- Arrest van 28 februari 2014

28/02/2014 - C.13.0201.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 37, eerste en derde lid, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen volgt dat het, om bij voorrang te worden betaald uit de opbrengst van de tegeldemaking van activa van de schuldenaar waarop een zekerheid is gevestigd, nodig maar voldoende is dat de schuldvorderingen die ten aanzien van de schuldenaar beantwoorden aan prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie, bijgedragen hebben tot het behoud van die zekerheid (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2014, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0201.F

ING BELGIË nv,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

Jean-Luc PAQUOT, advocaat, curator van de faillissementen van de naamloze vennootschappen Fortemps, Alpha Gravure en Alpha Grafic,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 20 december 2012.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 7 februari 2014 een conclusie neerge-legd op de griffie.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiseres drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Derde middel

Krachtens artikel 37, eerste en derde lid, van de wet van 31 januari 2009 betref-fende de continuïteit van de ondernemingen worden de schuldvorderingen, in de mate dat ze ten aanzien van de schuldenaar beantwoorden aan prestaties uitge-voerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie door zijn medecontrac-tant, en ongeacht of ze voortvloeien uit nieuwe verbintenissen van de schuldenaar of uit overeenkomsten die lopen op het ogenblik van het openen van de procedure, beschouwd als boedelschulden in een navolgende vereffening of faillissement tij-dens de periode van reorganisatie of na het beëindigen ervan, in zoverre er een nauwe band bestaat tussen de beëindiging van de procedure en die collectieve procedure, en wordt de betaling ervan slechts afgenomen bij voorrang van de op-brengst van de tegeldegemaakte goederen waarop een zakelijk recht is gevestigd, voor zover die prestaties bijgedragen hebben tot het behoud van de zekerheid of de eigendom.

Uit die bepaling volgt dat het, om bij voorrang te worden betaald uit de opbrengst van de tegeldemaking van activa van de schuldenaar waarop een zekerheid is ge-vestigd, nodig maar voldoende is dat de schuldvorderingen die beantwoorden aan prestaties jegens de schuldenaar tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisa-tie, bijgedragen hebben tot het behoud van die zekerheid.

Het arrest stelt vast dat de tweede verweerster "tijdens de procedure van de ge-rechtelijke reorganisatie verpakkingsmaterieel is blijven leveren aan de vennoot-schap Fortemps" en overweegt, zonder daarop te worden bekritiseerd, dat de schuldvordering van de tweede verweerster betrekking heeft op prestaties die je-gens de schuldenaar zijn verricht.

Met eigen redenen en met overneming van de redenen van de eerste rechter over-weegt het arrest "dat die verpakkingen vervolgens Fortemps de kans hebben ge-boden haar eigen leveringen te doen" en dat "de prestaties van de [tweede ver-weerster] ertoe hebben bijgedragen de activiteit van Fortemps, en dus haar han-delsfonds, te behouden".

Uit die vermeldingen volgt dat het arrest, op grond van een feitelijke beoordeling, overweegt dat alle prestaties samen van de tweede verweerster de vennootschap Fortemps de mogelijkheid hebben geboden haar activiteiten voort te zetten, en het handelsfonds te behouden die de grondslag vormt van het pand dat de eiseres ten goede komt.

Met die overwegingen, op grond waarvan het Hof zijn wettigheidstoetsing kan uitoefenen, beslist het arrest, dat bovendien de redenen van zijn redenen niet hoefde op te geven, naar recht dat de schuldvordering van de tweede verweerster een boedelschuld is.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Mireille Delange, Michel Lemal en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 28 februari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Met zekerheid bezwaarde activa

  • Opbrengst van tegeldemaking

  • Betaling bij voorrang