kan zijn van het witwassen van geld in Bel-gië.

Er bestaat geen internationaal gezag van gewijsde van een beslissing tot sepone-ring.

De Belgische strafrechter moet alleen rekening houden met de beslissing die door een buitenlandse strafrechter jegens een inverdenkinggestelde is gewezen, als het misdrijf waarvan hij kennisneemt in het buitenland is gepleegd.

Het arrest stelt vast dat de bestanddelen van het witwassen in België zouden zijn voltrokken.

De vervolging wegens het witwassen in België van op onrechtmatige wijze in het buitenland verkregen geldsommen, vereist geen identificatie van de misdaad of van het wanbedrijf met behulp waarvan de vermogensvoordelen zijn verkregen en evenmin dat de uitoefening van de strafvordering wegens dat oorspronkelijk mis-drijf tot de territoriale bevoegdheid van de Belgische rechter behoort.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 20 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Witwassen in België van onrechtmatig in het buitenland verkregen gelden

  • Bevoegdheid van de Belgische strafrechter