- Arrest van 20 november 2013

20/11/2013 - P.13.1735.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 12 van het Verdrag, dat het recht om te huwen waarborgt, onttrekt de uitoefening ervan niet aan de naleving van de nationale wetten waardoor dit wordt geregeld; tot die wetten behoort artikel 146bis van het Burgerlijk Wetboek, naar luid waarvan er geen huwelijk is wanneer uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet gericht is op het totstandbrengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het verkrijgen van een verblijfsrechtelijk voordeel; het arrest dat oordeelt dat de intentie van de eiser niet gericht is op het totstandbrengen van een levensgemeenschap met de persoon die hij verklaart te willen huwen, beslist naar recht dat de maatregel van vrijheidsberoving het aangevoerde recht niet schaadt (1). (1) Zie Cass. 20 okt. 2010, AR P.10.1545.F, AC 2000, nr. 617.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1735.F

J. A.,

Mr. Dominique Andrien, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 22 oktober 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De eiser voert aan dat hij beroep heeft aangetekend tegen de weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand om zijn huwelijk te voltrekken. Hij voert aan dat de Dienst Vreemdelingenzaken, door hem van zijn vrijheid te beroven voordat de rechtbank van eerste aanleg over dat beroep uitspraak had gedaan, afbreuk heeft gedaan aan zijn recht om te huwen, gewaarborgd door artikel 12 EVRM. Hij verwijt het arrest dat het die schending overneemt door de maatregel van vrij-heidsberoving te bevestigen en dat het afbreuk doet aan het daadwerkelijk ka-rakter van dat beroep, vermits de huwelijksprocedure vereist dat de betrokkene in België aanwezig is.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat de eiser zal worden uitgewezen vóór de afloop van de procedure die hij op grond van artikel 167, zesde lid, Burgerlijk Wetboek, heeft ingesteld, berust het op een veronderstelling en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

Artikel 12 EVRM, dat het recht om te huwen waarborgt, onttrekt de uitoefening ervan niet aan de naleving van de nationale wetten waardoor dat recht wordt gere-geld.

Tot die wetten behoort artikel 146bis Burgerlijk Wetboek, naar luid waarvan er geen huwelijk is wanneer uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet gericht is op het tot stand brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het verkrijgen van een verblijfsrechtelijk voordeel.

Met overneming van de redenen van het advies van het openbaar ministerie oor-deelt het arrest dat de intentie van de eiser niet gericht is op het tot stand brengen van een levensgemeenschap met de persoon die hij verklaart te willen huwen.

Door die beoordeling, die van feitelijke aard is, beslist het arrest naar recht dat de maatregel van vrijheidsberoving het aangevoerde recht niet schaadt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 20 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Recht te huwen

  • Illegaal verblijvende vreemdeling

  • Verwijdering van het grondgebied

  • Trouwplannen in België

  • Geen intentie om een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen