- Arrest van 19 december 2013

19/12/2013 - F.12.0178.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de aard en de strekking van de bepalingen van artikel 41 Wet Gerechtelijk Akkoord, die de mogelijkheid bieden van overdracht van de onderneming of een gedeelte ervan onder de er in gestelde voorwaarden, moet worden afgeleid dat de rechten van de schuldeisers geacht worden over te gaan op de overnameprijs, de overdracht een zuiverende werking heeft en de ter zake van de onroerende goederen aangezochte notaris handelt overeenkomstig artikel 1639 Gerechtelijk Wetboek; hieruit volgt eveneens dat wanneer de overdracht niet het geheel van de onderneming betreft, de goedkeuring ervan door de rechtbank een zuiverende werking heeft en de rechten van de schuldeisers doet overgaan op de overnameprijs, zonder dat vereist is dat een meerderheid van schuldeisers hiermee heeft ingestemd of dat de schuldeisers die op deze goederen over een zekerheidsrecht met een volgrecht beschikken, worden gehoord (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0178.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger der directe belastingen te Mortsel 2, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BREPOLS nv, met zetel te 2300 Turnhout, Tieblokkenlaan 2,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerster woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 5 april 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 25 juni 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Volgens artikel 41 Wet Gerechtelijk Akkoord, kan de rechtbank, de com-missaris inzake opschorting machtigen de overdracht van de onderneming of van een gedeelte ervan te verwezenlijken indien zulks bijdraagt tot de terugbetaling aan de schuldeisers en indien daardoor een economische activiteit en werkgele-genheid kan worden gehandhaafd. Krachtens deze bepaling, dient de com-missaris de voorstellen te onderzoeken in het licht van het behoud van de economische activiteit en de weerslag op de mogelijkheden tot terugbetaling aan de schuldeisers en dient hij verder bij de besprekingen met de indieners van de voorstellen te waken over de rechtmatige belangen van de schuldeisers en wordt de overdracht onderworpen aan de goedkeuring van de rechtbank.

Volgens het vierde lid van deze bepaling kan, wanneer de overdracht het geheel van de onderneming betreft, de rechtbank deze overdracht slechts goedkeuren als meer dan de helft van de schuldeisers die aangifte hebben gedaan van hun schuld-vordering, die hebben deelgenomen aan de stemming en die in waarde meer dan de helft van de schuldvorderingen vertegenwoordigen, hiermee instemmen.

2. De wetgever biedt aldus, met het oog op het saneren van de financiële toe-stand van de onderneming, de mogelijkheid van overdracht van de onderneming of een gedeelte ervan onder de voorwaarde dat de overdracht bijdraagt tot de betaling van de schuldeisers, de overnameprijs wordt aangewend tot voldoening van de schuldeisers, de commissaris waakt over hun belangen en de rechtbank de overdracht goedkeurt.

3. Uit de aard en de strekking van voormelde wettelijke bepalingen moet wor-den afgeleid dat de rechten van de schuldeisers geacht worden over te gaan op de overnameprijs, de overdracht een zuiverende werking heeft en de ter zake van de onroerende goederen aangezochte notaris handelt overeenkomstig artikel 1639 Gerechtelijk Wetboek.

4. Hieruit volgt eveneens dat wanneer de overdracht niet het geheel van de on-derneming betreft, de goedkeuring ervan door de rechtbank een zuiverende wer-king heeft en de rechten van de schuldeisers doet overgaan op de overnameprijs, zonder dat vereist is dat een meerderheid van schuldeisers hiermee heeft inge-stemd of dat de schuldeisers die op deze goederen over een zekerheidsrecht met een volgrecht beschikken worden gehoord.

5. De appelrechters oordelen dat:

- de goedkeuring door de rechtbank van koophandel van de overdracht van een onroerend goed in het kader van de artikelen 41 e.v. Wet Gerechtelijk Akkoord een zuiverende werking heeft;

- de rechtbank van koophandel in het vonnis van 3 januari 2003, bij de goedkeu-ring van de te dezen voorgenomen overdracht, onderzocht of aan de toepas-singsvoorwaarden was voldaan;

- de rechtbank van koophandel inzonderheid uitdrukkelijk aanvaardde dat de voorgenomen overdracht bijdroeg tot de terugbetaling van de schuldeisers en dat de economische activiteit en werkgelegenheid door de overdracht kon wor-den gehandhaafd;

- aangezien slechts een gedeelte van de onderneming werd overgedragen de in-stemming van de schuldeisers met de overdracht niet vereist was;

- het de eiser als hypothecaire schuldeiser vrijstond derdenverzet aan te tekenen indien hij wou vermijden dat de overdracht ingevolge het toezicht en de goed-keuring door de rechtbank van koophandel zou gelden als hypothecaire zuive-ring, hetgeen hij naliet te doen.

6. De appelrechters die op die gronden de eiser veroordelen tot het verlenen van handlichting van de hypotheek op het onroerend goed waarvan de overdracht werd goedgekeurd door de rechtbank van koophandel, verantwoorden hun beslis-sing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 251,69 euro en voor de verweerster op 360,40 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 19 december 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

B. Wylleman

F. Van Volsem

G. Jocqué

A. Smetryns

B. Deconinck

Vrije woorden

  • Overdracht van de onderneming of een gedeelte ervan