- Arrest van 4 maart 2014

04/03/2014 - P.14.0333.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer het opzet om het misdrijf te plegen is ontstaan buiten enig optreden van de politieambtenaar of van een derde handelend op het uitdrukkelijk verzoek van deze ambtenaar, deze zich heeft beperkt tot het scheppen van de gelegenheid om vrij een strafbaar feit te plegen in zodanige omstandigheden dat hij de uitvoering ervan kan vaststellen en aan de dader ruimte gelaten wordt om vrij met zijn misdadig voornemen te breken, is er geen sprake van provocatie (1). (1) Zie: Cass. 5 feb. 1985, AR 9277, AC 1984-1985, nr. 337; Cass. 17 dec. 2002, AR P.02.0027.N, nr. 675; Cass. 1 okt. 2008, AR P.08.0743.F, AC 2008, nr. 516.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0333.N

M B,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Jean Marie de Meester, advocaat bij de balie te Brugge.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 18 februari 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 30 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat er geen reden is om aan te nemen dat er sprake is van een actieve tussenkomst van de politie in de zin van het voormelde wetsartikel; ook een bewust niet-ingrijpen kan evenwel beschouwd worden als een actieve tussenkomst en een situatie creëren in de zin van artikel 30 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.

2. Artikel 30, tweede lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering be-paalt dat er sprake is van provocatie wanneer door de tussenkomst van een poli-tieambtenaar of van een derde, handelend op het uitdrukkelijk verzoek van deze ambtenaar, in hoofde van de dader het voornemen om een misdrijf te plegen rechtstreeks is ontstaan, versterkt of bevestigd terwijl hij dit wilde beëindigen.

Wanneer het opzet om het misdrijf te plegen is ontstaan buiten enig optreden van de politieambtenaar of van een derde handelend op het uitdrukkelijk verzoek van deze ambtenaar, deze zich heeft beperkt tot het scheppen van de gelegenheid om vrij een strafbaar feit te plegen in zodanige omstandigheden dat hij de uitvoering ervan kan vaststellen en aan de dader ruimte gelaten wordt om vrij met zijn mis-dadig voornemen te breken, is er geen sprake van provocatie.

3. De rechter oordeelt onaantastbaar of het optreden van de politieambtenaar aan de oorsprong ligt van het misdadige voornemen van de dader of deze heeft aangemoedigd, dan wel slechts de gelegenheid was om vrij een strafbaar feit te plegen in omstandigheden waar de dader steeds vrij met dit voornemen kon bre-ken.

4. De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat:

- de verbalisanten op 27 januari 2014 op een parking te Sint-Agatha-Berchem een Citroën C5 hebben aangetroffen die gestolen bleek;

- zij dit voertuig vervolgens enkel op de openbare weg hebben laten staan en onder observatie hebben geplaatst zonder verdere tussenkomst.

Op grond van die vaststellingen oordelen de appelrechters dat de politie:

- "niets meer deed dan het nabootsen van een dagelijkse situatie die de dader ook had kunnen tegenkomen indien eender welke burger zijn voertuig op de openbare weg had achtergelaten";

- zich beperkte "tot het louter creëren van een gelegenheid om vrij een strafbaar feit te plegen zonder op enige wijze afbreuk te doen aan de vrijheid van de eiser om af te zien van het plegen van enig misdrijf met dit voertuig";

- enkel beoogde de uitvoering van het misdrijf vast te stellen.

Aldus verantwoordt het arrest de beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

5. In zoverre het middel opkomt tegen dit onaantastbaar oordeel van de appel-rechters of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet be-voegd is, is het niet ontvankelijk.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: het bewust niet-optreden door de politie of gerechtelijke diensten met betrekking tot het gestolen voertuig dat onder observatie stond, kan in deze gelijkgesteld worden met een bewuste handeling van de politie die uiteindelijk aanleiding gaf tot de aan de eiser ten laste gelegde feiten, minstens wat de heling van het gestolen voertuig betreft.

7. Het middel dat geen enkele concrete kritiek op het arrest bevat, is niet ont-vankelijk.

Derde middel

8. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, evenals miskenning van het recht op wapengelijkheid: door de toepassing van de BOM-wet wordt de wapengelijkheid tussen de partijen miskend; in tegenstelling tot de eiser heeft het openbaar ministerie hier wel toegang tot het volledige dossier om haar vordering op te stellen.

9. Het middel dat geen enkele concrete kritiek op het arrest bevat, is niet ont-vankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 74,31 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 4 maart 2014 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Uitlokking