- Arrest van 17 december 2013

17/12/2013 - P.13.1354.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Voor de schuldigverklaring en veroordeling van de dader aan de witwasmisdrijven van artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek volstaat het dat de illegale herkomst of oorsprong van de zaken, bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek en de door hem vereiste kennis daarvan bewezen zijn, zonder dat vereist is dat de strafrechter het precieze misdrijf kent, op voorwaarde dat hij op grond van feitelijke gegevens elke legale herkomst of oorsprong kan uitsluiten (1). (1) Zie: Cass. 25 sept. 2001, AR P.01.0725.N, AC 2001, nr. 493; Cass. 19 sept. 2006, AR P.06.0608.N, AC 2006, nr. 425; Cass. 28 nov. 2006, AR P.06.1129.N, AC 2006, nr. 606; Cass. 16 dec. 2009, AR P.09.1129.N, AC 2009, nr. 755.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1354.N

I

1. W G C V,

beklaagde,

2. M-C Y S,

beklaagde,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kie-zen.

II

1. W V, reeds vermeld,

beklaagde,

2. M-C S, reeds vermeld,

beklaagde,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kie-zen.

III

1. W V, reeds vermeld,

beklaagde,

2. M-C S, reeds vermeld,

beklaagde,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kie-zen.

IV

W V, reeds vermeld,

inverdenkinggestelde,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kie-zen.

V

1. W V, reeds vermeld,

inverdenkinggestelde,

2. M-C S, reeds vermeld,

inverdenkinggestelde,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kie-zen.

de cassatieberoepen van W V tegen

1. J B,

burgerlijke partij,

2. F P,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen I (akte nr. 2013/247) zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 juni 2013.

De cassatieberoepen II (akte nr. 2013/248) zijn gericht tegen het tussenarrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 13 januari 2012.

De cassatieberoepen III (akte nr. 2013/249) zijn gericht tegen het tussenarrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 19 februari 2010.

Het cassatieberoep IV (akte nr. 2013/250) is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 december 2006.

De cassatieberoepen V (akte nr. 2013/251) zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 juni 2007.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grond-wet en de artikelen 42, 3°, en 505, eerste lid, 3°, Strafwetboek: de appelrechters oordelen bij arrest van 17 juni 2013 dat het witwasmisdrijf bewezen is voor een bedrag van 987.672,92 euro wat Roemenië betreft en 3.939.353,12 euro wat Ca-nada betreft en dat elke legale herkomst van die gelden kan worden uitgesloten, zonder dat het nodig is hiervoor het basismisdrijf te preciseren; zij stellen vast dat de gelden, voorwerp van het witwasmisdrijf, niet afkomstig kunnen zijn uit de of-ficiële persoonlijke inkomsten van de eisers of uit de bedrijfsresultaten van hun bedrijf en dat de eisers geen concrete opheldering hebben verschaft over de oor-sprong van het vermogen, minstens dat de juiste herkomst onvoldoende aange-toond is; aldus stellen zij niet naar recht vast dat elke legale herkomst met zeker-heid kan worden uitgesloten en dat er geen twijfel over bestaat dat de gelden, voorwerp van het ten laste gelegde witwasmisdrijf, een illegale oorsprong hebben.

2. Voor de schuldigverklaring en veroordeling van de dader aan de witwas-misdrijven van artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek volstaat het dat de illegale herkomst of oorsprong van de zaken, bedoeld in artikel 42, 3°, Straf-wetboek en de door hem vereiste kennis daarvan bewezen zijn, zonder dat vereist is dat de strafrechter het precieze misdrijf kent, op voorwaarde dat hij op grond van feitelijke gegevens elke legale herkomst of oorsprong kan uitsluiten.

3. Wanneer zoals hier wat betreft de illegale herkomst of oorsprong van zaken zoals bedoeld in artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek, de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de rechter in strafzaken onaan-tastbaar de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren. Hij vermag ook de illegale oor-sprong van zaken af te leiden uit de omstandigheid dat uit geen enkel geloofwaar-dig gegeven blijkt dat die oorsprong legaal kan zijn.

In zoverre het onderdeel opkomt tegen het oordeel van de appelrechters over de feitelijke gegevens waaruit zij de illegale herkomst of oorsprong van de gelden af-leiden of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

4. De appelrechters stellen onaantastbaar vast en overwegen dat:

- wat de investeringen in Roemenië betreft, enkel een bedrag van 987.672,92 euro wordt weerhouden, maar geen hoger bedrag wegens onvoldoende vast-staand of onzeker (arrest, rubriek 2.1.2.1);

- wat de investeringen in Canada betreft, enkel een bedrag van 3.939.353,12 eu-ro wordt weerhouden met voldoende zekerheid (arrest, rubriek 2.1.2.2);

- uit het onderzoek van het gezamenlijk belastbaar inkomen van de eisers voor de periode 1982-2002, de jaarrekeningen van de nv Voeders V voor de boek-jaren 1983-2004 en de gedane investeringen en aan- en verkopen genoegzaam blijkt dat elke legale herkomst of oorsprong van de hoger vermelde gelden kan worden uitgesloten (arrest, rubriek 2.1.2.3);

- die bedragen niet beantwoorden aan de economische realiteit;

- genoegzaam blijkt dat de eisers niet beschikten over legale bronnen van in-komsten die het bezit van dergelijk vermogen verantwoorden;

- de eisers geen verdere toelichting hebben gegeven over de herkomst of oor-sprong van de fondsen waaruit de beleggingsportefeuille die aan het licht kwam naar aanleiding van een strafonderzoek door de BBI, werd samenge-steld;

- ook elke legale herkomst of oorsprong van de gelden van die beleggingsporte-feuille of de opbrengsten ervan kan worden uitgesloten;

- er geen sprake is van schenkingen of erfenissen;

- uit de door de eisers neergelegde stukken, waarvan sommige met handge-schreven of ongedateerde vermeldingen, evenmin blijkt dat de transferten naar Roemenië en Canada afkomstig zijn van de verkoop of de opbrengst van waarden uit de effectenportefeuille Bendor 44675;

- de eisers niet aannemelijk maken dat de aangewende gelden een legale oor-sprong of herkomst zouden hebben en hun redenering dat de gedane investe-ringen zouden gedaan zijn met hun roerend spaarvermogen dat ingevolge her-belegging verder is aangegroeid, niet kan worden gevolgd.

Aldus stellen de appelrechters naar recht vast dat elke legale herkomst van de in Roemenië en Canada geïnvesteerde gelden, waarvan het bedrag in de hierboven vermelde mate werd beperkt en die het voorwerp uitmaken van het ten laste ge-legde witwasmisdrijf, met zekerheid kan worden uitgesloten en dat er geen twijfel over bestaat dat zij een illegale oorsprong hebben.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grond-wet en de artikelen 42, 3°, en 505, eerste lid, 3°, Strafwetboek: de appelrechters oordelen bij arrest van 17 juni 2013 dat het witwasmisdrijf bewezen is voor een bedrag van 987.672,92 euro wat Roemenië betreft en 3.939.353,12 euro wat Ca-nada betreft en dat elke legale herkomst van die gelden kan worden uitgesloten, zonder dat het nodig is hiervoor het basismisdrijf te preciseren; zij steunen hun oordeel dat de betrokken gelden een illegale herkomst hebben, enkel op de vast-stelling dat het gezamenlijk belastbaar inkomen van de eisers dergelijk vermogen niet kan verantwoorden; de loutere vaststelling dat het fiscaal gekende vermogen niet volstaat om een bepaald vermogen te verantwoorden, betekent evenwel niet automatisch dat het niet te verantwoorden deel van het vermogen noodzakelijk een illegale oorsprong heeft; minstens dient te worden vastgesteld dat elke andere legale herkomst uitgesloten is.

6. De appelrechters leiden hun oordeel dat de betrokken gelden een illegale herkomst hebben, niet enkel af uit de vaststelling dat het gezamenlijk belastbaar inkomen van de eisers dergelijk vermogen niet kan verantwoorden.

In zoverre het onderdeel berust op een onvolledige lezing van het arrest, mist het feitelijke grondslag.

7. Voor de schuldigverklaring en veroordeling van de dader aan de witwas-misdrijven van artikel 505, eerste lid, 2°, 3° en 4°, Strafwetboek volstaat het dat de illegale herkomst of oorsprong van de zaken, bedoeld in artikel 42, 3°, Straf-wetboek en de door hem vereiste kennis daarvan bewezen zijn, zonder dat vereist is dat de strafrechter het precieze misdrijf kent, op voorwaarde dat hij op grond van feitelijke gegevens elke legale herkomst of oorsprong kan uitsluiten.

8. Met de redenen, vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel van dit middel, oordelen de appelrechters dat er geen twijfel over bestaat dat de betrokken gelden een illegale oorsprong hebben en sluiten zij derhalve elke legale herkomst uit. Aldus verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede middel

9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 42, 3°, en 505, eerste lid, 3°, Strafwetboek: de appelrechters verklaren bij arrest van 17 juni 2013 de onroerende goederen in Canada verbeurd als voortkomend uit het witwasmisdrijf; de oorspronkelijke telastlegging van witwassen ging uit van een witgewassen bedrag van 6.880.539,78 euro; de oorspronkelijke vordering van het openbaar ministerie tot verbeurdverklaring van de onroerende goederen was duidelijk gebaseerd op deze oorspronkelijke telastlegging; de appelrechters verbe-teren de telastlegging A en veroordelen de eisers wegens het witwassen van 4.927.026,04 euro; zij verklaren evenwel de vordering tot verbeurdverklaring van de totaliteit van de onroerende goederen gegrond zonder na te gaan of de reductie van het bedrag van de witgewassen gelden al dan niet een weerslag had op de ma-te waarin de betrokken onroerende goederen konden worden verbeurd verklaard en beperken de verbeurdverklaring niet tot het deel van de onroerende goederen dat werd verkregen door de aanwending van het bedrag van 4.927.026,04 euro; hierdoor verklaren zij meer verbeurd dan wat door het witwasmisdrijf daadwerke-lijk werd voortgebracht, minstens wordt het Hof in de onmogelijkheid gesteld de wettigheid van de bestreden beslissing na te gaan.

10. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eisers oor-spronkelijk onder de telastlegging A vervolgd werden uit hoofde van witwassen van gelden, afkomstig uit criminele activiteiten, ten belope van minstens 6.880.539 euro, waarvan "minstens een totale som van euro 2.788.951 (112.503.007 BEF) in Roemenië werd aangewend bij de oprichting en de exploitatie van de vennootschap Sc Eso Agra Srl (olieslagerij opgericht op 2 maart 1998) en van de vennootschap Sc New Avirom Srl (een kippenkwekerij opgericht op 16 juni 2003) met inbegrip van de aankoop van onroerende goederen" en "minstens een totale som van euro 4.091.588 (165.054.280 BEF) in Canada werd aangewend bij de oprichting en de exploitatie van de vennootschap Eso Agri Canada Inc (opgericht op 1 juni 1998) en van de vennootschap Royal Michael's Bay Golf and Country Club Resort Inc (opgericht op 19 juli 2001) met inbegrip van de aankoop van onroerende goederen (villa, restaurant, Greenkeeper's House, golfterrein, 4 hoeven, schuur, gronden) op persoonlijke naam of op naam van bovenvermelde firma's voor een totale oppervlakte van 6,2 km² aangekocht voor de som van 2.345.544 CAD$ (...)".

Het openbaar ministerie nam op 20 februari 2008 een schriftelijke vordering tot de bijzondere verbeurdverklaring "van de onroerende goederen gelegen in Canada en in beslag genomen door onderzoeksrechter Allaert Alexander in de beschikking tot bewarend onroerend beslag in strafzaken. dd. 2.8.2005", naast de bijzondere verbeurdverklaring als voorwerp van het witwasmisdrijf van gelden ten belope van 6.880.539 euro, "na al dan niet aftrek van de waarde van de onroerende goederen, voorwerp van inbeslagname in Canada".

Hieruit blijkt dat de vordering van het openbaar ministerie tot verbeurdverklaring betrekking had, eensdeels op de verbeurdverklaring van de onroerende goederen in Canada, anderdeels op de verbeurdverklaring van het voorwerp van het wit-wasmisdrijf , "na al dan niet aftrek van de waarde van de onroerende goederen, voorwerp van inbeslagname in Canada". Of de vordering tot verbeurdverklaring van de onroerende goederen in Canada gebaseerd was op de schuldigverklaring aan het witwassen van het volledige bedrag van 6.880.539 euro, vermeld in de oorspronkelijke telastlegging, dan wel op het herleide bedrag van 4.927.026,04 euro, vereist een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

11. De rechter beslist in feite of het vermogensvoordeel waarop de bijzondere verbeurdverklaring van toepassing is, uit het witwasmisdrijf is verkregen en het komt de rechter toe om dit voordeel te begroten en eventueel te ramen. Het Hof van Cassatie gaat enkel na eensdeels of de rechter op grond van zijn onaantastbaar oordeel het wettelijk begrip vermogensvoordeel niet heeft miskend, anderdeels of het verbeurdverklaarde valt binnen de grenzen van de schriftelijke vordering van de procureur des Konings en of ze betrekking heeft op het bewezen verklaarde misdrijf.

12. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt verder dat net zoals in het verstekarrest van 8 april 2011, de appelrechters in het arrest van 17 juni 2013 de telastlegging A (witwasmisdrijf) verbeteren wat de witgewassen be-dragen betreft, te weten door het totaalbedrag van de witgewassen gelden te her-leiden tot 4.927.026,04 euro, waarvan "3.939.353,12 EUR in Canada werd aan-gewend bij de oprichting en de exploitatie van de vennootschap Eso Agri Canada Inc (opgericht op 1 juni 1998) en de vennootschap Royal Michael's Bay Golf and Country Club Resort Inc (opgericht op 19 juli 2001) met inbegrip van de aankoop van onroerende goederen (namelijk villa, restaurant, Greenkeeper's House (vrij vertaald als huis van de tuinman op de golfbaan), golfterrein, vier hoeven, schuur en gronden), op persoonlijke naam of op naam van vermelde vennootschappen, voor een totale oppervlakte van 6,2 km² aangekocht voor het bedrag van 2.345.544 CAD (...)".

De appelrechters oordelen dat de eisers schuldig zijn aan het ten laste gelegde witwasmisdrijf voor het herleide bedrag van 4.927.026,04 euro, waarvan 3.939.353,12 euro werd geïnvesteerd in Canada (oprichting en exploitatie van Eso Agri en Royal Michael's Bay Golf and Country Club Resort met aankoop van on-roerende goederen inbegrepen). Zij stellen verder vast dat 3.939.353,12 euro ge-lijk is aan 5.976.589,59 CAD en verklaren de in Canada inbeslaggenomen onroe-rende goederen die aangekocht werden voor het bedrag van 2.345.544 CAD, ver-beurd als voortkomend uit het witwasmisdrijf.

13. De verbeurdverklaring die de appelrechters hebben uitgesproken, valt binnen de grenzen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie en heeft betrekking op onroerende goederen waarvan de appelrechters oordelen dat zij aangekocht werden met gelden waarvan elke legale herkomst kan worden uitge-sloten en waarvan zij vaststellen dat de aankoopwaarde merkelijk lager was dan het bedrag van de witgewassen vermogensvoordelen. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht en laat het arrest het Hof toe zijn wettig-heidscontrole uit te oefenen.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek

1. Verwijzingsbeschikking van 19 juni 2007

14. De beschikking is niet aangetast door een onwettigheid die thans nog aan de beoordeling van het Hof kan worden voorgelegd.

2. De overige beslissingen

15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoepen.

Bepaalt de kosten in het geheel op 575,86 euro waarvan op het cassatieberoep I 277,32 euro, op het cassatieberoep II 82,62 euro, op het cassatieberoep III 83,78 euro, op het cassatieberoep IV 72,73 euro en op het cassatieberoep V 59,52 euro is verschuldigd.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 17 december 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Witwassen

  • Schuldigverklaring en veroordeling