- Arrest van 30 januari 2014

30/01/2014 - C.12.0139.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de mede-eigenaar die een rechtsvordering betreffende zijn kavel alleen instelt, nalaat de syndicus hierover in te lichten, is zijn vordering om die reden niet onontvankelijk.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0139.N

DELTA PLUS nv, met zetel te 3920 Lommel, Gestelsedijk 87,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN RESIDENTIE DE VLIET, met zetel te 2400 Mol, Turnhoutsebaan 49, vertegenwoordigd door haar syndicus, Immo Barro bvba, met zetel te 2400 Mol, Ginderbroek 20,

2. A.V., in haar hoedanigheid van erfgename van wijlen haar echtgenoot C. V.,

3. A.V., in eigen naam,

4. F.S.,

5. P.M.,

6. L.B.,

7. E.R.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwer-pen van 30 maart 2011 en 14 september 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Overeenkomstig artikel 577-9, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, kan iedere mede-eigenaar alle rechtsvorderingen betreffende zijn kavel alleen instellen, na de syndicus daarover te hebben ingelicht die op zijn beurt de andere mede-eigenaars inlicht.

2. Wanneer de mede-eigenaar die een rechtsvordering betreffende zijn kavel alleen instelt, nalaat de syndicus daarover in te lichten, is zijn vordering om die reden niet onontvankelijk.

Het middel dat uitgaat van het tegendeel faalt naar recht.

Tweede middel

Eerste onderdeel

3. In het arrest van 30 maart 2011 stellen de appelrechters vast dat:

- de verweerders 1 tot 7 volgens het vonnis van 10 december 1998, samen gele-zen met het deskundigenverslag, een vordering hebben ingesteld tegen de eise-res voor zowel de privatieve als de gemene delen;

- dit vonnis de vorderingen met betrekking tot de garagevloer voorlopig niet heeft toegekend wegens dubbel gebruik met de vordering van de eiseres tegen Moeskops Bouwbedrijf nv;

- het vonnis aan de verweerders 2 tot 7 voorbehoud verleent ‘om ten gepaste tijde schadevergoeding te vorderen van wie het behoort voor de gebreken vast-gesteld aan de garagevloer in het complex De Vliet, in zoverre als nog van node en het hun aanbelangt'.

4. Het middel dat ervan uitgaat dat volgens de beschouwingen van de appel-rechters de tweede tot zevende verweerders geen vordering hebben ingesteld te-gen de eiseres voor de schade aan de garagevloer, berust op een onjuiste lezing van het arrest van 30 maart 2011 en mist mitsdien feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

5. Het arrest van 30 maart 2011 dat op grond van de bewoordingen van het vonnis van 10 december 1998 en het deskundigenverslag oordeelt dat de verweer-ders een vordering tegen de eiseres hebben ingesteld voor de gebreken aan de ga-ragevloer, laat het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen.

6. Uit het vonnis van 10 december 1998 en het deskundigenverslag blijkt dat:

- het vonnis van 9 maart 1994 de vorderingen van de verweerders 2 tot 7 tegen de eiseres ontvankelijk verklaart en een deskundigenonderzoek beveelt;

- het deskundigenverslag in het kader van deze vorderingen vaststelt dat de ga-ragevloer moet worden verwijderd;

- delen van de vorderingen van de verweerders 2 tot 7 tegen Moeskops Bouwbe-drijf nv met betrekking tot de schade aan de garagevloer dubbel gebruik uitma-ken met de vergoeding die aan de eiseres werd toegekend;

- het vonnis van 10 december 1998 voorbehoud verleent aan de verweerders 2 tot 7‘om ten gepaste tijde schadevergoeding te vorderen van wie het behoort voor de gebreken vastgesteld aan de garagevloer in het complex De Vliet, in zoverre als nog van node en het hun aanbelangt'.

7. Met hun oordeel dat de tweede tot zevende verweerders een vordering heb-ben ingesteld tegen de eiseres voor de schade aan de garagevloer, geven de appel-rechters aan het vonnis van 10 december 1998 en het deskundigenverslag een uit-leg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is.

8. In zoverre het middel schending van artikel 2262bis, § 1, Burgerlijk Wet-boek aanvoert, is het geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van de motiveringsplicht en de miskenning van de bewijskracht van het vonnis van 10 december 1998 en het deskundigenverslag.

9. Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1265,87 euro en voor de verweerders op 180,60 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 30 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens G. Jocqué

B. Deconinck A. Fettweis E. Dirix

Vrije woorden

  • Mede-eigendom

  • Mede-eigenaar

  • Eigen kavel

  • Rechtsvordering

  • Syndicus

  • Geen inlichting

  • Gevolg

  • Ontvankelijkheid