- Arrest van 20 maart 2014

20/03/2014 - F.13.0052.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In het kader van een taxatie op grond van tekenen en indicikn kan de gehele aangroei van het tegoed op een rekening-courant van de belastingplichtige in een vennootschap gedurende het belastbaar tijdperk als een indicie van hogere gegoedheid in de zin van artikel 341 WIB92 in aanmerking genomen worden (1). (Impliciet) (1) Zie concl. OM.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.13.0052.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur van de ge-westelijke directie Antwerpen I, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2,

eiser,

tegen

1. F D,

2. H V D B,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwer-pen van 20 december 2011 en van 23 oktober 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 3 december 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 341 WIB92 bepaalt dat, behoudens tegenbewijs, de raming van de belastbare grondslag, zowel voor rechtspersonen als voor natuurlijke personen, mag worden gedaan volgens tekenen en indiciën waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven inkomsten.

Krachtens die bepaling worden de uitgaven, bestedingen, investeringen en toena-men van vermogen vastgesteld tijdens een belastbaar tijdperk, die zijn aangemerkt als tekenen en indiciën waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven inkomsten, geacht, behoudens tegenbewijs door de belastingplichtige, voort te komen van de belastbare inkomsten.

Om het op hem rustende tegenbewijs te leveren, moet de belastingplichtige aan de hand van positieve en controleerbare gegevens aantonen dat die hogere gegoed-heid voortkomt uit andere inkomsten dan die welke in de inkomstenbelastingen kunnen worden belast of uit inkomsten die tijdens een vroeger tijdvak dan het be-lastbare tijdvak zijn verkregen.

2. De appelrechters stellen vast dat de administratie als te verantwoorden uit-gave de aanzuivering van de rekening-courant van de verweerder in Duphone In-ternational bvba met een bedrag van 112.789,02 euro heeft weerhouden, te weten het positief verschil tussen de stand van deze rekening-courant per 31 december 2000 en 31 december 2001.

Zij oordelen dat de gehele toename van deze lopende rekening op zich geen indi-cie kan vormen, dat de aangroei van het tegoed op een lopende rekening maar als indicie kan gelden indien uit het detail van de boekingen blijkt dat aan de verrich-tingen op de creditzijde effectieve uitgaven beantwoorden en dat indien niet vast-staat dat de bewegingen op de lopende rekening het gevolg zijn van stortingen door de belastingplichtige aan de vennootschap, maar mogelijkerwijze het gevolg zijn van oorzaken die niet noodzakelijk een indicie vormen, het bewijs van het rechtsgeldig karakter van de indicie niet geleverd is.

Door aldus te oordelen miskennen de appelrechters het begrip tekenen en indiciën en schenden zij artikel 341 WIB92.

Het middel is gegrond.

Omvang van cassatie

De cassatie van het arrest van 20 december 2011 strekt zich uit tot het arrest van 23 oktober 2012 dat het gevolg ervan is.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden arresten, behalve in zoverre het hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest van 20 december 2011 en het vernietigde arrest van 23 ok-tober 2012.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 20 maart 2014 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Toename van de rekening-courant