- Arrest van 5 mei 2014

05/05/2014 - S.12.0058.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 65, §1, Arbeidsovereenkomstenwet volgt dat een concurrentiebeding slechts gevolgen kan hebben wanneer de werknemer, bij de werkgever die hij heeft verlaten een kennis heeft verworven op industrieel of op handelsgebied, die eigen is aan die onderneming; hierbij volstaat het dat de werknemer op het ogenblik van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst de mogelijkheid heeft zijn gewezen werkgever te benadelen door die kennis aan te wenden voor zichzelf of ten voordele van een concurrerende onderneming.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0058.N

H.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

LATEXCO nv, met zetel te 8700 Tielt, Sint-Amandstraat 8 B,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, van 16 december 2011.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 65, § 1, Arbeidsovereenkomstenwet, zoals hier van toe-passing, wordt onder concurrentiebeding verstaan het beding waarbij de werkman de verbintenis aangaat bij zijn vertrek uit de onderneming geen soortgelijke activi-teiten uit te oefenen, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden bij een concurrerende werkgever, waardoor hij de mogelijkheid heeft de onderneming, die hij heeft verlaten, nadeel te berokkenen door de kennis, die eigen is aan die onderneming en die hij op industrieel of op handelsgebied in die onderneming heeft verworven, voor zich zelf of ten voordele van een concur-rerende onderneming aan te wenden.

2. Uit deze bepaling volgt dat een concurrentiebeding slechts gevolgen kan hebben wanneer de werknemer, bij de werkgever die hij heeft verlaten een kennis heeft verworven op industrieel of op handelsgebied, die eigen is aan die onderne-ming.

Hierbij volstaat het dat de werknemer op het ogenblik van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst de mogelijkheid heeft zijn gewezen werkgever te benadelen door die kennis aan te wenden voor zichzelf of ten voordele van een concurreren-de onderneming.

3. De appelrechters die oordelen dat het concurrentiebeding geen uitwerking kan hebben omdat de eiser na het einde van de arbeidsovereenkomst als gewezen werknemer bij een niet-concurrerende firma is gaan werken, alwaar hij de bij de verweerster als werkgever opgedane kennis niet kon aanwenden en derhalve niet de mogelijkheid had deze laatste te benadelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Antoine Lievens en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2014 uitgesproken door raadsheer Alain Smetryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van grif-fier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens A. Lievens

G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns

Vrije woorden

  • Concurrentiebeding

  • Uitwerking

  • Tijdstip beoordeling