- Arrest van 13 maart 2014

13/03/2014 - C.13.0347.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De wet van 1 april 1976 betreffende de verticale integratie in de sector van de dierlijke productie die van dwingend recht is, sluit niet uit dat een geschil met betrekking tot een verticale integratieovereenkomst aan arbitrage wordt onderworpen op voorwaarde dat de overeenkomst tot arbitrage wordt gesloten nadat het geschil is ontstaan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0347.N

1. WITVEN bvba, met zetel te 2470 Retie, Molendijk 9,

2. A S,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre-Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

VION FARMING BELGIE nv, met zetel te 2160 Wommelgem, Koralenhoeve 5,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kan-toor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 maart 2013.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De wet van 1 april 1976 betreffende de verticale integratie in de sector van de dierlijke producten die van dwingend recht is, sluit niet uit dat een geschil met be-trekking tot een verticale integratieovereenkomst aan arbitrage wordt onderworpen op voorwaarde dat de overeenkomst tot arbitrage wordt gesloten nadat het geschil is ontstaan.

2. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat een geschil betreffende een verticale inte-gratieovereenkomst niet het voorwerp kan zijn van arbitrage, ongeacht of de over-eenkomst zelf het geschil onttrekt aan de door de wet van 1 juli 1976 aangewezen rechter, dan wel de partijen na het ontstaan van het geschil arbitrage overeenkomen, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

3. Uit de onder r.o. 2, pagina 8, van het bestreden arrest weergegeven inhoud van diverse schriftelijke documenten en vaststellingen konden de appelrechters naar recht afleiden dat de partijen na het ontstaan van het geschil een overeenkomst tot arbitra-ge hebben gesloten en dat de eisers met kennis van zaken het geschil aan arbitrage hebben onderworpen.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 1197,45 euro en voor de verweerster op 209,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samenge-steld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Albert Fet-tweis, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Fettweis E. Dirix

Vrije woorden

  • Wet van 1 april 1976 betreffende de verticale integratie in de sector van de dierlijke productie

  • Verticale integratieovereenkomst

  • Toepassing