- Arrest van 18 december 2013

18/12/2013 - P.13.0104.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De grief die het bestreden arrest alleen verwijt dat het een reden bevat die volgens de eiser onverenigbaar is met een beslissing alvorens recht te doen, kan niet tot cassatie leiden op grond van artikel 149 van de Grondwet (1). (1) Zie Cass. 16 juni 2004, AR P.04.0281.F, AC 2004, nr. 333.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0104.F

I. 1. H. R., optredend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettig beheerster van de goederen van haar minderjarige kinderen F. en R. D.,

2. L. D.,

3. S. D.,

burgerlijke partijen die het tegen A. D. aangespannen geding hebben hervat,

Mr. Jean-Emmanuel Barthelemy, advocaat bij de balie te Bergen,

tegen

1. M. A.,

2. C. A.,

II. NATIONAAL VERBOND VAN DE ONAFHANKELIJKE ZIEKEN-FONDSEN, verzekeringsorganisme,

Mr. Bernard Pinchart, advocaat bij de balie te Bergen,

tegen

M. A.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 3 december 2012.

De eisers sub I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiseres sub II voert in een memorie die op 12 maart 2013 op de griffie van het Hof is ingekomen, ook drie middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoepen van H. R., L. D. en S. D.

1. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers tegen M. en C. A.

Eerste middel

Het arrest weigert een nieuwe deskundige aan te stellen, met name op grond dat het slachtoffer overleden is.

De eisers voeren aan dat het hof van beroep in dat overlijden geen hinderpaal zag om een eerste deskundigenonderzoek in te stellen, vermits het arrest van 27 april 2007 waarbij dat werd bevolen, na de dood van het slachtoffer is gewezen.

De door het middel aangevoerde tegenstrijdigheid plaatst dus geen twee gronden of twee dicta van dezelfde beslissing tegenover elkaar.

Het arrest wordt alleen van tegenstrijdigheid beschuldigd in zoverre het een grond bevat die volgens de eisers onverenigbaar is met de beslissing alvorens recht te doen.

Dergelijke grief kan niet tot cassatie leiden op grond van artikel 149 Grondwet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eisers voeren aan dat het hof van beroep artikel 19 Gerechtelijk Wetboek heeft geschonden door te weigeren een nieuw deskundigenonderzoek te bevelen, hoe-wel die verrichting noodzakelijk werd geacht door het tussenarrest van 27 april 2007 en de opdracht niet volgens de regels was voltooid.

De aanwijzing van een deskundige is een beslissing alvorens recht te doen. Daarbij wordt de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt niet volledig uitge-oefend en die beslissing heeft geen gezag van gewijsde.

Door geen rekening te houden met het verzuim van de door hem aangestelde des-kundige, vervalt de rechter dus niet in de aangevoerde machtsoverschrijding.

Het middel faalt naar recht.

Derde middel

De eisers voeren aan dat het arrest, door te weigeren een nieuw deskundigenon-derzoek te bevelen, hun recht op een eerlijke behandeling van de zaak miskent. De grief voert aan dat de weigering die hun wordt tegengeworpen, hen het recht ont-zegt hun schade aan te tonen.

Artikel 6.1 EVRM wordt niet geschonden louter omdat de rechter een verzoek tot het bevelen van een nieuwe onderzoeksmaatregel afwijst, omdat hij de maatregel niet nuttig acht om het aangevoerde feit aan te tonen.

Het arrest geeft de redenen van die weigering aan. Enerzijds wijst het erop dat de eisers zelf geen nieuw deskundigenonderzoek eisen. Anderzijds oordeelt het dat de ouderdom van de feiten, die veertien jaar geleden zijn voorgevallen, alsook het overlijden van de persoon die voor het deskundigenonderzoek in aanmerking komt, niet toelaten de termijn te bepalen waarin de diabetes zich zou hebben voorgedaan waardoor hij onmiddellijk werd getroffen, indien hem op 3 januari 1998 geen slagen waren toegebracht.

De appelrechters verantwoorden hun beslissing dus naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 18 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Tegenstrijdigheid