- Arrest van 14 januari 2014

14/01/2014 - P.12.1841.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De invoering met de Wet van 12 januari 2006 van de door artikel 79bis, § 1, Vreemdelingenwet bedoelde misdrijven, belet niet de vervolging en bestraffing wegens een vóór of na die datum gepleegde valsheid in geschriften en het gebruik ervan, bestaande in het laten opstellen van een huwelijksakte terwijl uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet was gericht op het tot stand brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar wel op het verkrijgen van de verblijfsrechtelijke voordelen die zijn verbonden aan de staat van gehuwde, en in het gebruik van die akte met dat doel; deze valsheid in geschriften en het gebruik ervan zijn van de door artikel 79bis Vreemdelingenwet bedoelde misdrijven te onderscheiden misdrijven (1). (1) AERTS, C. en VAN HOOGENBEMT, K., “De strafrechtelijke beteugeling van het schijnhuwelijk, ingevoerd door de wet van 12 januari 2006”, EJ 2006, 52-53, nr. 14; IDOMON, C., “Schijnhuwelijken”, Com. Straf. p. 31-32, nr. 52.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1841.N

M I,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Eric Boon, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, cor-rectionele kamer, van 10 oktober 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslager heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 163 en 195 Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechts-beginsel dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft: het arrest veroordeelt de eiseres wegens de telastleggingen A en B.I zonder evenwel alle wetsbepalingen te vermelden, die de bestanddelen van deze misdrijven bevatten en de straf voor deze misdrijven bepalen.

2. Artikel 163 Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing op de hoven van beroep.

In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.

3. Het arrest dat de eiseres schuldig verklaart aan valsheid in geschriften in Kosovo (telastlegging A) en aan het gebruik van valse stukken te Antwerpen (te-lastlegging B.I) vermeldt artikel 334 van het Voorlopig Strafwetboek van Kosovo en de artikelen 193, 196, 197, 213 en 214 Strafwetboek. Aldus vermeldt het de wetsbepalingen die de bestanddelen van de bewezen verklaarde misdrijven bevat-ten en die welke de straf voor die misdrijven bepalen.

In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feite-lijke grondslag.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grond-wet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft: het arrest beantwoordt niet de in de appel-conclusie van de eiseres aangevoerde argumenten tegen het beroepen vonnis; het beperkt zich tot de stelling dat de omstandige en oordeelkundige redengeving van de eerste rechter door de eiseres in hoger beroep niet werd weerlegd; de eiseres had in haar appelconclusie nochtans aangevoerd dat anders dan de eerste rechter had overwogen, het niet zo is dat de eiseres zonder meer heeft geweigerd om een dna-onderzoek te laten uitvoeren en dat zij daartoe wel degelijk toelating gaf; het arrest beantwoordt dit verweer niet.

5. De verplichting elk vonnis met redenen te omkleden, houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel is aan-gewend, maar zelf geen afzonderlijk middel vormt.

De appelrechters (arrest, p. 7, ro 2) verwerpen door overname van de redenen van het beroepen vonnis (F° 5) het in de appelconclusie aangevoerde verweer dat er tussen haar en D W een duurzame en affectieve relatie heeft bestaan en dat de huwelijksakte geenszins met valsheid was behept. Het argument van de eiseres met betrekking tot de dna-test is slechts een argument tot staving van dit verweer, maar is geen middel dat de appelrechters afzonderlijk dienden te beantwoorden.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde middel

6. Het middel voert schending aan van de artikelen 163 en 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 79bis Vreemdelingenwet, zoals ingevoegd door artikel 2 van de Wet van 12 januari 2006 tot aanpassing van de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de ver-wijdering van vreemdelingen: het arrest veroordeelt de eiseres voor de telastleg-gingen A en B.I wegens het laten opstellen op 12 januari 2004 van een huwelijks-akte en het gebruik van die akte van 12 januari 2004 tot 19 februari 2008, terwijl dit huwelijk kennelijk niet was gericht op het ontstaan een duurzame levensge-meenschap, maar wel als bedrieglijk oogmerk had haar in België verblijfsrecht te laten verkrijgen, of met andere woorden wegens een schijnhuwelijk; nochtans werd in 2004 het schijnhuwelijk nog niet strafrechtelijk beteugeld, aangezien het met de Wet van 12 januari 2006 ingevoerde artikel 79bis Vreemdelingenwet pas van toepassing is op de vanaf 21 februari 2006 gesloten schijnhuwelijken.

7. Artikel 163 Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing op de hoven van beroep.

In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.

8. Artikel 79bis, § 1, Vreemdelingenwet, zoals ingevoegd door artikel 2 van de voormelde wet van 12 januari 2006, dat in werking is getreden op 21 februari 2006, in de hier toepasselijke versie bepaalt:

"Ieder die een huwelijk sluit in de omstandigheden bedoeld in artikel 146bis van het Burgerlijk Wetboek, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden of met geldboete van zesentwintig tot honderd EUR.

Ieder die een geldsom ontvangt die ertoe strekt hem te vergoeden voor het sluiten van een dergelijk huwelijk, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar of met geldboete van vijftig tot tweehonderdvijftig EUR.

Ieder die gebruik maakt van geweld of bedreiging tegen een persoon om die per-soon te dwingen een dergelijk huwelijk te sluiten, wordt gestraft met gevangenis-straf van één maand tot twee jaar of met geldboete van honderd tot vijfhonderd EUR."

Artikel 146bis Burgerlijk Wetboek bepaalt: "Er is geen huwelijk wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, uit een geheel van om-standigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het totstandbrengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van gehuwde."

9. De invoering met de Wet van 12 januari 2006 van de door artikel 79bis, § 1, Vreemdelingenwet bedoelde misdrijven, belet niet de vervolging en bestraffing wegens een vóór of na die datum gepleegde valsheid in geschriften en het gebruik ervan, bestaande in het laten opstellen van een huwelijksakte terwijl uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet was gericht op het tot stand brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar wel op het verkrijgen van de verblijfsrechtelijke voordelen die zijn verbonden aan de staat van gehuwde, en in het gebruik van die akte met dat doel. Deze valsheid in geschriften en het gebruik ervan zijn van de door artikel 79bis Vreemdelingenwet bedoelde misdrijven te onderscheiden misdrijven.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 84,21 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 14 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Valse huwelijksakte

  • Schijnhuwelijk

  • Samenloop

  • Mogelijkheid