- Arrest van 13 januari 2014

13/01/2014 - C.12.0088.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Noch de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, noch het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging vereisen dat de persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is krachtens artikel 19, § 5, vierde lid, van de wet van10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, reeds in de administratieve fase die gevoerd wordt lastens de overtreder, verweer moet kunnen voeren; het volstaat dat tegen de administratieve beslissing om een administratieve geldboete op te leggen een verhaal openstaat bij een rechterlijke instantie met volle rechtsmacht, in casu het jurisdictioneel verhaal dat is uitgewerkt ten aanzien van de burgerlijk aansprakelijke partij.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0088.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 2, voor wie optreedt de algemene directie veiligheid en preventiebeleid, met kantoor te 1000 Brussel, Waterloolaan 76,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 36, waar de eiser woon-plaats kiest,

tegen

SCORPIONS SECURITY bvba, met zetel te 2870 Puurs, IZ Pullaar, Rijksweg 53,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 5 september 2011.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 21 oktober 2013 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 19, § 5, eerste en tweede lid, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, hierna: Bewakingswet, beslist de bevoegde ambtenaar, bedoeld in § 2, eerste lid, tot het opleggen van een admi-nistratieve geldboete na diegene die de wet schendt in de gelegenheid te hebben gesteld zijn verweermiddelen voor te dragen. De beslissing bepaalt het bedrag van de geldboete en wordt met redenen omkleed.

Krachtens het derde lid van voormeld artikel wordt de beslissing bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht aan diegene die de wet schendt, alsmede van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is voor het betalen van de administratieve geldboete.

Het vierde lid van voormeld artikel bepaalt: "De in artikel 1 bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de administratieve geldboete die aan hun bestuurders, leden van het leidinggevend en uitvoerend personeel, aangestelden of lasthebbers wordt opgelegd."

Het zesde lid van voormeld artikel bepaalt dat "degene aan wie een administratie-ve geldboete werd opgelegd of de burgerrechterlijke aansprakelijke persoon" binnen de door de Koning bepaalde termijn voor de betaling van de geldboete bij verzoekschrift voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de toepassing van de administratieve geldboete kan betwisten. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.

2. Noch de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, noch het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging vereisen dat de persoon die burger-rechtelijk aansprakelijk is krachtens artikel 19, § 5, vierde lid, Bewakingswet, reeds in de administratieve fase die gevoerd wordt lastens de overtreder, verweer moet kunnen voeren.

Het volstaat dat tegen de administratieve beslissing om een administratieve geld-boete op te leggen een verhaal openstaat bij een rechterlijke instantie met volle rechtsmacht, in casu het jurisdictioneel verhaal dat is uitgewerkt ten aanzien van de burgerlijk aansprakelijke partij.

3. De rechter die oordeelt dat het recht van verdediging van de eiseres en de beginselen van behoorlijk bestuur zijn miskend omdat in het kader van de admini-stratieve fase van de procedure haar niet de gelegenheid werd gegeven verweer te voeren, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, anders samenge-steld.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué K. Mestdagh B. Deconinck

Vrije woorden

  • Recht van verdediging

  • Wet private en bijzondere veiligheid

  • Administratieve sanctie

  • Burgerlijke aansprakelijkheid

  • Hoorplicht

  • Draagwijdte