- Arrest van 24 februari 2014

24/02/2014 - C.13.0293.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een verbintenis is aangegaan onder een ontbindende voorwaarde wanneer haar tenietgaan afhangt van een toekomstige en onzekere gebeurtenis ofwel van een gebeurtenis die reeds heeft plaatsgehad maar aan partijen nog onbekend is; een toekomstige gebeurtenis kan als ontbindende voorwaarde worden bedongen, ook al is het intreden ervan afhankelijk van de wil van de schuldenaar.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0293.N

1. R.,

2. YANDRO nv, met zetel te 2950 Kapellen (Antwerpen), Kapellenboslei 14/1,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kan-toor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

M.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 februari 2013.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 8 oktober 2013 verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 1168 Burgerlijk Wetboek, is een verbintenis voorwaarde-lijk wanneer men deze doet afhangen van een toekomstige en onzekere gebeurte-nis.

2. Volgens artikel 1174 Burgerlijk Wetboek is iedere verbintenis nietig, wan-neer zij is aangegaan onder een potestatieve voorwaarde van de zijde van degene die zich verbindt.

3. Een verbintenis is aangegaan onder een ontbindende voorwaarde wanneer haar tenietgaan afhangt van een toekomstige en onzekere gebeurtenis ofwel van een gebeurtenis die reeds heeft plaatsgehad maar aan partijen nog onbekend is.

Een toekomstige gebeurtenis kan als ontbindende voorwaarde worden bedongen, ook al is het intreden ervan afhankelijk van de wil van de schuldenaar.

4. Het middel dat ervan uitgaat dat een ontbindende voorwaarde niet afhanke-lijk kan zijn van de wil der partijen, berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Het middel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 621,96 euro en voor de verweerder op 258,06 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare terechtzitting van 24 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

E. Dirix

Vrije woorden

  • Ontbindende voorwaarde

  • Intreding

  • Wil van de schuldenaar