- Arrest van 21 februari 2014

21/02/2014 - D.12.0014.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 6.3, a), van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden is niet van toepassing op het voorbereidend tuchtonderzoek (1). (1) Cass. 26 feb. 2010, AR D.08.0010.F, AC 2010, nr. 138.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.12.0014.F

J.-M. R.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. STAFHOUDER VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN VAN DE BALIE TE LUIK,

2. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

3. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUS-SEL.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van 28 maart 2012 van de Frans-talige en Duitstalige tuchtraad van beroep voor advocaten.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn zoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het middel verwijt de bestreden beslissing dat zij niet antwoordt op de conclusie van de eiser die aanvoerde niet te weten welke bewoordingen hem werden verwe-ten.

De bestreden beslissing die vermeldt dat de beslissing van de tuchtraad de tucht-rechtelijke bezwaren nader heeft omschreven, onder meer door de weergave van de gewraakte passages in eisers brieven, zodat hij voor de tuchtraad van beroep een eerlijk proces heeft gekregen en zijn recht van verdediging werd geëerbiedigd, beantwoordt de voornoemde conclusie van de eiser.

In zoverre het middel schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, mist het fei-telijke grondslag.

Voor het overige voert het middel aan dat de eiser de mogelijkheid moest hebben om zich te verdedigen vanaf het begin van het tegen hem ingestelde onderzoek, en dat hij daartoe nauwkeurige informatie moest krijgen over de hem verweten fei-ten.

Artikel 6.3, a), EVRM is niet van toepassing op het voorbereidend tuchtonder-zoek.

Artikel 6.1 EVRM is evenmin van toepassing op dat onderzoek in zoverre het de in artikel 6.3, a), vastgelegde rechten waarborgt als een specifiek bestanddeel van het recht op een eerlijk proces.

In zoverre het middel de schending van de artikelen 6.1 en 6.3, a), EVRM aan-voert, is het niet ontvankelijk.

De eerbiediging van het recht van verdediging impliceert niet dat degene die tuchtrechtelijk vervolgd wordt, van bij het begin van het tegen hem gevoerde on-derzoek nauwkeurige informatie moet krijgen over de hem verweten feiten en sluit niet uit dat hij ingevolge de beslissing in eerste aanleg daadwerkelijk kennis krijgt van de feiten waarvoor hij wordt vervolgd, voor zover in dat geval de tegenspraak werd gerespecteerd.

De bestreden beslissing stelt vast dat "[de eiser] voor de tuchtraad in beroep [...] zelf toegeeft dat het tweede bezwaar duidelijk blijkt uit de [beroepen] beslissing, met name door de weergave van de passages van zijn brieven aan de stafhouder".

De bestreden beslissing vermeldt niet-bekritiseerd dat "[de eiser] voor die raad een eerlijk proces heeft gekregen, meer bepaald doordat hij alle bewijselementen op tegenspraak kon bespreken en hij dat daadwerkelijk in conclusie heeft gedaan".

Uit die vermeldingen leidt de bestreden beslissing naar recht af dat "het recht van verdediging van [de eiser] niet [...] werd miskend".

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing in zoverre zij de forfaitair op 500 euro bepaalde rechtsplegingskosten in hoger beroep ten laste van de eiser legt.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing.

Veroordeelt de eiser tot drie vierden van de kosten en de eerste verweerder tot één vierde ervan.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Franstalige en Duitstalige tuchtraad van beroep voor advocaten, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Mireille Delange, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 21 februari 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Tuchtprocedure

  • Voorbereidend tuchtonderzoek

  • Verdrag Rechten van de Mens

  • Artikel 6.3.a

  • Toepasbaarheid