- Arrest van 19 december 2013

19/12/2013 - F.12.0092.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De btw is verschuldigd van zodra de factuur uitgereikt is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0092.N

E S,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend in-specteur van het eerste btw-ontvangkantoor te Gent, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6/17,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 december 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 25 juni 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De eiser voerde in appelconclusie aan dat hij geen btw verschuldigd was op omzet die nooit is tot stand gekomen en terecht enkel de netto-omzet, dit is de ge-hele omzet min de onmiddellijk of binnen het kwartaal opgestelde creditnota's had aangegeven.

2. De appelrechters oordelen dat de overtreding van de eiser bestaat uit het niet aangeven in de periodieke btw-aangiften van alle door hem uitgereikte factu-ren in de betreffende kwartalen en de eiser daarover geen betwisting voert.

De appelrechters geven hiermee een uitleg aan de appelconclusie van de eiser die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en miskennen mitsdien de be-wijskracht ervan niet.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

3. Met de redenen die het arrest vermeldt, verwerpen en beantwoorden de ap-pelrechters het in het onderdeel weergegeven verweer.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

4. Krachtens artikel 51, § 1, 3°, Btw-wetboek is de belasting verschuldigd door eenieder die op een factuur of op een als zodanig geldend stuk de belasting over de toegevoegde waarde vermeldt, zelfs indien hij geen goed heeft geleverd, noch een dienst heeft verstrekt. Hij wordt schuldenaar van de belasting op het tijdstip van het uitreiken van de factuur.

Krachtens artikel 75 Btw-wetboek kan de belasting slechts worden teruggegeven in de gevallen waarin dit wetboek voorziet.

Krachtens artikel 77, § 1, 4° en 5°, Btw-wetboek wordt, onverminderd de toepas-sing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intra-communautaire verwerving van een goed tot beloop van het passende bedrag te-ruggegeven, wanneer de overeenkomst vóór de levering van het goed of de uit-voering van de dienst verbroken is of wanneer de overeenkomst minnelijk of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden is.

5. Hieruit volgt dat de belasting verschuldigd is van zodra de factuur uitgereikt is en de beëindiging van de overeenkomst waarop de factuur steunt tot teruggave van de belasting kan leiden.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Derde onderdeel

6. Het onderdeel is geheel afgeleid uit het in het tweede onderdeel tevergeefs aangevoerde schending van de artikelen 51, § 1, 3°, 75 en 77, § 1, 4° en 5°, Btw-wetboek en is mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 200,99 euro en voor de verweerder op 370,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 19 december 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Verschuldigdheid van de belasting

  • Tijdstip

  • Uitreiking van de factuur