- Arrest van 12 maart 2014

12/03/2014 - P.14.0314.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het arrest dat tot staving van de uitlegging van een wet een precedent in de rechtspraak aanvoert, verleent aan dat precedent niet de draagwijdte van een algemene verordenende bepaling.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0314.F

M. B.,

Mr. Dominique Andrien, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 11 februari 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het arrest dat tot staving van de uitlegging van een wet een precedent in de recht-spraak aanvoert, verleent aan dat precedent niet de draagwijdte van een algemene verordenende bepaling.

De appelrechters hebben geoordeeld dat het recht op eerbiediging van het privé-leven, voor degene die het opeist, niet het recht inhoudt een land waarvan hij geen onderdaan is binnen te komen en er zich te vestigen.

De verwijzing, na die overweging, naar een arrest van de Raad voor Vreemdelin-genbetwistingen dat in dezelfde zin heeft beslist, doet geen afbreuk aan het auto-nome karakter van de overtuiging waaraan de bekritiseerde reden uitdrukking geeft.

Het middel, dat de schending aanvoert van artikel 6 Gerechtelijk Wetboek, kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Het arrest wordt verweten dat het de proportionaliteit niet onderzoekt tussen de vrijheidsberovende maatregel en de maatregel tot verwijdering van de vreemde-ling, enerzijds, en de omstandigheid dat hij een van de landstalen kent en over een beroepsopleiding beschikt waardoor hij in het land makkelijk werk kan vinden, anderzijds.

De hoven of rechtbanken mogen zich niet, onder voorwendsel van een toezicht op de proportionaliteit, mengen in de beoordeling van de administratieve overheid betreffende de noodzaak aan een illegaal verblijf een einde te maken en de ge-grondheid van de daartoe genomen maatregelen.

Het arrest oordeelt dat de asielprocedure van de eiser is mislukt, dat hem tever-geefs een eerste bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend, dat al zijn verblijfsaanvragen werden afgewezen, dat hij geen gevolg heeft gegeven aan een eerdere beslissing tot verwijdering, en dat de jegens hem gebruikte dwang in ver-houding staat tot de hardnekkige weigering van betrokkene om een eind te maken aan zijn illegale toestand.

De kamer van inbeschuldigingstelling heeft aldus, binnen de bij wet aan haar be-voegdheid gestelde grenzen, het wettigheidstoezicht uitgeoefend dat haar op grond van artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet, is opgedragen.

Het middel kan dus niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 12 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Uitlegging van een wet

  • Verwijzing naar een precedent in de rechtspraak

  • Wettigheid