- Arrest van 2 april 2014

02/04/2014 - P.14.0498.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aangezien geen enkele wettelijke bepaling de toepassingsvoorwaarden van de hechtenis onder elektronisch toezicht nader bepaalt, oordelen de onderzoeksgerechten in feite over de wenselijkheid om deze al dan niet toe te kennen, wanneer ze vaststellen dat de wettelijke voorwaarden voor de voorlopige hechtenis of de handhaving ervan zijn vervuld; zij beslissen aldus om die wijze van uitvoering van de voorlopige hechtenis toe te kennen of te weigeren, op grond van alle omstandigheden die eigen zijn aan de zaak en aan de persoonlijkheid van de inverdenkinggestelde, zoals die blijken op het ogenblik van hun beslissing (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2014, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.14.0498.F

B. B.,

Mr. Benoît Lemal, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 maart 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 27 maart 2014 een conclusie neergelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 2 april 2014 heeft raadsheer Françoise Roggen verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Het middel voert de schending aan van artikel 22 Voorlopige Hechteniswet, ge-wijzigd bij artikel 5 van de wet van 27 december 2012 houdende diverse bepa-lingen betreffende justitie. Het verwijt het arrest dat het aan de wet een voorwaar-de toevoegt die daarin niet is bepaald, door te weigeren de eiser onder elektro-nisch toezicht te plaatsen, op grond dat hij met name geen enkele waarborg biedt voor de implementatie van deze modaliteit van uitvoering van de hechtenis in de woonplaats.

Aangezien geen enkele wettelijke bepaling de toepassingsvoorwaarden van de hechtenis onder elektronisch toezicht nader bepaalt, oordelen de onderzoeksge-rechten in feite over de wenselijkheid om deze al dan niet toe te kennen, wanneer zij vaststellen dat de wettelijke voorwaarden voor de voorlopige hechtenis of de handhaving ervan zijn vervuld. Zij beslissen aldus om die wijze van uitvoering van de voorlopige hechtenis toe te kennen of te weigeren, op grond van alle om-standigheden die eigen zijn aan de zaak en aan de persoonlijkheid van de inver-denkinggestelde, zoals die blijken op het ogenblik van hun beslissing.

In zoverre het middel aanvoert dat de kamer van inbeschuldigingstelling de wei-gering van het elektronisch toezicht niet heeft kunnen gronden op haar beoorde-ling van de waarborgen voor een goede uitvoering ervan, faalt het naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 2 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Hechtenis onder elektronisch toezicht

  • Toepassingsvoorwaarden

  • Feitelijke beoordeling door het onderzoeksgerecht