- Arrest van 8 mei 2014

08/05/2014 - C.13.0506.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aan de rechter die kennisneemt van een geschil op verwijzing na gedeeltelijke cassatie, komt slechts rechtsmacht toe binnen de grenzen van de verwijzing; in beginsel is die verwijzing beperkt tot de omvang van de vernietiging, zij het met inbegrip van onafscheidbare beslissingen en beslissingen die van de vernietigde beslissingen het gevolg zijn (1); de omvang van de vernietiging is in de regel beperkt tot de draagwijdte van het middel dat ten grondslag ligt aan de vernietiging (2); het staat in die stand van de rechtspleging aan de verwijzingsrechter over die omvang te beslissen ongeacht de door het Hof gebruikte bewoordingen. (1). Cass. 10 dec. 2007, AR C.07.0313.N, AC 2007, nr. 622. (2) Cass. 13 jan. 2005, AR C.04.0280.F, AC 2005, nr. 22.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0506.N

CRELAN nv, voorheen Landbouwkrediet nv, met zetel te 1070 Brussel, Sylvain Dupuislaan 251,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. VANDEN AVENNE-OOIGEM nv, met zetel te 8710 Wielsbeke-Ooigem, Oostrozebeeksestraat 160,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerster woon-plaats kiest,

2. VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse rege-ring, in de persoon van haar minister-president, met kantoor te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19,

verweerster,

3. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president en de minister van Institutionele hervor-mingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 27 mei 2013 op verwijzing door het arrest van dit Hof van 3 december 2010.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Volgens artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, heeft, ingeval cassa-tie wordt uitgesproken met verwijzing, deze verwijzing plaats naar het gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft.

Aan de rechter die kennisneemt van een geschil op verwijzing na gedeeltelijke cassatie, komt slechts rechtsmacht toe binnen de grenzen van de verwijzing.

In beginsel is die verwijzing beperkt tot de omvang van de vernietiging, zij het met inbegrip van onafscheidbare beslissingen en beslissingen die van de vernie-tigde beslissingen het gevolg zijn.

De omvang van de vernietiging is in de regel beperkt tot de draagwijdte van het middel dat ten grondslag ligt aan de vernietiging. Het staat in die stand van de rechtspleging aan de verwijzingsrechter over die omvang te beslissen ongeacht de door het Hof gebruikte bewoordingen.

2. Het arrest van het Hof van 3 december 2010 vernietigt het arrest van het hof van beroep te Brussel van 26 januari 2009.

Dit vernietigde arrest oordeelt onder meer dat de akten van overdracht van schuldvordering alle bestaande en toekomstige schuldvorderingen omvatten waaronder ook de stopzettingsvergoeding en dat deze overdracht die strekt tot ze-kerheid van de rechtsvoorganger van de eiseres, tegenwerpelijk is aan de samen-loop van schuldeisers.

Uit het arrest van het Hof blijkt dat het gegrond verklaarde middel enkel opkomt tegen het oordeel van de appelrechters dat een overdracht van schuldvordering tot zekerheid tegenwerpelijk is aan de samenloop van schuldeisers.

De vernietiging van het arrest van 26 januari 2009 strekt zich aldus niet uit tot de beslissing over de omvang van de overdracht van schuldvordering, die niet onaf-scheidbaar is en als zodanig geen gevolg is van de beslissing betreffende de te-genwerpelijkheid van de overdracht van de schuldvordering.

3. Door opnieuw uitspraak te doen over de omvang van de akten van over-dracht en te oordelen dat deze "niet slaan op de in betwisting zijnde stopzettings-vergoedingen", overschrijden de appelrechters hun rechtsmacht om kennis te ne-men van het geschil tussen partijen binnen de perken waarin dit aan het verwij-zingsgerecht werd onderworpen.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 8 mei 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Fettweis E. Dirix

Vrije woorden

  • Bevoegdheid van de verwijzingsrechter