- Arrest van 21 januari 2014

21/01/2014 - P.13.2061.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vreemdeling die nadat hij reeds eerder een of meerdere asielaanvragen heeft ingediend en effectief werd gerepatrieerd, terug het Rijk binnenkomt en er een asielaanvraag indient, kan niet worden beschouwd als “de vreemdeling die reeds een andere asielaanvraag heeft ingediend” in de zin van artikel 74/6, § 1bis, 9°, Vreemdelingenwet.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.2061.N

K-R M,

vreemdeling,

eiser,

met als raadsman mr. Ivo Flachet, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, voor wie optreedt de Algemene Directie Vreemdelingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, World Trade Center II, Antwerpsesteenweg 59B,

ambtshalve tussengekomen partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 december 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 50, 51/8 en 74/6, § 1bis, 9°, Vreemdelingenwet: de appelrechters oordelen ten onrechte dat eisers asielaan-vraag van 19 september 2013 een meervoudige asielaanvraag is en zij passen bij-gevolg ten onrechte artikel 74/6, 1bis, 9°, Vreemdelingenwet toe; die bepaling is enkel van toepassing mits voldaan is aan de cumulatieve voorwaarden dat de vreemdeling geen geldige binnenkomstdocumenten heeft en reeds een andere asielaanvraag heeft ingediend; aangezien de eiser op 15 januari 2013 werd gerepa-trieerd naar Nepal en daar het slachtoffer werd van nieuwe vervolgingen is zijn asielvraag van 19 september 2013, na zijn aankomst in België op 13 september 2013, een nieuwe asielaanvraag; op een dergelijke eerste asielaanvraag is artikel 50 Vreemdelingenwet en niet artikel 51/8 Vreemdelingenwet met betrekking tot de meervoudige asielaanvraag van toepassing; het arrest miskent het gezag van gewijsde van het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 22 no-vember 2013 waarbij de beslissing tot niet-inoverwegingneming van eisers asiel-aanvraag bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd geschorst omdat die aan-vraag "op het eerste zicht" een volledig nieuwe asielaanvraag betrof.

2. Artikel 74/6, § 1bis, 9°, Vreemdelingenwet bepaalt: "De vreemdeling die het Rijk binnengekomen is zonder te voldoen aan de in artikel 2 gestelde voorwaarden of wiens verblijf opgehouden heeft regelmatig te zijn en die een asielaanvraag indient, kan door de minister of zijn gemachtigde in een welbepaalde plaats worden vastgehouden teneinde de effectieve verwijdering van het grondgebied van de vreemdeling te waarborgen (...) indien de vreemdeling reeds een andere asiel-aanvraag heeft ingediend".

3. De vreemdeling die nadat hij reeds eerder een of meerdere asielaanvragen heeft ingediend en effectief werd gerepatrieerd, terug het Rijk binnenkomt en er een asielaanvraag indient, kan niet worden beschouwd als "de vreemdeling die reeds een andere asielaanvraag heeft ingediend" in de zin van de voormelde be-paling. Aangezien de betrokkene na de verwijdering terug aan vervolging kan zijn blootgesteld, dient de ingediende aanvraag als een nieuwe aanvraag te worden aangezien.

Het arrest dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige middelen

4. De overige middelen die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst aldus de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbe-schuldigingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 166,38 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maf-fei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Vasthouden van een vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend

  • Vreemdelingenwet

  • Artikel 74/6, § 1bis, 9°

  • Vreemdeling die reeds een eerder asielaanvraag heeft ingediend