- Arrest van 10 maart 2014

10/03/2014 - S.13.0002.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De tegemoetkomingen worden niet toegekend aan de vreemdelingen die niet behoren tot de in artikel 4, § 1, 2° tot 6°, Wet Tegemoetkoming Gehandicapten bepaalde categorieën en die in het vreemdelingenregister ingeschreven zijn; het Grondwettelijk Hof heeft bij zijn arresten nr. 3/2012 van 11 januari 2012, nr. 108/2012 van 9 augustus 2012 en nr. 114/2012 van 4 oktober 2012 geoordeeld dat artikel 4 Wet Tegemoetkoming Gehandicapten, in samenhang met artikel 1, eerste lid, 3°, van het voormelde koninklijk besluit van 17 juli 2006, in zoverre de artikelen 10 en 11 Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 191 Grondwet, met artikel 14 EVRM en met artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, niet schendt; het heeft hierbij overwogen dat het administratief statuut van de vreemdelingen die in het vreemdelingenregister zijn ingeschreven, aantoont dat zij een band met België hebben die de wetgever als minder sterk kon beschouwen dan die welke de personen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven, vertonen en dat de gevlogen van dat onderscheid niet onevenredig zijn, aangezien de vreemdeling aan wie de tegemoetkomingen worden geweigerd, in voorkomend geval nog aanspraak kan maken op maatschappelijke dienstverlening waarbij met zijn handicap rekening wordt gehouden (1). (1) Zie concl. OM.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.13.0002.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, voor wie optreedt de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Directie-generaal Personen met een handicap, met kantoor te 1000 Brussel, Finance Tower, Kruidtuinlaan 50, bus 150,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

L B,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 1 oktober 2012.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 10 februari 2014 ter griffie een conclusie neergelegd.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 4, § 1, Wet Tegemoetkoming Gehandicapten kunnen de tegemoetkomingen aan personen met een handicap enkel toegekend worden aan een persoon die zijn werkelijke verblijfplaats in België heeft en die Belg is of be-hoort tot de in 2° tot 6° bepaalde categorieën van vreemdelingen.

Artikel 4, § 2, Wet Tegemoetkoming Gehandicapten machtigt de Koning om de toepassing van deze wet uit te breiden tot andere categorieën van personen dan deze beoogd in § 1 die hun werkelijke verblijfplaats in België hebben.

Krachtens artikel 1, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 17 juli 2006 tot uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de te-gemoetkomingen aan personen met een handicap, kunnen de tegemoetkomingen eveneens worden toegekend aan de personen die ingeschreven zijn als vreemde-ling in het bevolkingsregister.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de tegemoetkomingen niet worden toegekend aan de vreemdelingen die niet behoren tot de in artikel 4, § 1, 2° tot 6°, Wet Te-gemoetkoming Gehandicapten bepaalde categorieën en die in het vreemdelingen-register ingeschreven zijn.

3. Het Grondwettelijk Hof heeft bij zijn arresten nr. 3/2012 van 11 januari 2012, nr. 108/2012 van 9 augustus 2012 en nr. 114/2012 van 4 oktober 2012 ge-oordeeld dat artikel 4 Wet Tegemoetkoming Gehandicapten, in samenhang met artikel 1, eerste lid, 3°, van het voormelde koninklijk besluit van 17 juli 2006, in zoverre de artikelen 10 en 11 Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 191 Grondwet, met artikel 14 EVRM en met artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, niet schendt.

Het heeft hierbij overwogen dat het administratief statuut van de vreemdelingen die in het vreemdelingenregister zijn ingeschreven, aantoont dat zij een band met België hebben die de wetgever als minder sterk kon beschouwen dan die welke de personen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven, vertonen en dat de ge-volgen van dat onderscheid niet onevenredig zijn, aangezien de vreemdeling aan wie de tegemoetkomingen worden geweigerd, in voorkomend geval nog aan-spraak kan maken op maatschappelijke dienstverlening waarbij met zijn handicap rekening wordt gehouden.

4. Het arrest stelt vast dat de verweerster de Armeense nationaliteit heeft en dat zij niet ingeschreven is in het bevolkingsregister, maar wel in het vreemdelin-genregister.

5. Het arrest dat oordeelt dat de verweerster aanspraak kan maken op tege-moetkomingen aan personen met een handicap, op grond dat de eiser geen zwaarwichtige redenen aanvoert noch bewijst om de discriminatie te verantwoor-den die op grond van de nationaliteit bestaat tussen de personen die legaal in Bel-gië verblijven en ingeschreven worden in het bevolkingsregister dan wel in het vreemdelingenregister, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Kosten

6. Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de ei-ser te worden veroordeeld tot de kosten.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 197,51 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit voorzitter Christian Storck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Mireille Delange en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 10 maart 2014 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van grif-fier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche A. Lievens M. Delange

K. Mestdagh A. Smetryns Chr. Storck

Vrije woorden

  • Vreemdelingen

  • Recht op tegemoetkoming

  • Weigering

  • Bevolkingsregister

  • Vreemdelingenregister

  • Onderscheid