- Arrest van 21 november 2011

21/11/2011 - 2006/AB/49220

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het slachtoffer, dat geen wettelijke orgaan, beheerder, zaakvoerder, aangestelde van de b.v.b.a. was, dient beschouwd te worden als een derde in de zin van de polis « burgerlijke aansprakelijkheid »; artikel 8, tweede lid, Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst sluit uit dat de verzekeraar zich van zijn verplichtingen kan bevrijden voor gevallen van grove

fout die in algemene bewoordingen zijn bepaald.


Arrest - Integrale tekst

Rep.Nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 21 NOVEMBER 2011.

5DE KAMER

Arbeidsongeval

Op tegenspraak

Aanstelling deskundige

In de zaak:

R. ,

Appellant, vertegenwoordigd door Mr. L. DE COSTER, advocaat te Brussel.

Tegen:

N.V. AXA BELGIUM, Verzekeringsmaat-schappij met maatschappelijke zetel gevestigd te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 25.

Geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. B. VAN EECKHOUDT loco Mr M. VAN EECKHOUDT, advocaat te Brussel.

Dagvaarding in gedwongen tussenkomst :

C.V.B.A. DE FEDERALE VERZEKERINGEN, met vennootschapszetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Stoofstraat 12.

vertegenwoordigd door Mr. D. LAVIGNE loco Mr. P. MUYLAERT, advocaat te Brussel.

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit :

Gelet op de stukken van de rechtspleging, meer bepaald:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis gewezen op tegenspraak door de Arbeidsrecht-bank van Brussel op 16 augustus 2006;

- het verzoekschrift in hoger beroep ontvangen ter griffie van het Arbeidshof te Brussel op 16 november 2006;

- het tussenarrest van dit Hof d.d. 7 december 2009;

- de conclusies en syntheseconclusies van de partijen;

Gelet op de neergelegde stukken van de partijen.

Gehoord de partijen in hun middelen en verdediging ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2011 waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad werd genomen.

 

I. DE FEITEN EN DE RECHTSPLEGING.

1.

Op 26 december 1996 werd de heer R. het slachtoffer van een ongeval bij het uitvoeren van werkzaamheden op een bouwwerf van de bvba Bouwonderneming R., een familievennootschap waarvan zijn ouders de aandeelhouders waren, en de vader de zaakvoerder. Hij viel van een balkon van de tweede verdieping van een woning in aanbouw waaraan hij samen met zijn vader aan het werken was. Hij verloor het evenwicht toen zijn vader, die een "keeper" voor het dak doorgaf aan de dakwerker een draaiende beweging maakte en hem raakte met de "keeper".

Dit ongeval werd als arbeidsongeval aangegeven bij de nv Mercator Verzekeringen, die de verzekeraar arbeidsongevallen was van de bvba Bouwonderneming R..

Bij schrijven van 11 februari 1997 deelde de nv Mercator Verzekeringen mede dat zij dit ongeval weigerde ten laste te nemen, omdat niet bewezen was dat, op het ogenblik van het ongeval, de heer R. door een arbeidsovereenkomst verbonden was met de bvba Bouwonderneming R..

2.

Bij dagvaarding van 25 maart 1998 heeft de heer R. de nv Mercator Verzekeringen gedagvaard voor de arbeidsrechtbank te Brussel in erkenning van het ongeval als arbeidsongeval, en tot uitbetaling van de wettelijk voorziene tussenkomsten ingeval van arbeids-ongeval. In de loop van de procedure heeft de heer R. een vordering tot gedwongen tussenkomst uitgebracht lastens de nv Axa Belgium, die de verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid was van de bvba Bouwonderneming R.. De nv Mercator Verzekeringen heeft dan op haart beurt een aantal partijen gedagvaard in gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring. Diverse tussenvorderingen werden geformuleerd, gedetailleerd in het tussenarrest van het hof van 17 december 2009.

3.

Bij vonnis van 16 augustus 2006 heeft de arbeidsrechtbank de oorspronkelijke vordering van de heer R. ten aanzien van de nv Mercator Verzekeringen als ongegrond afgewezen.

Met betrekking tot de vordering zoals die, in ondergeschikte orde, gesteld was ten aanzien van de nv Axa Belgium, heeft de rechtbank de heropening van de debatten bevolen, teneinde partijen toe te laten standpunt te nemen in verband met een aantal vragen die door de rechtbank gesteld waren.

4.

Bij verzoekschrift van 16 november 2006 heeft de heer R. hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Dit beroep was gericht tegen al de partijen die ook voor de eerste rechter in het geding betrokken waren.

In besluiten hebben de partijen in ondergeschikte orde, en bij wijze van incidenteel beroep, de ver-schillende vorderingen en tussenvorderingen hernomen zoals deze voor de eerste rechter waren gesteld.

Bij dagvaarding van 19 juni 2008 heeft de heer R. een vordering tot gedwongen tussenkomst en gemeenverklaring van het arrest uitgebracht lastens de cvba De Federale Verzekeringen.

5.

Ter zitting van 2 november 2009 waarop de zaak gepleit werd waren partijen, gelet op de procedureproblemen die nog open bleven, akkoord dat het hof in eerste instantie enkel uitspraak zou doen over de oorspronkelijke vordering, in zoverre deze gesteund was op het bestaan van een arbeidsongeval, en over de vorderingen en tussenvorderingen die steunden op, of verband hielden, met de kwalificatie van het ongeval als een arbeidsongeval.

6.

Bij arrest van 17 december 2009 heeft het arbeidshof het vonnis van de eerste rechter bevestigd. Het arbeidshof was, net als de eerste rechter, van mening dat niet aangetoond was dat de heer R. op het ogenblik van het ongeval door een arbeidsovereenkomst verbonden was met de bvba R. en wees aldus de vordering van de heer R. af, in zoverre deze gericht was tegen de nv Mercator, de verzekeraar arbeidsongevallen. De verschillende incidentele beroe-pen, die verband hielden met het bestaan van een arbeidsovereenkomst werden eveneens als ongegrond afgewezen. De betwisting tussen de heer R. en de nv Axa werd door het hof geëvoceerd en de heropening van de debatten werd bevolen. De debatten werden eveneens heropend voor wat betreft de vordering in gedwongen tussenkomst van de heer R. ten aanzien van de Federale Verzekeringen , zowel voor wat betreft de ontvankelijkheid als de gegrondheid van deze vordering.

II. BEOORDELING.

1.

De heer R. vordert in hoofdorde de veroordeling van de nv Axa Belgium tot het verlenen van dekking als verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid van de bvba bouwonderneming J. R., de toekenning van een provisie van euro 250.000 en de aanstelling van een deskundige met het oog op de bepaling van de graden van arbeidsongeschiktheid zowel tijdelijk als definitief.

De heer R., die inmiddels een aparte vordering ten gronde heeft ingeleid tegen de cvba De Federale Verzekeringen, vraagt dat het tussen te komen arrest gemeen zou verklaard worden aan de cvba De Federale Verzekeringen.

2.

De nv Axa Belgium betwist tot tussenkomst gehouden te zijn. Zij stelt in de eerste plaats dat de heer R., in het kader van de verzekeringspolis die werd afgesloten door de bouwonderneming J. R., niet als een derde kan beschouwd worden, maar wel als een verzekerde, zodat hij niet kan genieten van het voordeel van de verzekering. Verder verwijst zij naar artikel 8 van de verzekeringspolis, waarin voorzien wordt dat de waarborg van het contract niet geldt voor de schade veroorzaakt door een opzettelijke daad van de verzekerde, door een zware fout of ten gevolge van een bewuste schending van de wetten, verordeningen en professionele gebruiken, en die daardoor een voorzienbaar karakter hebben. Volgens de nv Axa Belgium is aan deze uitsluitingsvoorwaarde voldaan omdat de elementaire veiligheidsmaatregelen niet in acht genomen werden, met name door de afwezigheid van relingen op de balkons. Ten slotte stelt de nv Axa Belgium dat de heer R. zelf uiterst onvoorzichtig geweest is en dat hij aldus zelf aansprakelijk is voor de schade die hij geleden heeft.

3.

De cvba De Federale Verzekeringen betwist in de eerste plaats de ontvankelijkheid van de vordering in gemeenverklaring. Zij wijst erop dat de vordering, zoals die oorspronkelijk geformuleerd was en ertoe strekte een veroordeling ten haren laste te bekomen, in strijd is met de bepaling van artikel 812 lid 2 van het Gerechtelijk Wetboek, waarin voorzien is dat een tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling niet voor de eerste maal kan plaatsvinden in hoger beroep. Zij stelt dat, zelfs na de aanpassing van de vordering in de loop van het geding, deze niet louter bewarend van aard is. De cvba De Federale Verzekeringen is verder van oordeel dat door de vordering in gemeenverklaring, voor het eerst geformuleerd in graad van beroep, haar rechten geschaad werden vermits zij niet aan het geheel van de debatten heeft kunnen deelnemen.

De cvba De Federale Verzekeringen stelt verder dat de vordering van de heer R. jegens haar verjaard is en dat de heer R. niet van het voordeel van de polis " alle risico bouwplaats" kan genieten omdat hij zelf verzekerde is in de zin van deze bepaling. Ten slotte stelt de cvba De Federale Verzekeringen, zoals de nv Axa Belgium, dat de heer R. uitgesloten is uit het voordeel van de verzekeringstussenkomst, omdat het ongeval te wijten is aan zijn eigen zware fout.

3.

In tegenstelling met wat de nv Axa Belgium voorhoudt is de heer R. niet uitgesloten uit het voor-deel van de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid die door de bouwonderneming R. werd afgesloten, omdat hij zou dienen beschouwd te worden als een ver-zekerde in de zin van deze polis en dus niet als een derde.

Overeenkomstig Deel II (Waarborgen), art. 1.1 van de verzekeringspolis burgerrechtelijke aansprakelijkheid, verzekert de afgesloten polis de verzekerde tegen de geldelijke gevolgen van vorderingen ingediend op basis van Belgische wetbepalingen inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid of op basis van vergelijkbare bepalingen van buitenlandse wetgevingen die van kracht waren op het ogenblik dat het contract werd afgesloten voor lichamelijke en/of stoffelijke schade en voor onstoffelijke gevolgschade veroorzaakt aan derden gedurende de uitoefening van de in het contract bepaalde beroepsactiviteit. Overeenkomstig deel I (Definities) van verzekeringsovereenkomst wordt als verzekerde beschouwd de verzekeringnemer en (a) indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is: de rechtspersoon zelf, zijn wettelijke organen, beheerders, zaakvoerders in de uitoefening van hun functie, zijn aangestelden en (b) indien de verzekering nemer een natuurlijke persoon is, de leden van zijn gezin die hem helpen bij de uitbating van zijn onderneming, zijn aangestelden. Overeenkomstig dezelfde bepaling worden als derden beschouwd alle andere personen dan de verzekerden. Daarbij wordt gepreciseerd dat de aangestelden van de verzekering-nemer als derden beschouwd worden wanneer zij niet van de wetgeving op de arbeidsongevallen kunnen genieten.

De heer R. is geen wettelijke orgaan, beheerder of zaakvoerder, of zelfs aangestelde van de rechtspersoon bvba R. ondernemingen. Hij is bovendien, in de mate dat er zou van uitgegaan worden dat de verzekeringnemer een natuurlijke persoon was, geen lid van het gezin van de verzekerde. De heer R. was gehuwd en woonde niet samen met zijn vader, de heer R., zodanig dat hij geen deel uitmaakte van zijn gezin.

In de mate dat de heer R. als een aangestelde zou dienen beschouwd te worden, bepaalt de verzeke-ringspolis uitdrukkelijk dat de aangestelden als derden worden beschouwd wanneer zij niet van de wet-geving op de arbeidsongevallen kunnen genieten, het-geen het hof in zijn tussenarrest heeft vastgesteld.

4.

Overeenkomstig artikel 8 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, kan, niettegen-staande enig andersluidend beding, de verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. De verzekeraar dekt wel de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. Van deze laatste verplichting kan de verzekeraar zich bevrijden voor de gevallen van grove schuld, die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald.

Deel III van de verzekeringsovereenkomst bepaalt in zijn artikel 8 het volgende:

" De waarborg van onderhavig contract geldt niet voor: schade aan derden veroorzaakt door een opzettelijke daad van de verzekerde, door een zware fout of tengevolge van een bewuste schending van de wetten, verordeningen en professionele gebruiken en die juist daardoor een voorzienbaar karakter hebben. Dit geldt meer bepaald voor de afwezigheid van behoorlijke voorzorgsmaatregelen en van afdoende kwaliteits-controles, waarbij rekening wordt gehouden met de technologie en wetenschappen, bij overtreding van de veiligheidsnormen en van de elementaire voorzichtigheidsregels."

De heer R. stelt dat de uitsluitings-voorwaarde, ten aanzien van de zware fout - er wordt nergens aangevoerd dat er sprake zou zijn van een opzettelijke fout - niet beantwoordt aan de bepalingen van artikel 8 van de wet van 25 juni 1992 en in het bijzonder aan de vereiste dat de uitsluitingen op "uitdrukkelijke en beperkende wijze" in de polis moeten opgenomen zijn. Hij verwijst terzake naar een cassatiearrest van 29 juni 2009.

5.

Uit de voorbereidende werken van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst(memorie van toelichting, Kamer 1586/1, 1990-1991, p. 19 e.v. ) blijkt dat het de bedoeling van de wetgever was om de zware fout van de verzekeringnemer (en van de begunstigde) niet langer als een grond van uitsluiting van de verzekeringsovereenkomst te aanzien, tenzij bij zekere (certains) gevallen van grove fout, die uitdrukkelijk in de overeenkomst dienden opgenomen te worden. De motivering van deze laatste regel was dat men de verzekeraar niet kan verplichten bepaalde risico's te dragen die hij niet wenste te dragen. De rechtspraak heeft artikel 8 van de wet steeds, in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever, restrictief geïnterpreteerd. De uitsluiting van de dekking dient en uitzonderlijk en beperkend te zijn.

In zijn arrest van 29 juni 2009 (RDC-TBH, 2010, p. 75) oordeelde het Hof van Cassatie dat de formule dat uit de verzekering uitgesloten is " de schade die rechtstreeks of exclusief voortvloeit uit de keuze van de uitvoeringsmodaliteiten van de werken, waaronder ontoereikendheid van de elementaire preventiemaat-regelen", niet in overeenstemming is met artikel 8 van de wet. In zijn arrest van 12 januari 2007 (www.cass.be) oordeelde datzelfde Hof dat een verzekeraar de miskenning van een algemene verplichting van zorgvuldigheid niet als vorm van verval kan bedingen. In een arrest van 10 september 2009 oordeelde het Hof van Beroep te Mons (De Verz. 2010, nr. 373) dat de verplichting om de gronden van uitsluiting in het bijzonder en limitatief op te sommen inhoudt dat iedere clausule waarin de vermelding is opgenomen dat "met name" worden uitgesloten, niet in overeenstemming is met de wet. In een arrest van 5 december 2007 (De verzekering, 2008,363) oordeelde het Hof van Beroep te Antwerpen dat evenmin in overeenstemming is met de bepaling van artikel 8 van de wet op de landverzekering de polis die in algemene termen "het overtreden van de gereglementeerde veiligheidsvoorschriften" als uitsluitingsgrond hanteert.

Verder werden nog de volgende clausules verworpen als strijdig met de wet:

• "de schade die normaal voorzienbaar is, rekening houdend met de regels van het vakmanschap" (Hof van Beroep Antwerpen, 3 april 2000, A.J.T. 2000-2001, 737)

• "de schending van de elementaire voorzichtigheids- of veiligheidsnormen" (Rb. Antwerpen, 19.03.1997, T.B.H. 1998, 676);

• "ernstige inbreuken op de veiligheidsvoorschriften, grove tekortkomingen ten aanzien van de regels van de kunst .. het veronachtzamen van de elementaire voorzorgsmaatregelen om normaal te verwachten schade of de herhaling daarvan te voorkomen" (Hof van Beroep Brussel, 17 maart 2000, T.B.H., 2000, 769).

• " Ernstige inbreuken op de veiligheidsvoorschriften, grove tekortkomingen ten aanzien van de regels van het vak, het nemen van onredelijke risico's om te werken te bespoedigen of om de werkingskosten uit te sparen, het veronachtzamen van de elementaire voorzorgsmaatregelen om normaal te verwachten schade of de herhaling ervan te voorkomen" (Rb. Brussel, 22 maart 2000, Tijdschrift voor Aannemingen, 2000,155).

6.

De uitsluitingclausule, opgenomen door de nv Axa Belgium, is duidelijk in veel te algemene bewoordingen gesteld om te kunnen beantwoorden aan de wettelijke regel dat de uitsluitingsgronden " uitdrukkelijk" moeten worden bepaald en is ook niet " beperkend" vermits in de context van de omschrijving de term"meer bepaald", verwijst naar een niet- limitatieve opsomming van de uitsluitingsgronden. De nv Axa Belgium kan dan ook de uitsluiting voorzien door artikel 8 van de polisvoorwaarden niet in haar voordeel inroepen. Het hof voegt daar nog aan toe dat het voor een verzekeraar " bouwrisico's" toch zeker mogelijk moet zijn om een exhaustieve lijst op te nemen van de zware fouten die zij uit de verzekeringsovereenkomst wenst te sluiten, op zodanige manier dat de lezing van de polis onmiddellijk toelaat na te gaan welke concrete risico's niet gedekt worden.

7.

Ten overvloede voegt het hof aan het voorgaande toe dat de nv Axa Belgium niet aantoont dat de begunstigde of de verzekeringnemer tekort gekomen zijn aan de veiligheidsverplichtingen die door een bepaalde wetgeving zijn opgelegd. Het algemeen reglement op de arbeidsbescherming (ARAB, Besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 7 september 1947), waarnaar verwezen wordt door de nv Axa Belgium, vindt voor wat betreft de ingeroepen bepalingen slechts toepassing op de natuurlijke en rechtspersonen die werknemers tewerkstellen op basis van een arbeidsovereenkomst

(art. 28) Indien in dit artikel weliswaar vermeld wordt dat voor de toepassing van deze reglementering, onder het begrip werknemer eveneens verstaan wordt de persoon die anders kan krachtens een arbeids-overeenkomst arbeid presteert onder het gezag van een andere persoon, dan kan deze uitbreiding in casu niet spelen. Er kan inderdaad arbeid verricht worden onder het gezag van een andere persoon, zonder dat een arbeidsovereenkomst voorhanden is (bijvoorbeeld in de relatie met de overheid, waarop de wetgeving van toepassing is), maar in casu heeft het hof in zijn tussenarrest, en dit om tot de conclusie te komen dat de arbeidsongevallenwetgeving geen toepassing vond, uitdrukkelijk gesteld dat de heer R. niet werkte onder het gezag van de bvba bouwondernemingen R..

Overigens bevatten de artikelen 41-43 van het ARAB, waarnaar de nv Axa Belgium verwijst, specifieke maatregelen die erop gericht zijn om werknemers, tewerkgesteld op een arbeidsplaats te beschermen tegen het gevaar van vallen, doordat binnen de onderneming onbeveiligde plaatsen zouden aanwezig zijn (raamopeningen die niet afgesloten zijn, trappen zonder leuningen edgl.). Het is voor het hof duidelijk dat deze bepalingen niet zonder meer kunnen toegepast worden op een bouwwerk in oprichting, waarbij de noodzaak van bepaalde werkzaamheden het onmogelijk maakt om op ieder ogenblik van de bouwwerken, de beveiligingsmaatregelen te treffen die opgesomd zijn in de vermelde artikelen van het ARAB. Aldus kan een venster dat in opbouw is niet afgesloten worden, zoals voorzien door artikel 42 van het ARAB, kan een trap in constructie niet onmiddellijk relingen hebben en kan ook ieder balkon, waarvan gebruik gemaakt wordt voor het verrichten van bepaalde werkzaamheden (zoals het verwijderen van een bekisting, zoals in casu) niet voorafgaandelijk steeds van een reling voorzien worden, zulks onverminderd eventuele andere beveiligingsmaatregelen, specifiek voor werkzaamheden aan de opbouw van woningen, die echter door de nv Axa Belgium niet ingeroepen worden.

8.

Ten onrechte voert de nv Axa Belgium nog aan dat het ongeval gedeeltelijk te wijten is aan de eigen fout van de heer R.. In de eerste plaats is dit verweer in strijd met wat boven uiteengezet werd met betrekking tot de beperkte uitsluitingsmogelijkheid, voorzien in artikel 8 van de wetgeving op de landverzekeringsovereenkomsten. Bovendien staat niet vast dat de heer R. een fout begaan heeft door zich op een niet afgeschermd balkon te begeven teneinde een bekisting te verwijderen. Het ongeval is uitsluitend te wijten aan de onvoorzichtigheid begaan door de vader van de heer R..

9

Het wordt niet betwist dat de verzekeringspolis afgesloten bij de cvba De Federale Verzekeringen slechts suppletief is ten aanzien van de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, afgesloten bij de nv Axa Belgium. Overeenkomstig artikel 14 van de algemene voorwaarden van de verzekering "all risico's bouwplaats" worden de waarborgen van de polis toegepast in aanvulling op, en na uitputting van de waarborgen van andere polissen van elke aard die reeds vroeger onderschreven werden, en die nog steeds geldig zijn voor de verzekerden van de polis.

Vermits het hof geoordeeld heeft dat de schade die de heer R. opgelopen heeft gedekt moet worden door de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid afgesloten bij de nv Axa Belgium, is de vordering ten aanzien van de cvba De Federale Verzekeringen zonder voorwerp, zonder dat verder dient ingegaan te worden op de verschillende verweermiddelen die door de cvba De Federale Verzekeringen aangevoerd worden, zowel ten aanzien van de ontvankelijkheid als ten aanzien van de gegrondheid van de vordering

De vordering ten aanzien van de cvba De Federale Verzekeringen wordt afgewezen.

10.

De aanstelling van een deskundige is noodzakelijk teneinde op precieze wijze de schade ramen van de heer R..

Het ongeval gebeurde in het jaar 1996, hetzij thans 15 jaar geleden. Uit het stuk 20 van het dossier van de heer R. blijk dat in een gemotiveerd, zij het blijkbaar eenzijdig, medisch verslag van 30 augustus 1997 vastgesteld wordt dat de heer R. ingevolge het ongeval een volledige motorisch sensorische paraplegie heeft opgelopen op het niveau D 10, gecompliceerd met urinaire infecties, spasmen en heterotopische calcificaties ter hoogte van de heupen. Dr. Lambin raamt de blijvende werkonbekwaamheid op 80%. Verder blijkt uit stuk 24 van het dossier dat de heer R. sedert 1 april 1997 door het Ministerie van Sociale Zaken erkend werd als arbeidsongeschikt voor tenminste 66%, met een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 12 punten, overeenstemmend met een ongeschiktheid van ten minste 80%.

In die omstandigheden lijkt de toekenning van een provisie van euro 100.000 gerechtvaardigd, zelfs indien, zoals blijkt uit het dossier, de heer R. een beperkte maandelijkse vergoeding ontvangen heeft, op basis van een afgesloten private verzekering ongevallen.

OM DEZE REDENEN,

Het arbeidshof,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24;

Rechtsprekende op tegenspraak,

Verklaart de vordering lastens de nv Axa Belgium gegrond. Veroordeelt de nv Axa Belgium tot betaling aan de heer R. van een provisionele schadevergoeding van euro 100.000, te vermeerderen met de intresten vanaf de datum van het arrest.

Verklaart de vordering lastens de cvba De Federale Verzekeringen ongegrond en veroordeeld de heer R. tot de kosten van deze vordering, begroot op euro 1.320 (geïndexeerd bedrag), zoals gevorderd.

Vooraleer verder recht te doen over de vordering lastens de nv Axa Belgium, stelt als deskundige aan Dr St. D.;

A. De opdracht van de deskundige

De deskundige heeft als opdracht:

- de op elkaar volgende graden en periodes te bepalen van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid die het gevolg zijn van het ongeval waarvan de heer R. het slachtoffer werd op 26 december 1996;

- de datum van consolidatie van de letsels en de graad van bestaande blijvende fysiologische ongeschiktheid te bepalen;

- aan te duiden welke de invloed is van de fysiologische restletsels op de economische arbeidsongeschiktheid van de betrokkene en het percentage van deze economische ongeschiktheid te ramen, volgens de regels van het gemeen recht;

- advies te geven over alle elementen die nuttig kunnen zijn voor de verdere bepaling van de schade, met name de eventuele noodzaak van de hulp van een derde, de noodzakelijke hulpmiddelen voor de heer R. (rolwagen en dergelijke) en de eventueel noodzakelijke aanpassingen van de woning, evenals de morele schade, zonder dat deze opsomming beperkend is.

De deskundige wordt gemachtigd de aanvullende onderzoeken die hij noodzakelijk acht te laten uitvoeren door een geneesheer, specialist van zijn keuze, mits hij alle partijen, vóór de aanvang van deze tussenkomst, hiervan op de hoogte brengt.

B. De eventuele weigering van de opdracht en de inwerkingstelling van het deskundig onderzoek.

Te rekenen vanaf de kennisgeving van het arrest door de griffie beschikt de deskundige over een termijn van acht dagen om:

- op gemotiveerde wijze de hem toevertrouwde opdracht te weigeren, wanneer hij zulks wenst;

- de plaats, de dag en het uur van de aanvang van zijn werkzaamheden mede te delen.

De deskundige zal de partijen verwittigen per aangetekende brief, en de rechter en de raadslieden bij gewone brief.

C. Het verdere verloop van het deskundig onderzoek.

De partijen overhandigen tenminste acht dagen voor de installatievergadering en, bij gebreke daarvan, bij de aanvang van de werkzaamheden, een geïnventariseerd dossier met alle relevante stukken aan de deskundige. Zij zullen aan de deskundige eveneens de namen van de juridische en andere raadslieden, die hen bijstaan, bekend maken.

Tenzij hij daarvan uitdrukkelijk wordt vrijgesteld, zal de deskundige, met het oog op de verdere werkzaamheden van het deskundig onderzoek, de partijen oproepen bij aangetekend schrijven, en de raadslieden en de rechter bij gewone brief.

Na afloop van zijn werkzaamheden stuurt de deskundige zijn bevindingen, waarbij hij reeds een voorlopig advies voegt, ter lezing aan de rechter, aan de partijen en aan hun raadslieden

De partijen beschikken over een termijn van één maand na de mededeling van dit verslag om hun opmerkingen op dit verslag mede te delen. Wanneer hij dit wenselijk acht kan de deskundige echter een andere redelijke termijn vaststellen, waarbinnen de partijen hun opmerkingen dienen mede te delen.

De deskundige zal geen rekening houden met de opmerkingen die hij ontvangt buiten de termijn, die aan de partijen gegeven werd om hun opmerkingen te formuleren.

Het eindverslag zal gedateerd zijn en melding maken van de aanwezigheid van de partijen bij de werkzaamheden en van hun mondelinge verklaringen en verzoeken.

Het eindverslag zal verder een overzicht bevatten van de nota's en documenten die door de partijen overhandigd zijn.

Het eindverslag dient door de deskundige op straffe van nietigheid ondertekend te zijn.

De handtekening van de deskundige zal, op straffe van nietigheid, voorafgegaan moeten worden door de volgende eed:

"Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb".

De minuut van het eindverslag, de stukken en de nota's van de partijen en de gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon van de deskundige worden ter griffie van het arbeidshof neergelegd.

Op de dag van de neerlegging van het verslag zendt de deskundige een afschrift van het verslag en van de gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon, aan de partijen per aangetekend schrijven, en aan hun raadslieden bij gewone brief.

D. De termijn voor neerlegging van het verslag en de eventuele verlenging.

Het eindverslag moet neergelegd worden binnen een termijn van 9 maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van het arrest.

Enkel de rechter kan de termijn voor het neerleggen van het verslag verlengen.

Indien de deskundige zijn verslag niet kan neerleggen binnen de vastgestelde termijn, dan zal hij bij gemotiveerd schrijven aan het hof om een verlenging van de termijn dienen te verzoeken.

Indien de neerlegging van het verslag niet binnen de vastgestelde termijn kan gebeuren, dan zal de deskundige, om de zes maanden, een tussentijds verslag over de vooruitgang van zijn werkzaamheden meedelen aan de rechter, de partijen en hun raadslieden.

E. De kosten en het ereloon van de deskundige.

De deskundige zal bij de aanvang van het deskundig onderzoek aan de partijen een raming van de algemene kostprijs van het deskundig onderzoek zal doen toekomen of tenminste een aanwijzing geven over de manier waarop zijn kosten en erelonen en deze van de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden.

De deskundige dient zijn ereloon, prestaties en de kosten gedateerd, gedetailleerd, per eenheid en per aantal controleerbaar bij te houden en partijen op geregelde tijdstippen, minstens om de drie maanden een overzicht van de ereloonprestaties en kosten te bezorgen;

De deskundige zal een voorschot kunnen in rekening brengen van 1.250 euro . Dit voorschot dient geconsigneerd te worden op de griffie van dit Arbeidshof op het rekeningnummer 679 - 2009068 - 04, hetzij wanneer partijen onderling overeenkomen dit bedrag te storten op een andere bankrekening. Dit bedrag zal dienen geconsigneerd te worden door de nv Axa Belgium binnen de maand na de kennisgeving van dit arrest. Dit voorschot kan worden vrijgegeven voor het volledige bedrag.

In de loop van het deskundig onderzoek kan de deskundige vragen dat een bijkomende provisie wordt geconsigneerd, en desgevallend gedeeltelijk vrij-gegeven, ten einde te kosten te dekken die reeds gedaan zijn en de honoraria van de reeds uitgevoerde werkzaamheden. Ook deze aanvullende consignaties die-nen ten laste genomen worden door de nv Axa Belgium.

De vraag daartoe wordt voorgelegd aan de rechter, die een gemotiveerde beslissing zal nemen.

Op het einde van zijn opdracht zal de deskundige een gedetailleerde staat opstellen van zijn kosten en het ereloon.

Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de neerlegging ter griffie van de gedetailleerde staat 2 aan de rechter hebben meegedeeld dat zij het bedrag van het ereloon en de kosten die door de deskundige worden aangerekend, betwisten, wordt dat bedrag door de rechter begroot onderaan op de minuut van de staat en wordt daarvan een bevel tot tenuitvoerlegging gegeven overeenkomstig het akkoord dat de partijen gesloten hebben of tegen de partij of partijen, zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot

De kosten zullen begroot worden in het eindarrest als gerechtskosten.

F. Diverse

Alle betwistingen, die zich in het de loop van het deskundig onderzoek voordoen, worden beslecht door de rechter. De deskundige en de partijen richten zich tot het hof in een gemotiveerd schrijven.

Voor de toepassing van artikel 973 van het Gerechtelijk Wetboek en van al de andere artikelen van dit wetboek met betrekking tot het deskundig onderzoek waarin de tussenkomst van de rechter voorzien wordt, dient beschouwd te worden als "de rechter die het deskundig onderzoek bevolen heeft", of "de met dit doel aangestelde rechter" of nog " de rechter":

- de raadsheren, die de 5e kamer van het hof samenstelden op de zitting waarop het arrest werd uitgesproken;

- ingeval van afwezigheid van een sociaal raadsheer: de beroepsmagistraat die alleen zetelt;

- de beroepsmagistraat die de kamer voorzit op het ogenblik dat de betwisting met betrekking tot het deskundig onderzoek ontstaat;

- de beroepsmagistraat, aangeduid in het interne reglement van het arbeidshof voor het gerechtelijk jaar.

De zaak zal na afloop van het deskundig onderzoek terug op de zittingsrol moeten gebracht worden door de meest gerede partij.

De kosten in de betwisting tussen de heer Ronnie R. en de nv Axa Belgium worden voorbehouden.

Aldus gewezen door de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel en ondertekend door :

Mr. F. KENIS: Raadsheer,

L. REYBROECK: Raadsheer in Sociale Zaken als werkgever,

D. VANHAGENDOREN : Raadsheer in Sociale Zaken als werknemer-arbeider,

En bijgestaan door :

D. DE RAEDT: Griffier,

L. REYBROECK D. VANHAGENDOREN

D. DE RAEDT F. KENIS

De heer D. VANHAGENDOREN, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-arbeider, die bij de debatten aanwezig was en aan de beraadslaging heeft deelgenomen, verkeert in de onmogelijkheid om het arrest te ondertekenen.

Overeenkomstig art. 785 Ger. Wb. wordt het arrest ondertekend door Mr F. KENIS, Raadsheer en Mevr. L. REYBROECK, Raadsheer in sociale zaken als werkgever.

En uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 5de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 21 november 2011 door de heer F. KENIS, Raadsheer, en bijgestaan door D. DE RAEDT, Griffier,

D. DE RAEDT F. KENIS

Vrije woorden

  • BEROEPSRISICO'S

  • ARBEIDSONGEVALLEN IN DE PRIVE SEKTOR

  • Ongeval op een bouwwerf van een b.v.b.a.

  • De ouders van het slachtoffer zijn de aandeelhouders

  • De vader is de zaakvoerder

  • Slachtoffer aan het werken met zijn vader

  • Vordering tot erkenning van het ongeval als arbeidsongeval

  • Geen arbeidsovereenkomst

  • Vordering tot gedwongen tussenkomst lastens de verzekeraar « burgerlijke aansprakelijkheid » van de b.v.b.a.