- Arrest van 19 december 2013

19/12/2013 - C.11.0668.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer de beschikking op eenzijdig verzoekschrift waarbij beschrijvende maatregelen of beslagmaatregelen werden toegekend, wordt vernietigd op het verzet van de beslagene, geldt de beschikking op derdenverzet, ongeacht het instellen van een niet-schorsend cassatieberoep door de beslaglegger, in beginsel als titel voor de teruggave aan de beslagene van al hetgeen deze in uitvoering van de vernietigde beslissing heeft gepresteerd; dit geldt in beginsel ook wat betreft de stukken van de beslagene die ingevolge de tenuitvoerlegging van de vernietigde beschikking in handen zijn gekomen van de krachtens die beschikking aangewezen deskundige; de omstandigheid dat het cassatieberoep geen schorsende werking heeft, staat niet eraan in de weg dat, zo er te vrezen valt dat de door de beslagene gevorderde teruggave van documenten ertoe strekt het bewijs van de door hem gepleegde inbreuk definitief onmogelijk te maken, de rechter in kort geding bij spoedeisendheid maatregelen kan gelasten ter vrijwaring van de rechten van het slachtoffer van de inbreuk.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0668.N

1. SYRAL BELGIUM nv, met zetel te 9300 Aalst, Burchtstraat 10,

2. TATE & LYLE INGREDIENTS FRANCE sas, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 59650 Villeneuve d'Ascq (Frankrijk), avenue de l'Horizon 2,

3. SYRAL sas, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 67390 Marckolsheim (Frankrijk), ZI Portuaire,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseressen woon-plaats kiezen,

tegen

1. ROQUETTE FRERES sa, vennootschap naar Frans recht, met zetel te 62136 Lestrem (Frankrijk), rue de la Haute Loge 1,

2. Roland POWIS DE TENBOSSCHE, wonende te 1030 Schaarbeek, Alge-meen Stemrechtlaan 81,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 22 februari 2011.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een mid-del aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste, tweede en derde onderdeel

1. Krachtens artikel 1130, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, vernietigt het ge-recht dat het derdenverzet toewijst, de bestreden beslissing geheel of ten dele doch alleen ten aanzien van de derde.

Krachtens artikel 1033 Gerechtelijk Wetboek kan, inzake een beschikking op een-zijdig verzoekschrift, al wie niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak is tussenge-komen, verzet doen tegen de beslissing die zijn rechten benadeelt.

Krachtens artikel 1034 Gerechtelijk Wetboek is artikel 1125 mede van toepassing op het verzet dat krachtens artikel 1033 gedaan wordt.

2. Krachtens artikel 1369bis/1, § 7, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, staat te-gen de beschikking waarbij beschrijvende maatregelen of beslagmaatregelen wor-den toegekend of geweigerd, en tegen de beschikking waarbij de intrekking van die maatregelen wordt toegekend of geweigerd, voorziening open zoals bepaald in de artikelen 1031 en 1034.

3. Krachtens artikel 1188 Gerechtelijk Wetboek heeft de voorziening in cassa-tie in burgerlijke zaken alleen schorsende kracht in de gevallen die de wet bepaalt.

4. Krachtens artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek doet de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in de gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijk macht onttrekt.

Krachtens artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek kan de voorzitter onder meer: 3° alle maatregelen bevelen tot vrijwaring van de rechten van hen die de nodige voorziening niet kunnen treffen.

5. Uit deze bepalingen volgt dat wanneer de beschikking op eenzijdig verzoek-schrift waarbij beschrijvende maatregelen of beslagmaatregelen werden toege-kend, wordt vernietigd op het verzet van de beslagene, de beschikking op derden-verzet, ongeacht het instellen van een niet-schorsend cassatieberoep door de be-slaglegger, in beginsel als titel geldt voor de teruggave aan de beslagene van al hetgeen deze in uitvoering van de vernietigde beschikking heeft gepresteerd.

Dit geldt in beginsel ook wat betreft de stukken van de beslagene die ingevolge de tenuitvoerlegging van de vernietigde beschikking in handen zijn gekomen van de krachtens die beschikking aangewezen deskundige.

De omstandigheid dat het cassatieberoep geen schorsende werking heeft, staat niet eraan in de weg dat, zo er te vrezen valt dat de door de beslagene gevorderde teruggave van documenten ertoe strekt het bewijs van de door hem gepleegde in-breuk definitief onmogelijk te maken, de rechter in kort geding bij spoedeisend-heid maatregelen kan gelasten ter vrijwaring van de rechten van het slachtoffer van de beweerde inbreuk.

6. De appelrechters oordelen dat:

- op basis van de elementen waarover zij beschikken er een schijn van octrooi-rechten bestaat in hoofde van de verweerster;

- het aannemelijk is dat de door de eerste eiseres nagestreefde teruggave van de documenten en stukken door de deskundige, de verweerster een onherstelbaar nadeel zou kunnen berokkenen, te weten de onmogelijkheid om, aan de hand van deze stukken, het bewijs te leveren van een inbreuk op het octrooi waarvan zij aanvoert titularis te zijn;

- de door de eerste rechter uitgesproken maatregel van die aard is te voorkomen dat, indien het Hof van Cassatie het arrest van 22 december 2009 vernietigt, in afwachting van een definitieve beslissing waartegen geen rechtsmiddelen meer openstaan in het kader van de procedure van beslag inzake namaak waarin verweerder als deskundige werd aangesteld, de nodige bewijsstukken die des-gevallend een inbreuk op octrooirechten van de verweerster kunnen aantonen, niet bewaard en dus niet meer beschikbaar zouden zijn.

7. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het middel kan, in al zijn onderdelen, niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseressen tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 558,02 euro

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en op de openbare rechtszitting van 19 december 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen K. Moens G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Beslag inzake namaak

  • Beschikking op eenzijdig verzoekschrift waarbij beschrijvende maatregelen of beslagmaatregelen worden toegekend

  • Beschikking op derdenverzet

  • Vernietiging