- Arrest van 22 november 2013

22/11/2013 - F.12.0103.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De principiële vrijstelling als bedoeld in artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kan niet worden toegepast voor de technische voorzieningen voor egalisatie en catastrofen inzake de kredietverzekering, aangezien er geen koninklijk besluit ter uitvoering van die bepaling is uitgevaardigd (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0103.F

ATRADIUS CREDIT INSURANCE, vennootschap naar Nederlands recht,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 7 december 2011.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 25 oktober 2013 een conclusie neerge-legd op de griffie.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepaling

- Artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Aangevochten beslissingen

Het arrest stelt met zijn eigen redenen en met verwijzing naar de vaststellingen van de eerste rechter vast dat de naamloze vennootschap Gerling Namur Assurances du Crédit, de oorspronkelijke eiseres ten aanzien van wie de eiseres het geding heeft hervat, op 31 december 1999 in haar jaarrekeningen een provisie voor egalisatie betreffende het kredietrisico heeft aangelegd; dat Gerling die provisie heeft aangelegd teneinde te voldoen aan de verplichting van artikel 16, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en de besluiten en verordeningen die ter uitvoering van die bepaling zijn uitgevaardigd; dat Gerling ervan uitging dat die provisie vrijgesteld was in haar aangifte in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2000; dat de administratie ten laste van Gerling voor dat aanslagjaar een bijkomende aanslag heeft vastgesteld, nadat zij, met een bericht van wijziging, de vrijstelling geweigerd had; dat de gewestelijk directeur in zijn beslissing van 20 augustus 2003 het bezwaar van Gerling tegen die heffing heeft verworpen; dat Gerling tegen die beslissing beroep heeft ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg te Namen; dat de eiseres het door Gerling ingeleide geding heeft hervat en dat de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard; dat de verweerder tegen dat vonnis hoger beroep heeft ingesteld;

vervolgens doet het arrest de beslissing van de eerste rechter teniet en beslist dat de litigieuze provisie voor egalisatie niet vrijgesteld is.

Het arrest steunt die beslissing op de onderstaande redenen:

"De provisies voor risico's en lasten zijn in beginsel belastbaar met toepassing van artikel 25, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, dat luidt als volgt: ‘winst omvat eveneens: [...] alle reserves, voorzorgfondsen of voorzieningen, het naar het volgende jaar overgebrachte resultaat en alle sommen waaraan een soortgelijke bestemming is gegeven'. Bijgevolg dient [de eiseres] aan te tonen dat een van die bepaling afwijkende regel van toepassing is. Zij voert daartoe [...] artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan, luidens hetwelk ‘binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald door de Koning [...] de technische voorzieningen bedoeld in artikel 16, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen [worden] vrijgesteld'. De betekenis van die bepaling die voortvloeit uit de ondubbelzinnige bewoordingen ervan, is dat zij geen principiële vrijstelling van de technische provisies vastlegt, die, zoals de eiseres beweert, onvoorwaardelijk en onbegrensd is onder voorbehoud van de door de Koning bepaalde voorwaarden en grenzen, maar voorziet in de vrijstelling van die technische provisies ‘binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald door de Koning', dus uitsluitend onder die voorwaarden en binnen die grenzen. Een klare en duidelijke tekst mag niet worden geïnterpreteerd en de parlementaire voorbereiding van een wet mag niet tegen een dergelijke tekst worden aangevoerd [...]. Voorts, en ten overvloede, kan uit de volledige lezing van de parlementaire voorbereiding worden opgemaakt dat, ondanks het akkoord van de ministerraad over het beginsel van de aftrekbaarheid van de technische provisies voor egalisatie, het ‘noodzakelijk [werd geacht] een wettelijke basis in te voeren voor het geheel van de door de verzekeringsondernemingen aangelegde technische voorzieningen', en gepreciseerd dat ‘de door de verzekeringsondernemingen aangelegde technische voorzieningen zullen vervat worden in een specifiek artikel in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, met name artikel 194bis', en dat ‘de voorwaarden en de grenzen van vrijstelling [...] per categorie van technische voorziening onverwijld in het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 [zullen] worden opgenomen door aanpassing en aanvulling van de bestaande administratieve bepalingen.' (zie Gedr. St., Kamer, 1998-1999, 1949/7[lees: 1949/5], p. 7 en 8). Bijgevolg was het niet de bedoeling van de wetgever, die artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in die context goedkeurde, te voorzien in een onvoorwaardelijke en onbegrensde principiële vrijstelling van de technische provisies, zoals de eiseres beweert, maar aan de Koning over te laten de vrijstellingsgrenzen en voorwaarden per categorie technische provisies te bepalen. [...] Ter uitvoering van artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 heeft de Koning slechts gehandeld door het koninklijk besluit van 13 mei 1999, dat de vrijstelling van de provisie voor egalisatie en catastrofen slechts binnen bepaalde grenzen vastlegt, namelijk ‘wat betreft de risico's als vermeld in artikel 73.3', zijnde ‘met betrekking tot de risico's in verband met natuurelementen, de lucht- en ruimtevaartrisico's en de risico's in verband met aanslagen en arbeidsconflicten' en ‘met betrekking tot de risico's inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid in verband met milieuverontreiniging en van producten met gebreken' (zie artikel 73.3, 1° en 2°, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992). Dat koninklijk besluit heeft geen betrekking op de technische provisies voor egalisatie en catastrofen inzake de kredietverzekering en het verslag aan de Koning voor dat besluit is ondubbelzinnig omtrent de noodzaak van een later optreden van de Koning om de regeling vast te leggen voor de overige technische provisies, en meer bepaald inzake kredietverzekeringen [...] Zonder koninklijk besluit dat de voorwaarden en grenzen vastlegt voor de vrijstelling van die overige technische provisies, meer bepaald inzake kredietverzekering, moet dus worden gesteld dat de eiseres zich tevergeefs beroept op artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 als grondslag voor de vrijstelling van de kwestieuze provisie."

Grieven

Artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moet geacht worden conform de Grondwet te zijn, inzonderheid de artikelen 170, § 1 , en 172, tweede lid, ervan.

Uit die grondwetsbepalingen volgt dat belastingzaken een bevoegdheid zijn die de Grondwet aan de wet voorbehoudt, zodat de aan de Koning gedane overdracht geen betrekking kan hebben op het beginsel zelf van de vrijstelling, maar enkel op de uitvoeringsmaatregelen.

Zonder koninklijk uitvoeringsbesluit tot vaststelling van de bijkomende voorwaarden en grenzen, is de provisie voor egalisatie inzake kredietverzekering bijgevolg vrijgesteld krachtens artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 indien zij aangelegd is overeenkomstig artikel 16, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en de ter uitvoering van die bepaling uitgevaardigde besluiten en verordeningen.

Die uitlegging is niet onverenigbaar met de algemene bewoordingen van artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, noch met de wil van de wetgever in de parlementaire voorbereiding van die bepaling. Het verslag aan de Koning voor het koninklijk besluit van 13 mei 1999 is irrelevant om de wil van de wetgever te bepalen bij de goedkeuring van artikel 194bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 waarvan dat koninklijk besluit de uitvoering vormt.

Het arrest dat niet ontkent dat de kwestieuze provisie wordt bedoeld in artikel 16, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsonderne-mingen, waar wel beslist dat die provisie, zonder koninklijk uitvoeringsbesluit, niet vrijgesteld is, schendt bijgevolg artikel 194bis van het Wetboek van de inkom-stenbelastingen 1992.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Krachtens artikel 194bis van het WIB1992 worden de in artikel 16, § 1, Contro-lewet Verzekeringen bedoelde technische provisies vrijgesteld binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald door de Koning.

De principiële vrijstelling als bedoeld in die wetsbepaling kan niet worden toege-past voor de technische provisies voor egalisatie en catastrofen inzake de krediet-verzekering, zonder koninklijk besluit ter uitvoering van die bepaling.

Het arrest dat vaststelt er geen koninklijk besluit tot vaststelling van de grenzen en voorwaarden van dat soort technische provisies is uitgevaardigd, verantwoordt naar recht zijn beslissing dat de betrokken provisie voor het litigieuze aanslagjaar niet kan worden vrijgesteld.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Gustave Steffens en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 22 november 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Kredietverzekering

  • Egalisatie en catastrofen

  • Technische voorzieningen

  • Vrijstelling