- Arrest van 26 november 2013

26/11/2013 - P.12.1683.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de samenlezing van artikel 2, 2 van de Richtlijn 2006/20/EG van de Commissie van 17 februari 2006 tot wijziging van Richtlijn 70/221/EEG van de Raad betreffende brandstofreservoirs en beschermingsinrichtingen aan de achterzijde van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang, met artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 april 2009 tot wijziging van het KB Technische Eisen Voertuigen, dat vermelde richtlijn omzet, en met artikel 55, §3, KB Technische Eisen Voertuigen, ingevoegd bij artikel 2, 4°, KB 28 april 2009, volgt dat artikel 55, §1, KB Technische Eisen Voertuigen, zoals gewijzigd door voormeld koninklijk besluit van 28 april 2009, enkel van toepassing is op voertuigen die in het verkeer zijn gebracht na 10 maart 2010; voor de voertuigen in het verkeer gebracht vóór 11 maart 2010 blijft artikel 55, §1, (oud) KB Technische Eisen Voertuigen van toepassing.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1683.N

1. L C J D R,

beklaagde,

eiser,

2. VAN GANSEWINKEL nv, met zetel te 2400 Mol, Berkebossenlaan 7,

beklaagde, burgerrechtelijk aansprakelijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaat bij de balie te Kortrijk.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis (nummer 4531) in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 14 september 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

De eiser voert geen middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het bestreden vonnis bevestigt het beroepen vonnis dat de eiser vrijspreekt en de eiseres in haar hoedanigheid van burgerrechtelijk aansprakelijk partij buiten zake stelt zonder kosten.

In zoverre tegen die beslissingen gericht, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wet-boek van Strafvordering, artikel 55, § 1, vijfde lid, KB Technische Eisen Voertui-gen en artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 april 2009 tot wijziging van het KB Technische Eisen Voertuigen, evenals miskenning van het principe van de re-troactiviteit van de mildere strafwet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de oude versie van artikel 55, § 1, KB Technische Eisen Voertuigen nog van toepassing is, terwijl in de huidige versie er geen bepaling meer is die de afstand tussen de schokbreker en de achterkant van een voertuig beperkt tot 60 centimeter en deze bepaling een constitutief bestanddeel is van het misdrijf waarvoor de eise-res wordt veroordeeld; de feiten waarvoor de eiseres wordt veroordeeld zijn dan ook thans niet meer strafbaar; het bestreden vonnis maakt een onjuiste toepassing van de overgangsbepaling van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 april 2009 tot wijziging van het KB Technische Eisen Voertuigen.

3. Artikel 2, 2 van de Richtlijn 2006/20/EG van de Commissie van 17 februari 2006 tot wijziging van Richtlijn 70/221/EEG van de Raad betreffende brandstof-reservoirs en beschermingsinrichtingen aan de achterzijde van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, met het oog op de aanpassing aan de technische vooruit-gang, bepaalt:

"Indien, met ingang van 11 maart 2010, de voorschriften van Richtlijn 70/221/EEG, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, niet worden nageleefd, neemt een lidstaat om redenen die verband houden met de bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden de volgende maatregelen:

a) hij weigert de registratie of verbiedt de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen;

b) hij verbiedt de verkoop of het in het verkeer brengen van een beschermingsin-richting aan de achterzijde tegen klemrijden als technische eenheid."

Artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 april 2009 tot wijziging van het KB Technische Eisen Voertuigen, dat vermelde richtlijn omzet, bepaalt:

"Voor de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voer-tuigen of de verkoop of het in het verkeer brengen van een beschermingsinrichting aan de achterzijde als technische eenheid, blijven de bepalingen van artikel 55, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, zoals ze bestonden voor de in-werkingtreding van dit besluit, van toepassing tot 10 maart 2010. Met ingang van 11 maart 2010 wordt de voormelde § 1 vervangen door de nieuwe § bedoeld in het artikel 2, 2° van dit besluit."

Artikel 55, § 3, KB Technische Eisen Voertuigen, ingevoegd bij artikel 2, 4°, KB 28 april 2009 bepaalt:

"Met ingang van 11 maart 2010 moeten de voorschriften van de voormelde Richt-lijn 2006/20/EG nageleefd worden op het gebied van:

- de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen;

- de verkoop of het in het verkeer brengen van een beschermingsinrichting aan de achterzijde als technische eenheid."

4. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat artikel 55, § 1, KB Technische Eisen Voertuigen, zoals gewijzigd door voormeld koninklijk besluit van 28 april 2009, enkel van toepassing is op voertuigen die in het verkeer zijn gebracht na 10 maart 2010. Voor de voertuigen in het verkeer gebracht vóór 11 maart 2010 blijft artikel 55, § 1, (oud) KB Technische Eisen Voertuigen van toepassing.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wet-boek van Strafvordering, artikel 2.54 Wegverkeersreglement en artikel 55 KB Technische Eisen Voertuigen: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat een container geen lading betreft en op de uitsteek van lading is enkel artikel 46.2.3 Wegverkeersreglement van toepassing; artikel 55 KB Technische Eisen Voertui-gen, in de hier toepasselijke versie, handelt enkel over de afstand tussen de schok-breker en de achterzijde van het voertuig zelf en niet de lading ervan.

6. De eiseres werd onder de telastlegging B vervolgd en veroordeeld om bij inbreuk op artikel 55, § 1, vijfde lid, KB Technische Eisen Voertuigen onder dek-king van een Belgische inschrijvingsplaat, een voertuig in het verkeer op de open-bare weg te hebben gebezigd, waarbij de schokbreker niet zo dicht mogelijk bij de achterkant van het voertuig was aangebracht en meer dan 60 cm voor het achterste punt van het voertuig was gelegen.

Artikel 55, § 1, vijfde lid, KB Technische Eisen Voertuigen maakt deel uit van hoofdstuk VI van voornoemd KB dat enkel handelt over de constructie van de voertuigen en niet over hun lading.

7. De appelrechters die oordelen dat de lading niet bestaat uit de opzetcontai-ner, maar wel uit de goederen die in deze container vervoerd worden, waarbij de container eerder beschouwd kan worden als een element om de lading vast te zet-ten en dus een onderdeel is van het voertuig en de eiseres op deze gronden schul-dig verklaren en tot straf veroordelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige middelen van de eiseres

8. De overige middelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres schuldig verklaart aan de telastlegging B en haar tot straf en tot betaling van een bijdrage aan het Slachtof-ferfonds veroordeelt.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van de cassatieberoepen en laat het overige deel ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Turnhout rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 150,37 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 26 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • K.B. Technische Eisen Voertuigen

  • Artikel 55, § 1 zoals gewijzigd bij KB van 28 april 2009

  • Werking in de tijd