- Arrest van 17 maart 2014

17/03/2014 - C.12.0317.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wil een fotografisch werk de bescherming van de wet van 30 juni betreffende het auteursrecht en de naburige rechten kunnen genieten, is het noodzakelijk doch volstaat het te bewijzen dat het oorspronkelijk is, in de zin dat het een eigen intellectuele schepping van zijn auteur is; een intellectuele schepping is eigen aan de auteur wanneer zij de persoonlijkheid van laatstgenoemde weergeeft; dat is het geval als de auteur zijn creatief talent bij de realisatie van het werk heeft uitgedrukt door het maken van vrije en creatieve keuzes (1). (1) Zie concl. OM in Pas. nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0317.F

TRADART, vennootschap naar Zwitsers recht,

Mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. J.-B. F.,

2. S.L.,

3. JEAN-BAPTISTE FORESTIER, vennootschap naar Frans recht,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 22 december 2011 van het hof van beroep te Brussel.

De eerste voorzitter heeft de zaak bij beschikking van 30 december 2013 naar de derde kamer verwezen.

Op 2 januari 2014 heeft advocaat-generaal Jean Marie Genicot zijn conclusie ter griffie neergelegd.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

In het verzoekschrift waarvan een eensluidend afschrift aan dit arrest is gehecht, voert de eiseres een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Wil een fotografisch werk de bescherming van de wet van 30 juni 1994 betreffen-de het auteursrecht en de naburige rechten kunnen genieten, is het noodzakelijk doch volstaat het te bewijzen dat het oorspronkelijk is, in de zin dat het een eigen intellectuele schepping van zijn auteur is. Een intellectuele schepping is eigen aan de auteur wanneer zij de persoonlijkheid van laatstgenoemde weergeeft. Dat is het geval als de auteur zijn creatief talent bij de realisatie van het werk heeft uitge-drukt door het maken van vrije en creatieve keuzes.

Het arrest oordeelt dat "terwijl de muntstukken van verschillende kleur zijn (licht of donker zilver, brons, goud, al dan niet geoxideerd koper), [de verweerder] ze in een betrekkelijk eenvormig grijs heeft voorgesteld om de catalogus een indruk van homogeniteit te geven, waardoor hij tegelijk het reliëf kon benadrukken van de aangezichten op de beeldzijde en van de scenes op de keerzijde; dat het feit dat die voorstelling het resultaat is van een technisch werk (zoals de keuze van de flashintensiteit of de verzadigingsmindering van beelden door middel van infor-maticamiddelen) weinig belang heeft aangezien daaruit volgt dat het voorkomen van de stukken van het origineel verschilt", dat "de bovenste gedeelten van het gelaat systematisch zijn opgelicht, en meer bepaald het voorhoofd en de neusrug" en dat "de verweerder gepoogd heeft aldus te werk te gaan dat het stuk in de cata-logus op ware grootte weergegeven is [...], wat hem weliswaar niet heeft belet om wegens esthetische redenen, soms sommige misvormingen uit te vagen, door te langwerpige stukken ronder te maken".

Het leidt uit die feitelijke vaststellingen af dat "de verweerder zich, te dezen, niet beperkt heeft tot het slaafs fotograferen van de in de 'Millon' catalogus te ver-schijnen muntstukken; dat hij keuzes heeft gemaakt die ervan getuigen dat de ge-publiceerde fotografische werken een intellectuele schepping zijn eigen aan de auteur" en dat "de litigieuze fotografische werken wel degelijk het door de Au-teurswet 1994 vereiste oorspronkelijke karakter vertonen".

Het verantwoordt aldus zijn beslissing naar recht dat de litigieuze fotografische werken de bescherming genieten van de Auteurswet 1994.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Mireille Delange, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 17 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Wet 30 juni 1994

  • Bescherming

  • Oorspronkelijk werk

  • Schepping