- Arrest van 11 maart 2014

11/03/2014 - P.12.1929.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 67bis Wegverkeerswet volgt dat het erin bepaalde wettelijke vermoeden enkel van toepassing is op de titularis van de nummerplaat van het voertuig waarmee de overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan werd gepleegd, maar niet op anderen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1929.N

B V,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Patrick Van Buyten, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 25 oktober 2012.

De eiseres voert in een verzoekschrift die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 67bis Wegverkeerswet: het be-streden vonnis oordeelt dat de eiseres vermoed wordt de feiten te hebben ge-pleegd; het past aldus het bij dat wetsartikel bepaalde wettelijk vermoeden toe op de eiseres; dat vermoeden is evenwel enkel toepasselijk op de titularis van de nummerplaat van het voertuig.

2. Artikel 67bis Wegverkeerswet bepaalt: "Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel."

3. Uit dit wetsartikel volgt dat het erin bepaalde wettelijke vermoeden enkel van toepassing is op de titularis van de nummerplaat van het voertuig waarmee de overtreding op de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan werd ge-pleegd, maar niet op anderen.

4. Het bestreden vonnis oordeelt "Overeenkomstig artikel 67bis Wegverkeers-wet wordt diegene op wiens naam het voertuig is ingeschreven vermoed ingeval van een overtreding de feiten te hebben begaan. Dit vermoeden kan worden weer-legd door elk middel van recht. [De eiseres] verklaarde dat zij dan wel haar vriend zou hebben gereden, zodat het voornoemd vermoeden in hoofde van de vader die eigenaar is van het voertuig voldoende is weerlegd. De vader van [de eiseres] verklaarde dat zijn dochter de toelating heeft om met het voertuig te rijden, zodat [de eiseres] wordt vermoed de overtreding te hebben begaan. Haar bewering dat het haar vriend "kan" geweest zijn, is eenzijdig en wordt niet bevestigd door haar vriend die in de gelegenheid is gesteld geweest een verklaring af te leggen. [De eiseres] wordt derhalve vermoed om de feiten te hebben begaan. Het bevelen van verhoor van de getuige omtrent het feit of de bestuurder een vrouw dan wel een man is geweest, is niet opportuun omdat [de eiseres] op geen voldoende wijze doet vermoeden dat haar vriend zou hebben gereden. Er ligt evenmin een toestemming van de vader aan deze vriend voor om het voertuig te gebruiken. [De eiseres] weerlegt derhalve het op haar rustend vermoeden van voornoemd artikel 67bis niet, zodat haar betrokkenheid bij de feiten vaststaat."

5. Aldus past het bestreden vonnis het door artikel 67bis Wegverkeerwet be-paalde vermoeden toe op de eiseres, die volgens het bestreden vonnis niet de titu-laris is van de nummerplaat van het voertuig waarmee de overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan zou zijn begaan.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

6. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Antwerpen, anders samenge-steld, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 116,55 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 11 maart 2014 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Overtreding Wegverkeerswet of uitvoeringsbesluiten ervan

  • Weerlegbaar vermoeden van schuld

  • Toepassingsgebied