- Arrest van 10 april 2014

10/04/2014 - C.13.0454.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De onverjaarbaarheid van het recht van een grondeigenaar om krachtens artikel 646 Burgerlijk Wetboek van zijn nabuur de afpaling van de aan elkaar grenzende eigendommen te vorderen, betreft enkel het recht om de scheidingslijn zelf tussen de aangrenzende eigendommen te bepalen en niet de scheidingslijn zelf (1). (1) Zie H. VAN BEVER, Afpaling, in APR, Gent, Story-Scientia 1975, nr. 42.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0454.N

1. J.,

2. M.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kie-zen,

tegen

1. F.,

2. E.,

3. W.,

4. K.,

5. SWA AERNOUTS bvba, met zetel te 2990 Wuustwezel, Jonkerweg 17,

6. HERVAPAL bvba, met zetel te 2990 Wuustwezel, Popendonkseweg 28,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen van 11 december 2012, op verwijzing door het ar-rest van het Hof van 13 mei 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het recht van een grondeigenaar om krachtens artikel 646 Burgerlijk Wet-boek van zijn nabuur de afpaling van de aan elkaar grenzende eigendommen te vorderen, gaat als attribuut van het eigendomsrecht niet teloor door verjaring.

Deze onverjaarbaarheid betreft enkel het recht om de scheidingslijn tussen de aangrenzende eigendommen te bepalen en niet de scheidingslijn zelf.

2. Het onderdeel gaat geheel ervan uit dat de verkrijgende verjaring op grond van artikel 2265 Burgerlijk Wetboek van het perceel dat overeenstemt met de op-pervlakte tussen de betwiste scheidingslijnen, geen afbreuk kan doen aan het recht van een eigenaar om de afpaling te vorderen aangezien het recht op afpaling als attribuut van het eigendomsrecht niet verjaart.

Het onderdeel dat op een onjuiste rechtsopvatting berust, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

3. Door de vordering van de eiseres af te wijzen als onontvankelijk op grond van de ingetreden verjaring, oordelen de appelrechters ongeacht de door hen ge-bruikte bewoordingen, als naar recht.

Het onderdeel vertoont geen belang en is mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 1050,63 euro en voor de verweerders op 330,96 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 10 april 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Eigenaar

  • Vorderingsrecht

  • Verjaring

  • Onverjaarbaarheid

  • Voorwerp