- Arrest van 1 april 2014

01/04/2014 - P.12.2036.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vonnisgerecht in politie- of in correctionele zaken moet aan het ten laste gelegde feit de juiste kwalificatie geven en daartoe met eerbiediging van het recht van verdediging de oorspronkelijke kwalificatie verbeteren, aanvullen of vervangen; indien het uitspraak doet over een feit waaraan slechts één kwalificatie is gegeven, kan het de beklaagde zonder aanvullende aanhangigmaking niet veroordelen voor meerdere misdrijven (1) ; een aanvullende aanhangigmaking is in hoger beroep evenwel uitgesloten; de appelrechter kan dan ook buiten het geval van een aanvullende aanhangigmaking in eerste aanleg, aan de aan het feit gegeven oorspronkelijke kwalificatie geen kwalificatie toevoegen (2). (1) Cass. 15 jan.1987, AR nr.7626, AC 1986-87, nr. 285. (2) Cass. 17 nov. 1992, AR nr. 5722, AC 1991-92, nr. 734.

Arrest - Integrale tekst

P.12.2036.N

1. J A,

beklaagde,

2. N E A,

beklaagde,

eisers,

met als raadsman mr. Jaak Haentjens, advocaat bij de balie te Dendermonde.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 9 november 2012.

De eiser en de eiseres voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, respec-tievelijk een middel en twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel van de eiser

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grond-wet, de artikelen 182, 202 en 211 Wetboek van Strafvordering, artikel 146, eerste lid, 1° en 3°, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 6.1.1, eerste lid, 1° en 3°, Vlaam-se Codex Ruimtelijke Ordening, evenals miskenning van het algemeen rechtsbe-ginsel van het recht van verdediging: door de toevoeging aan de oorspronkelijke telastlegging van de inbreuk op artikel 146, eerste lid, 3°, Stedenbouwdecreet 1999, zijnde het als eigenaar toestaan of aanvaarden van het plegen, voortzetten of instandhouden van één van de onder 1° en 2° bedoelde gevallen, ontdubbelt het arrest de kwalificatie, wat enkel mogelijk is via een bijkomende aanhangigmaking en in hoger beroep hoe dan ook is uitgesloten (eerste onderdeel); het arrest stelt strijdig met de werkelijkheid vast dat de eiser tegenspraak heeft kunnen voeren over de aanpassing van de telastlegging (tweede onderdeel); het arrest veroordeelt de eiser ten onrechte zowel wegens de inbreuk op artikel 149, eerste lid, 1°, Ste-denbouwdecreet 1999, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 1°, Vlaamse Codex Ruimte-lijke Ordening als wegens de inbreuk op artikel 149, eerste lid, 3°, Stedenbouw-decreet 1999, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 3°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Orde-ning; die telastleggingen sluiten elkaar immers uit (derde onderdeel); het arrest motiveert op geen enkele wijze de schuldigverklaring van de eiser aan de inbreuk op artikel 149, eerste lid, 3°, Stedenbouwdecreet 1999, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 3°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (vierde onderdeel).

2. De aan de eiser opgelegde bestraffing en de beslissing over de herstelvorde-ring wegens inbreuken op artikel 149, eerste lid, 1°, Stedenbouwdecreet 1999, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 1°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, en artikel 149, eerste lid, 3°, Stedenbouwdecreet 1999, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 3°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zijn naar recht verantwoord op grond van de lastens de eiser bewezen verklaarde inbreuk op artikel 149, eerste lid, 1°, Ste-denbouwdecreet 1999, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 1°, Vlaamse Codex Ruimte-lijke Ordening, welke door het middel in geen enkel van zijn onderdelen wordt bekritiseerd.

Het middel kan in geen enkel van zijn onderdelen tot cassatie leiden en is bijge-volg niet ontvankelijk.

Eerste middel van de eiseres

Eerste onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 182, 202 en 211 Wet-boek van Strafvordering, artikel 146, eerste lid, 3°, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 6.1.1, eerste lid, 3°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: door de toe-voeging aan de oorspronkelijke telastlegging van de inbreuk op artikel 146, eerste lid, 3°, Stedenbouwdecreet 1999, zijnde het als eigenaar toestaan of aanvaarden van het plegen, voortzetten of instandhouden van één van de onder 1° en 2° be-doelde gevallen, ontdubbelt het arrest de kwalificatie, wat enkel mogelijk is via een bijkomende aanhangigmaking en in hoger beroep hoe dan ook uitgesloten is.

4. Het vonnisgerecht in politie- of in correctionele zaken moet aan het ten laste gelegde feit de juiste kwalificatie geven en daartoe met eerbiediging van het recht van verdediging de oorspronkelijke kwalificatie verbeteren, aanvullen of vervan-gen. Indien het uitspraak doet over een feit waaraan slechts één kwalificatie is ge-geven, kan het de beklaagde zonder aanvullende aanhangigmaking niet veroorde-len voor meerdere misdrijven. Een aanvullende aanhangigmaking is in hoger be-roep evenwel uitgesloten. De appelrechter kan dan ook buiten het geval van een aanvullende aanhangigmaking in eerste aanleg, aan de aan het feit gegeven oor-spronkelijke kwalificatie geen kwalificatie toevoegen.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eiseres werd gedagvaard voor een inbreuk op artikel 149, eerste lid, 1°, Ste-denbouwdecreet 1999, zijnde "hetzij zonder voorafgaande vergunning hetzij in strijd met de vergunning hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de vergunning, hetzij in geval van schorsing van de vergunning, handelingen, werken of wijzigingen te hebben uitgevoerd, voortgezet of in stand gehouden, namelijk door zonder stedenbouwkundige vergunning (...) een woning te hebben uitgebreid met een oppervlakte van 19,78 m² (en) (...) een bijgebouw te hebben gesloopt en een nieuw bijgebouw te hebben gebouwd voor de opslag van materiaal en voertuigen";

- de eiseres in eerste aanleg niet voor enig andere kwalificatie vrijwillig is ver-schenen of aanvullend werd gedagvaard;

- de appelrechters met het arrest (ro 5.1) de kwalificatie van de enige telastleg-ging aanvullen door toevoeging van de wetsbepaling van artikel 149, eerste lid, 3°, Stedenbouwdecreet 1999 en door toevoeging in de omschrijving van de woorden "hetzij als eigenaar te hebben toegestaan of aanvaard dat deze straf-bare feiten werden gepleegd";

- de appelrechters met het arrest (ro 6) oordelen dat het ten laste gelegde thans een inbreuk uitmaakt op artikel 4.2.1, 1°, a en c, welke strafbaar wordt gesteld door artikel 6.1.1, eerste lid, 1°, en 3°, en artikel 6.1.41, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

- de appelrechters de eiseres wegens de aldus verbeterde telastlegging veroor-delen en uitspraak doen over de tegen haar gerichte herstelvordering.

6. Daaruit volgt dat de appelrechters zich niet beperken tot een verbetering van de oorspronkelijke kwalificatie van artikel 149, eerste lid, 1°, Stedenbouwdecreet, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 1°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, maar aan die kwalificatie een kwalificatie en dus een misdrijf toevoegen bestaande in de overtreding van artikel 149, eerste lid, 3°, Stedenbouwdecreet, thans artikel 6.1.1, eerste lid, 3°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zonder aanvullende aanhan-gigmaking in eerste aanleg. Aldus schenden zij de in het middel vermelde wets-bepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven van de eiseres

7. De overige grieven van de eiseres die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing behoeven geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering wat betreft de eiser

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet met betrekking tot de eiseres.

Zegt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeelte-lijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep van de eiser.

Veroordeelt de eiser tot de kosten van zijn cassatieberoep.

Laat de kosten van het cassatieberoep van de eiseres ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 266,86 euro

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 1 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Tenlastelegging

  • Kwalificatie

  • Verbetering, aanvulling of vervanging

  • Aanvullende aanhangigmaking in hoger beroep