- Arrest van 5 februari 2014

05/02/2014 - P.13.1636.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechtspersonen treden in rechte op door tussenkomst van hun bevoegde organen of door een advocaat die wettelijk verondersteld wordt daartoe door hen te zijn gemachtigd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1636.F

A. A. J.,

Mr. Philippe Claeys, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. WALT DISNEY STUDIOS MOTION PICTURES INTERNATIONAL, vennootschap naar Amerikaans recht, e.a.,

verweersters 1 tot 6 en 8 tot 16, mrs. Stéphanie Hermoye, Benoît Michaux en Frédéric Lejeune, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 17 september 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering tegen de eiser

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen op de burger-lijke rechtsvorderingen van de verweersters tegen de eiser

Middel

De rechtspersonen treden in rechte op door tussenkomst van hun bevoegde orga-nen of door een advocaat die wettelijk verondersteld wordt daartoe door hen te zijn gemachtigd.

Wanneer een advocaat aldus een rechtspersoon vertegenwoordigt, kent artikel 703, derde lid, Gerechtelijk Wetboek de verwerende partij het recht toe te eisen dat die rechtspersoon haar de identiteit meedeelt van de natuurlijke personen die haar organen zijn.

Die informatie poogt te voldoen aan het rechtmatig belang van de verwerende par-tij. Ze is geen voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de rechtsvordering. Ze is noch substantieel noch op straffe van nietigheid voorgeschreven.

Het derde lid van voormeld artikel 703 bepaalt dat het vonnis over de zaak "kan" worden uitgesteld zolang aan die vordering niet is voldaan. Daaruit volgt dat het uitstel geen recht is maar aan de beoordeling van de rechter wordt overgelaten.

Het arrest beslist dat er geen grond is om de uitspraak aan te houden door te oor-delen, met overneming van de redenen van de eerste rechter, dat de verweersters door een advocaat zijn vertegenwoordigd, dat het vennootschappen betreft "die te goeder naam en faam bekendstaan" en dat onduidelijk is welk belang de eiser kan hebben om de identiteit te kennen van de natuurlijke personen die hun organen zijn.

Met die overwegingen omkleedt het hof van beroep zijn beslissing regelmatig met redenen en verantwoordt ze naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 5 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Luc Van hoogen-bemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Vordering in rechte

  • Burgerlijke rechtsvordering voor de strafrechter

  • Burgerlijke partij

  • Rechtspersoon

  • Vertegenwoordiging in rechte

  • Personen gemachtigd om de rechtspersoon te vertegenwoordigen