- Arrest van 14 november 2011

14/11/2011 - 2010/AA/643

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

In het kader van artikel 24 van het Rechtspositiedecreet van 27 maart 1991 dat een uitdrukkelijke en schriftelijke motivering oplegt aan de ontslaggevende partij, is de controle van de rechter niet beperkt tot een louter onderzoek naar het bestaan van de aangehaalde motieven en naar het verband ervan met een tekortkoming aan verplichtingen of met geschiktheid, maar strekt die controle zich ook uit, zoals bij betwistingen over willekeurig ontslag van werklieden, tot de legitimiteit van de aangehaalde motieven.

De werknemer die als gevolg van een illegitiem ontslag de mogelijkheid op een aanstelling voor doorlopende duur verliest, verliest een kans. Dit is slechts vergoedbaar wanneer de werknemer aantoont dat de kans op een aanstelling voor doorlopende duur voldoende groot was.


Arrest - Integrale tekst

Eindarrest op tegenspraak

tweede kamer

Arbeidsovereenkomst voor bedienden

ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN

Afdeling Antwerpen

___________________

ARREST A.R. 2010/AA/643

OPENBARE TERECHTZITTING VAN VEERTIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ELF

VZW ,

met maatschappelijke zetel te A.,

appellante,

vertegenwoordigd door mr. I. D. loco mr. K. S., advocaat te A.,

tegen :

V. M.,

wonende te H.,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. L. N., advocaat te A.

Na beraad spreekt het arbeidshof in openbare terechtzitting en in de Nederlandse taal het volgend arrest uit.

I. STUKKEN VAN DE RECHTSPLEGING

- het eensluidend verklaard afschrift van het op 14 september 2010 op tegenspraak gewezen vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen

- het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van dit arbeidshof op 1 december 2010

- de beschikking d.d. 10 januari 2011

- de conclusie van mevrouw M., neergelegd ter griffie van dit arbeidshof op 25 februari 2011

- de conclusie van de VZW, neergelegd ter griffie van dit arbeidshof op 29 april 2011

- de conclusie van mevrouw M., ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 29 juni 2011

- de conclusie van de VZW, neergelegd ter griffie van dit arbeidshof op 5 september 2011

- de processen-verbaal van de openbare terechtzitting van 10 januari 2011 en 10 oktober 2011.

II. PROCEDURE IN EERSTE AANLEG

Met verzoekschrift van 5 november 2009, vorderde mevrouw M. de veroordeling van de VZW, de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren en de VZW te veroordelen tot betaling van:

- 16.000,00 EUR vergoeding wegens onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst

- 16.000,00 EUR forfaitaire vergoeding met toepassing van artikel 40 van de arbeidswet van 16 maart 1971

te vermeerderen met de wettelijke verwijlintresten vanaf 26 mei 2009, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding.

Ten slotte vorderde mevrouw M. het vonnis voorlopig uitvoerbaar te verklaren, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

Met conclusie van 5 februari 2010 vorderde de VZW te zeggen voor recht dat de arbeidsrechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van de vordering van mevrouw M. en dat de Raad Van State het bevoegde rechtscollege is.

In ondergeschikte orde vorderde de VZW de vordering van mevrouw M. ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en haar te veroordelen tot de kosten van het geding.

Met conclusie van 2 april 2010 vorderde de VZW de vordering van mevrouw M. ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en haar te veroordelen tot de kosten van het geding.

Met conclusie van 23 april 2010 vorderde mevrouw M. de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren en de VZW te veroordelen tot betaling van 31.898,20 EUR te vermeerderen met de wettelijke verwijlintresten vanaf 26 mei 2009, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding

Met conclusie van 21 mei 2010 vorderde de VZW in hoofdorde de vordering van mevrouw M. ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en haar te veroordelen tot de kosten van het geding.

In ondergeschikte orde, vooraleer verder recht te spreken, de VZW toe te laten met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, te bewijzen dat:

- mevrouw M. tijdens haar tewerkstelling bij de VZW in de school onvoldoende betrokken was bij het schoolgebeuren en weinig collegiaal en teamgericht was en deze houding van mevrouw M. op het einde van haar tewerkstelling, in de periode dat zij tengevolge van zwangerschap arbeidsongeschikt werd en vervolgens verwijderd werd, meer bepaald de periode voor november 2008 verergerd was. Het betreft o.m. volgende feiten:

* weigering om extra bewakingstijden te aanvaarden ter vervanging van zieke collega's;

* zelf geen copies klaarmaken;

* niet vrijwillig meehelpen tijdens naschoolse activiteiten;

* het rondzenden van een e-mail op het einde van de zomervakantie 2007 aan alle collega's over het feit dat zij vond dat zij meer recht had om niet in een GOK-klas (vijfjarigen) te staan dan collega I.;

* mevrouw M. op 26 september 2008 tegen de richtlijnen in als enig personeelslid een trein nam in een ander station om naar de teambuildingsdagen te Oostende te gaan;

* mevrouw M. tijdens de maanden van afwezigheid wegens haar zwangerschap in tegenstelling tot alle andere zwangere collega's geen contact nam met de school en haar persoonlijk materiaal uit de klas haalde;

- mevrouw M. zich tijdens haar tewerkstelling bij de VZW in de school regelmatig niet hield aan teamafspraken, waaronder de brief die mevrouw M. tijdens haar zwangerschap meegaf aan de ouders zonder voorafgaand overleg met directeur S.;

- mevrouw M. t.a.v. enkele collega's uitdrukkelijk te kennen gaf tijdens haar zwangerschap niet te willen werken bij vijfjarigen;

- directeur S. van de school steeds alle begrip toont voor zwangere leerkrachten en correct de vereiste procedure volgt in geval van een zwanger personeelslid dat tijdens de zwangerschap een beroepsziekte heeft.

Ten slotte vorderde de VZW in deze hypothese de kosten aan te houden.

Met vonnis van 14 september 2010 werd de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard in volgende mate:

de VZW werd veroordeeld tot betaling van:

- 16.000,00 EUR, schadevergoeding wegens onregelmatige beëindiging van de overeenkomst tijdelijke aanstelling

- 15.898,20 EUR, forfaitaire schadevergoeding op grond van artikel 40 van de Arbeidswet, te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf 26 mei 2009 en de gerechtelijke intresten.

Ten slotte werd de VZW veroordeeld tot de kosten van het geding.

III. EISEN IN HOGER BEROEP

Met conclusie van 29 juni 2011 vordert mevrouw M. het hoger beroep ongegrond te verklaren en de VZW te veroordelen tot de kosten van het geding.

Met conclusie van 5 september 2011 vordert de VZW in hoofdorde het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden vonnis teniet te doen en, opnieuw recht sprekend, de oorspronkelijke vordering van mevrouw M. af te wijzen als ongegrond en haar te veroordelen tot de kosten van het geding.

In ondergeschikte orde vordert de VZW vooraleer verder recht te spreken, de VZW toe te laten met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, te bewijzen dat:

- mevrouw M. tijdens haar tewerkstelling bij de VZW in de school onvoldoende betrokken was bij het schoolgebeuren en weinig collegiaal en teamgericht was en deze houding van mevrouw M. op het einde van haar tewerkstelling, in de periode dat zij tengevolge van zwangerschap arbeidsongeschikt werd en vervolgens verwijderd werd, meer bepaald de periode voor november 2008 verergerd was. Het betreft o.m. volgende feiten:

* weigering om extra bewakingstijden te aanvaarden ter vervanging van zieke collega's;

* zelf geen copies klaarmaken;

* niet vrijwillig meehelpen tijdens naschoolse activiteiten;

* het rondzenden van een e-mail op het einde van de zomervakantie 2007 aan alle collega's over het feit dat zij vond dat zij meer recht had om niet in een GOK-klas (vijfjarigen) te staan dan collega I.;

* mevrouw M. op 26 september 2008 tegen de richtlijnen in als enig personeelslid een trein nam in een ander station om naar de teambuildingsdagen te Oostende te gaan;

* mevrouw M. tijdens de maanden van afwezigheid wegens haar zwangerschap in tegenstelling tot alle andere zwangere collega's geen contact nam met de school en haar persoonlijk materiaal uit de klas haalde;

- mevrouw M. zich tijdens haar tewerkstelling bij de VZW in de school regelmatig niet hield aan teamafspraken, waaronder de brief die mevrouw M. tijdens haar zwangerschap meegaf aan de ouders zonder voorafgaand overleg met directeur S.;

- mevrouw M. t.a.v. enkele collega's uitdrukkelijk te kennen gaf tijdens haar zwangerschap niet te willen werken bij vijfjarigen;

- directeur S. van de school steeds alle begrip toont voor zwangere leerkrachten en correct de vereiste procedure volgt in geval van een zwanger personeelslid dat tijdens de zwangerschap een beroepsziekte heeft.

Ten slotte in deze hypothese de kosten aan te houden.

IV. ONTVANKELIJKHEID

Het hoger beroep werd tijdig en met een naar de vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is.

V. TEN GRONDE

1. De feiten

De VZW is een scholengemeenschap die deel uitmaakt van het gesubsidieerd vrij katholiek onderwijs.

Mevrouw M., geboren op 2 januari 1981, werd vanaf 1 september 2006 door de VZW tewerkgesteld als kleuteronderwijzeres in de school G. te B.. Voordien was zij één jaar werkzaam in het stedelijk onderwijs.

De schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 werd zij telkens tewerkgesteld met een "overeenkomst tijdelijke aanstelling van bepaalde duur in een wervingsambt".

Op 1 september 2008 ondertekenden partijen een overeenkomst (stuk 1 van mevrouw M.) van "tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in wervingsambt" (hierna TADD).

Mevrouw M. oefende ten beloop van 12/24 een functie uit in een nieuw project voor vijfjarigen (GOK) en ten beloop van 12/24 de functie van onderwijzeres bij kleuters van drie tot vijf jaar.

Op 19 november 2008 bracht mevrouw M. de schooldirecteur op de hoogte van haar zwangerschap.

Op dezelfde datum had zij een afspraak met de gynaecoloog die een bloedafname verrichtte en die haar wees op de risico's verbonden aan de uitoefening van haar beroep van kleuterleidster in geval van een eventuele negatieve CMV(CytoMegalie Virus)- test.

Nog dezelfde avond werd door haar gynaecoloog telefonisch meegedeeld dat zij CMV-negatief was en haar werkzaamheden bij de kleuters zou moeten stopzetten.

‘s Anderendaags, 20 november 2008, mevrouw M. een afspraak met de arbeidsgeneesheer.

Op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling vermeldde de arbeidsgeneesheer: "Geen intiem contact 2,5/3 j. kleuters d.w.z. geen toiletbezoek, snotneuzen ... handhygiëne +ontsmetting voorzien." (stuk 2 van mevrouw M.)

Voor een verklaring van arbeidsongeschiktheid verwees de arbeidsgeneesheer

Mevrouw M. door naar haar huisarts, met wie mevrouw M. een afspraak had gemaakt voor dezelfde avond. De arbeidsgeneesheer gaf haar ten behoeve van de huisarts volgende boodschap mee:

"Waarde collega,

Bij uw patiënt, mevrouw M., werden volgende vaststellingen gedaan

tijdens het preventief medisch onderzoek op heden:

Ivm zwangerschap & CMV - serologie: verwijdering van het risico door géén intiem contact kleuters

Vrije woorden

  • Arbeidsreglementering

  • vrouwenarbeid

  • moederschapsbescherming

  • arbeidsovereenkomst

  • ontslag

  • verlies van mogelijke tijdelijke aanstelling van onbepaalde duur

  • verlies van een kans

  • bewijs

  • gesubsidieerd vrij onderwijs

  • tijdelijke aanstelling voor bepaalde duur

  • opzeg

  • redenen die verband houden met tekortkoming aan plichten of met geschiktheid

  • toetsing door de rechter

  • controle op de legitimiteit van de motieven