- Arrest van 8 april 2014

08/04/2014 - P.13.0114.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Indien de natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd in de zin van artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, kan de in dit lid bepaalde strafuitsluitende verschoningsgrond niet van toepassing zijn en is de problematiek van de zwaarste fout niet aan de orde (1). (1) Zie Cass. 25 oktober 2005, AR P.05.0721.N, AC 2005, nr. 536; Cass. 8 november 2006, AR P.06.0060.F, AC 2006, nr. 544; Cass. 14 februari 2007, AR P.06.1379.F, AC 2007, nr. 88; Cass. 19 november 2008, AR P.08.1037.F, AC 2008, nr. 647; Cass. 10 februari 2010, AR P.09.1281.F, AC 2010, nr. 92.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0114.N

D V P,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Dirk De Maerschalck, advocaat bij de balie te Dendermon-de.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 14 december 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 67ter Wegverkeerswet: het be-streden vonnis veroordeelt de eiser en de rechtspersoon, niettegenstaande de fout niet bij de eiser kon worden gelegd en niet is aangetoond dat hij het misdrijf be-wust, wetens en willens of opzettelijk zou hebben gepleegd; indien niet kan wor-den vastgesteld dat de fout van de natuurlijke persoon zwaarder is dan deze van de rechtspersoon, dan kan de natuurlijke persoon enkel veroordeeld worden indien wordt aangetoond dat hij bewust het misdrijf heeft gepleegd, wat hier niet het ge-val is; gelet op de organisatorische tekortkoming bij de rechtspersoon die instaat voor wat er met de voertuigen gebeurt, moet de zwaarste fout bij de rechtspersoon worden gelegd.

2. Het bestreden vonnis veroordeelt de rechtspersoon niet, maar stelt hem inte-gendeel als burgerrechtelijk aansprakelijke partij buiten zake zonder kosten.

In zoverre het middel aanvoert dat het bestreden vonnis de rechtspersoon veroor-deelt, mist het feitelijke grondslag.

3. Artikel 5, tweede lid, Strafwetboek bepaalt: "Wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdenti-ficeerde natuurlijke persoon, kan enkel degene die de zwaarste fout heeft begaan worden veroordeeld. Indien de geïdentificeerde natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd kan hij samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld."

4. Uit die bepaling volgt dat indien de natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd in de zin van artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, de in dit lid bepaalde strafuitsluitende verschoningsgrond niet van toepassing kan zijn en de problematiek van de zwaarste fout niet aan de orde is.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. Anders dan waarvan het middel uitgaat, kan de rechter oordelen dat het misdrijf dat bestaat in het niet-meedelen van de identiteit van de bestuurder of van de persoon die het voertuig onder zich heeft, in de zin van artikel 67ter, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet, wetens en willens is gepleegd.

In zoverre faalt het middel evenzeer naar recht.

6. Voor het overige komt het middel op tegen het onaantastbare oordeel door de appelrechters dat de eiser wetens en willens de inbreuk heeft begaan en dus samen met de rechtspersoon kan worden veroordeeld.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 67,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, afdelings-voorzitter Luc Van hoogenbemt, de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 8 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens F. Van Volsem

K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei

De griffier stelt vast dat afdelingsvoorzitter Luc Van hoogenbemt in de onmoge-lijkheid verkeert in de zin van artikel 785 Ger. W. om dit arrest te ondertekenen.

Vrije woorden

  • Veroordeling met verantwoordelijke rechtspersoon

  • Strafuitsluitingsgrond

  • Toepassingsvoorwaarde

  • Fout wetens en willens gepleegd