- Arrest van 3 mei 2012

03/05/2012 - 2010/AB/1214

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De jurisdictionele immuniteit van de Staten is een regel uit het internationaal gewoonterecht die de rechtsmachten

van een Staat verbiedt hun jurisdictionele bevoegdheid uit te oefenen over een andere Staat die daarmee niet

heeft ingestemd.

Die immuniteit is evenwel beperkt: ze betreft de handelingen in verband met de soevereiniteit, niet met het beheer.

In beginsel mogen de Staten geen jurisdictionele immuniteit inroepen voor een rechtbank van een andere Staat in

de procedures met betrekking tot de arbeidsovereenkomsten; geen uitzondering op de juridictionele immuniteit

van de Staten is evenwel voorzien voor de collectieve arbeidsbetrekkingen. En geschillen betreffende de reglementering over de oprichting van de ondernemingsraden zijn collectief en niet individueel.

De voorrang van de toegang tot de rechter (artikel 6 E.V.R.M.) op de regel van de jurisdictionele immuniteit en de

immuniteit van uitvoering onderstelt dat de persoon tegen wie de immuniteit wordt opgeworpen niet beschikt

over andere redelijke wegen om doeltreffend de bescherming te bekomen van de rechten die haar gewaarborgd

worden door het E.V.R.M.

Wat terzake telt is niet dat een verhaal kan worden ingeleid in de Staat waar de aanleggers verblijven noch dat zekerheid wordt geboden omtrent de toepassing van het recht van die Staat door de vreemde rechtsmacht, maar

wel dat die rechtsmacht (of het orgaan van de internationale organisatie waarbij een intern verhaal kan worden aangetekend, zoals in de gevallen voorgelegd aan het Hof van cassatie) de waarborgen van onpartijdigheid en

onafhankelijkheid van het gerecht biedt.


Arrest - Integrale tekst

Vrije woorden

  • INTERNATIONAAL PRIVAAT-EN PUBLIEKRECHT

  • ONDERNEMINGSRAAD.

  • OPRICHTING. Ambassade van een vreemde staat.

  • Jurisdictionele immuniteit.

  • Beginsel.

  • Uitzondering.

  • Toepassing.