- Arrest van 23 januari 2014

23/01/2014 - C.12.0467.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter is ertoe gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels, hij moet de juridische aard van de door partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij zich enkel baseert op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent (1). (1) Zie Cass. 28 sept. 2009, AR C.04.0253.F, AC 2009, nr. 529, met concl. van advocaat-generaal J.-M. Genicot in Pas. 2009, nr. 529; Cass. 28 mei 2009, AR C.08.0066.F, AC 2009, nr. 356; Cass. 28 mei 2009, AR C.06.0248.F, AC 2009, nr. 355, met concl. van advocaat-generaal A. Henkes; Cass. 1 feb. 2010, AR S.09.0064.N, AC 2010, nr. 77, met concl. van advocaat-generaal R. Mortier; Cass. 31 jan. 2011, AR C.10.0123.F, AC 2011, nr. 88; Cass. 29 sept. 2011, AR C.10.0349.N, AC 2011, nr. 514, met concl. van C. Vandewal; Cass. 28 sept. 2012, AR C.12.0049.N, AC 2012, nr. 500, met concl. van C. Vandewal.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0467.N

SOLVAY nv, met zetel te 1120 Brussel, Ransbeekstraat 310,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

SAFMARINE CONTAINER LINES (SCL) nv, met zetel te 2000 Antwerpen, de Gerlachekaai 20,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerster woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 oktober 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Beide onderdelen samen

1. De rechter is ertoe gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aan-gevoerde redenen ambtshalve aanvullen, op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij zich enkel baseert op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdedi-ging van de partijen niet miskent.

2. De partijen kunnen door een uitdrukkelijk procedureakkoord de rechter bin-den over een punt in rechte of in feite waartoe zij het debat willen beperken.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de betwisting tussen de partijen betrekking heeft op de beweerde wanprestatie van de verweerster, tijdbevrachter-vervoerder, met betrekking tot het laden van 1.700 vaten soda aan boord van het ms Crimmitschau met het oog op de ver-scheping naar Congo;

- de appelrechters in hun tussenarrest van 22 maart 2010 het debat heropenen voor wat de grondslag van de vordering tot vergoeding van de schadeluiken B, C en D betreft;

- de eiseres in haar conclusie van 1 april 2011 vaststelt dat wat betreft de kosten van de luiken B, C en D, de aansprakelijkheid van de verweerster en Abes vaststaat op basis van de contractuele relaties tussen deze partijen en VOPAK en de eiseres;

- de eiseres ter zitting van 6 september 2011 bevestigt "nadrukkelijk dat zij geen vordering heeft ingesteld op extracontractuele grondslag" tegen verweerster "zowel wat betreft de luiken B, C als D";

- de verweerster in de conclusie van 5 april 2011 aanvoert dat de grondslag van de vordering van de eiseres puur contractueel is.

4. Het bestreden arrest mocht derhalve wettig oordelen dat de eiseres geen vordering op extracontractuele grondslag heeft ingesteld, zonder zelf, ambtshalve, te onderzoeken of op de door de eiseres ingeroepen feiten de regels inzake extra-contractuele aansprakelijkheid konden worden toegepast.

De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 797,47 euro en voor de verweerster op 213,49 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 23 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaar-digd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Gerechtelijk recht

  • Rechtspleging

  • Taak van de rechter

  • Ambtshalve aanvullen van redenen