- Arrest van 27 maart 2014

27/03/2014 - C.13.0412.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer bij beslissing van de gemeenteraad de gemeentesecretaris wordt aangewezen als ambtenaar belast met het opleggen van een administratieve geldboete, en een besluit van de gemeenteraad de ambtenaar belast met het opleggen van administratieve geldboetes of zijn vervanger bevoegd verklaart om van de administratieve geldboetes aan de overtreder kennis te geven, volgt daaruit dat de gemeentesecretaris bevoegd is om de administratieve geldboetes ter kennis te brengen van de overtreder, en dat de gemeentesecretaris bijgevolg alleen de brieven kan ondertekenen waarbij deze kennisgeving gebeurt, zonder dat deze brieven ook moeten worden ondertekend door de burgemeester (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0412.N

STAD BRUSSEL, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en sche-penen, met zetel te 1000 Brussel, Grote Markt 1,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

B T,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politie-rechtbank te Brussel van 10 januari 2012.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 6 februari 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 119bis, § 2, derde lid, Nieuwe Gemeentewet wordt de ad-ministratieve geldboete opgelegd door de ambtenaar behorend tot een van de ca-tegorieën vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad en die daartoe door de gemeenteraad wordt aangewezen. Deze amb-tenaar mag niet dezelfde zijn als degene die op grond van paragraaf 6 de inbreu-ken vaststelt.

Artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 januari 2001 tot vaststelling van de pro-cedure tot aanwijzing van de ambtenaar en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet van 13 mei 1999 betreffende de invoering van de gemeentelijke admi-nistratieve sancties, bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentesecretaris aanwijst als ambtenaar belast met het opleggen van de administratieve geldboetes. Het be-paalt tevens dat de gemeenteraad ook een ambtenaar kan aanduiden met het ni-veau waarvoor een universitair diploma vereist is.

In uitvoering hiervan werd bij artikel 1 van de beslissing van de gemeenteraad van de eiseres van 5 november 2001 de gemeentesecretaris aangewezen als ambtenaar belast met het opleggen van de administratieve geldboetes.

2. Artikel 119bis, § 2, vijfde lid, Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat, onvermin-derd paragraaf 10, tweede lid, de gemeenteraad de wijze vaststelt van kennisge-ving van de sanctie aan de dader van de inbreuk.

Bij artikel 1 van het besluit van de gemeenteraad van de eiseres van 21 september 2009 wordt de ambtenaar belast met het opleggen van administratieve geldboetes of zijn vervanger bevoegd verklaard om van de administratieve geldboetes aan de overtreders kennis te geven.

3. Uit de voormelde bepalingen volgt dat de gemeentesecretaris van de eiseres bevoegd is om de administratieve geldboetes ter kennis te brengen van de overtre-der en dat de gemeentesecretaris bijgevolg alleen de brieven kan ondertekenen waarbij deze kennisgeving gebeurt, zonder dat deze brieven ook moeten worden ondertekend door de burgemeester.

4. Door te oordelen dat de aangetekende brief waarmee de administratieve boete ter kennis werd gebracht van de verweerder overeenkomstig artikel 109 Nieuwe Gemeentewet ondertekend diende te zijn door de burgemeester en door op die grond de beslissing van de eiseres van 16 februari 2011 waarbij aan de verweerder een administratieve boete werd opgelegd te vernietigen, schendt het vonnis de hiervoor aangehaalde wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre dit het beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de politierechtbank te Vilvoorde.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in open-bare rechtszitting van 27 maart 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh B. Deconinck A. Fettweis

Vrije woorden

  • Administratieve geldboetes

  • Kennisgeving aan de overtreder

  • Bevoegde persoon