- Arrest van 9 januari 2014

09/01/2014 - C.12.0370.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De ongedaanverklaring waarvan sprake in artikel 40, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek is onderworpen aan de nietigheidsregeling van het Gerechtelijk Wetboek en kan gedekt worden overeenkomstig artikel 867 Gerechtelijk Wetboek wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de betekening het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0370.N

1. AMLIN CORPORATE INSURANCE nv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 1183 AD, Amstelveen (Nederland), Professor J.H. Ba-vicklaan 1, met vestiging te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,

2. ARCELOR LOGISTICS BELGIUM nv, met zetel te 2030 Antwerpen, Noorderlaan 147,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseressen woon-plaats kiezen,

tegen

GOLDEN GLOW STEAMSHIP INC, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te Monrovia (Liberia), Broad Street 80, die woonplaats heeft gekozen bij mr. Tom Luyten, met kantoor te 2000 Antwerpen, Everdijstraat 43,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 september 2011.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 27 september 2013 een schrif-telijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een mid-del aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 40, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de betekening ten aanzien van hen die in België, noch in het buitenland, een gekende woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats hebben, gedaan wordt aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt.

Ingevolge het vierde lid van die bepaling, is de betekening aan de procureur des Konings ongedaan, indien de partij op wier verzoek zij is verricht, de woonplaats, de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van de betekende in België, of in voorkomend geval in het buitenland, kende.

Luidens artikel 867 Gerechtelijk Wetboek kan het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling niet tot nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt ofwel dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet er-mee beoogt, ofwel dat die niet-vermelde vorm werkelijk in acht is genomen.

2. De ongedaanverklaring waarvan sprake in artikel 40, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek is onderworpen aan de nietigheidsregeling van het Gerechtelijk Wetboek en kan gedekt worden overeenkomstig artikel 867 Gerechtelijk Wetboek wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de betekening het doel heeft bereikt dat de wet er-mee beoogt.

3. De appelrechters beslissen dat de eerste rechter terecht oordeelde dat de be-tekening van de dagvaarding aan de Procureur des Konings ongedaan is ingevolge artikel 40, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek.

Ze konden hierbij evenwel niet zonder schending van de in het middel aangehaal-de bepalingen beslissen dat deze ongedaanverklaring van de betekening van de dagvaarding geen verband houdt met de nietigheidsregeling van het Gerechtelijk Wetboek en niet kan gedekt worden bij toepassing van artikel 867 Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Betekening in internationale maritieme zaken

  • Nietigheid

  • Bereikt doel