- Arrest van 2 januari 2014

02/01/2014 - C.12.0164.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter bepaalt de onderhoudsuitkering rekening houdend met de mogelijkheden die partijen onbenut laten; dit is in de regel het geval wanneer de uitkeringsplichtige zich vrijwillig in een situatie heeft gebracht die het hem mogelijk maakt te ontsnappen aan zijn verplichting, ongeacht of hij hierbij moedwillig heeft gehandeld (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0164.N

R.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

R.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 februari 2011.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 2 december 2013 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 301, § 3, eerste en tweede lid, Burgerlijk Wetboek, legt de rechtbank het bedrag van de onderhoudsuitkering vast die ten minste de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde moet dekken.

De rechtbank houdt rekening met de inkomsten en mogelijkheden van de echtge-noten en met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de uitke-ringsgerechtigde. Om die terugval te waarderen, baseert de rechter zich met name op de duur van het huwelijk, de leeftijd van partijen, hun gedrag tijdens het huwe-lijk inzake de organisatie van hun noden en het ten laste nemen van de kinderen tijdens het samenleven of daarna. De rechter kan indien nodig beslissen dat de uitkering degressief zal zijn en in welke mate.

2. De rechter bepaalt de onderhoudsuitkering rekeninghoudend met de moge-lijkheden die partijen onbenut laten. Dit is in de regel het geval wanneer de uitke-ringsplichtige zich vrijwillig in een situatie heeft gebracht die het hem mogelijk maakt te ontsnappen aan zijn verplichting, ongeacht of hij hierbij moedwillig heeft gehandeld.

Het middel dat in zijn geheel van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 710,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 2 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Onderhoudsuitkering

  • Mogelijkheden die partijen onbenut laten

  • Uitkeringsplichtige